Spreekwoorden 1T

Spreekwoorden en gezegdes
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Spreekwoorden en gezegdes

Slide 1 - Tekstslide

Wat zijn spreekwoorden?
Een spreekwoord is een korte, krachtige uitspraak die een waarheid of wijsheid bevat.

Slide 2 - Tekstslide

Welk spreekwoord of gezegde ken jij of gebruik je vaak?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

De hond in de pot vinden
A
We eten vanavond stoofvlees
B
We gaan barbequen
C
Te laat zijn voor het eten
D
Het eten is op de grond gevallen

Slide 5 - Quizvraag

De bokkenpruik op hebben.

Slide 6 - Tekstslide

De bokkenpruik op hebben.
A
Slechtgehumeurd zijn / boos zijn
B
Een bad-hair-day hebben
C
Een pruik dragen
D
Je anders voordoen dan je bent

Slide 7 - Quizvraag

Oude koeien uit de sloot halen.

Slide 8 - Tekstslide

Oude koeien uit de sloot halen.
A
Koeien die in de sloot gevallen zijn redden
B
Oude mensen helpen
C
Op een boerderij werken
D
Oude verhalen vertellen

Slide 9 - Quizvraag

Hij eet met lange tanden.

Slide 10 - Tekstslide

Hij eet met lange tanden.
A
Hij vindt het eten niet lekker
B
Hij moet nodig een beugel
C
Hij voelt zich als een konijn
D
Hij houdt van salades

Slide 11 - Quizvraag

Zij lijken op elkaar als twee druppels water.

Slide 12 - Tekstslide

Zij lijken op elkaar als twee druppels water.
A
Zij zijn helemaal nat geregend
B
Zij lijken heel veel op elkaar
C
Zij hebben altijd dezelfde mening
D
Zij zijn tweeling

Slide 13 - Quizvraag

Aan de vruchten herkent men de boom.

Slide 14 - Tekstslide

Aan de vruchten herkent men de boom.
A
Appels groeien niet aan een kersenboom
B
De vruchten zijn lekker zoet
C
Als je hard werkt krijg je veel geld
D
De kinderen zijn net als de ouders

Slide 15 - Quizvraag

Filmpje + opdracht

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Doe als Fred: Kies een spreekwoord en verander één belangrijk woord uit het spreekwoord.
timer
2:00

Slide 18 - Open vraag

extra vraag?

Slide 19 - Woordweb