cross

Uitleg PTA Taalverzorging

PTA Taalverzorging hfd. 4+5
  • Meervoud
  • Bijvoeglijk naamwoord
  • Onvoltooid en voltooid deelwoord
  • Als en dan
  • Werkwoordspelling

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandsvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

PTA Taalverzorging hfd. 4+5
  • Meervoud
  • Bijvoeglijk naamwoord
  • Onvoltooid en voltooid deelwoord
  • Als en dan
  • Werkwoordspelling

Slide 1 - Tekstslide

Uitleg: meervoud

Slide 2 - Tekstslide

Uitleg: meervoud

Slide 3 - Tekstslide

Uitleg: meervoud

Slide 4 - Tekstslide

Uitleg: meervoud

Slide 5 - Tekstslide

Uitleg: Bijvoeglijke naamwoord
De rode auto

Bijvoeglijk naamwoord zegt iets
over een zelfstandig naamwoord

Slide 6 - Tekstslide

Uitleg: voltooid- en onvoltooid deelwoord
Voltooid deelwoord: 
  • iets is klaar = voltooid
  • ge-, be-, ver-woorden
  • Schrijf het zo kort mogelijk
vb. De foto's zijn vergroot.

Onvoltooid deelwoord:
  • iets is nog niet klaar = onvoltooid
  • Schrijf het zo kort mogelijk 
    vb. Kruipend gaan we naar huis.

Slide 7 - Tekstslide

Uitleg: voltooid- en onvoltooid deelwoord
Voltooid deelwoord:                               --> Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
  • iets is klaar = voltooid
  • ge-, be-, ver-woorden                               De vergrote foto's. (zo kort mogelijk) 
vb. De foto's zijn vergroot.

Onvoltooid deelwoord:                         --> Gebruikt als bijvoeglijk naamwoord
  • iets is nog niet klaar = onvoltooid       De kruipende jongeren. (zo kort
    vb. Kruipend gaan we naar huis.                                                            mogelijk)

Slide 8 - Tekstslide

Uitleg: Als en dan
Overtreffen: Als iets het een overtreft dan is het altijd DAN


vb. Ik ben beter DAN jij (overtreffen: ik overtref jouw)
Ik ben groter DAN jij (overtreffen: ik overtref jouw)
Hij is leuker DAN haar (overtreffen: hij overtreft haar)


Slide 9 - Tekstslide

Uitleg: Als en dan
Hetzelfde: Als iets hetzelfde is dan is het ALS

vb. Ik ben net zo groot ALS Lars. (hetzelfde: ik en lars)
Vis is net zo lekker ALS pizza. (hetzelfde: vis en pizza)
Zij is even lief ALS mijn zusje. (hetzelfde: zij en mijn zusje)

Slide 10 - Tekstslide

Uitleg: Als en dan
Dan                                                                                    Als
- Overtreffen                                                                 - Hetzelfde
- vb. Ik ben groter dan mijn broer.                       - vb. Ik ben net zo leuk als hem.

Slide 11 - Tekstslide

Uitleg: werkwoordspelling
Spelling tegenwoordige tijd
- Vul het werkwoord 'lopen' in
Hoor je een -t dan schrijf je een -t. 
Hoor je geen -t dan schrijf je ook geen -t

Ik loop -> ik word
Hij loopt -> hij wordt 
loopt zij -> word zij

Slide 12 - Tekstslide

Uitleg: werkwoordspelling
Spelling verleden tijd (vt)
1. 't exkofschip
2. kijk naar de stam van het woord (-en weghalen)                verbranden
3. kijk naar de laatste letter                                                               d
4. Staat de letter in 't exkofschip -> +t(e)
     Staat de letter niet in 't exkofschip -> +d(e)                         verbrandde

Slide 13 - Tekstslide