In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
Examenbundel Engels havo
Slide 1 - Tekstslide
What are you going to learn?
In this lesson you will learn:
your reading level skill
what you need to know about English speaking countries
how to study vocabulary
Slide 2 - Tekstslide
Ga naar bladzijde 9 van de examenbundel Engels 24/25. Maak de gehele toets met 21 vragen.
Ga dan naar: https://examenbundel.nl en log in (als het goed is heb je een activeringscode) - kijk jouw toets na en lees het oefenadvies. Beantwoord dan de volgende vragen.
Orientatietoets Engels
Slide 3 - Tekstslide
Hoe ging het?
Bekijk het oefen advies en beantwoordt de vragen op de volgende slides.
Slide 4 - Tekstslide
Hoe vond je de orientatietoets gaan?
😒🙁😐🙂😃
Slide 5 - Poll
Quiz
Hoeveel fout?
A
geen
B
minder dan 4
C
tussen de 5 en de 10 fout
D
meer dan 10 fout
Slide 6 - Quizvraag
Quiz
Hoe lang deed je over de toets?
A
ongeveer 45 minuten
B
ongeveer 60 minuten
C
ongeveer 80 minuten
D
ik heb de toets niet af gekregen
Slide 7 - Quizvraag
This is a poll.
Welke oorzaken staan er in jouw oefenadvies?
Oorzaak1: je weet niet goed hoe je te werk moet gaan
Oorzaak 2: Je begrijpt de meerkeuzevragen niet goed.
Oorzaak 3: gebrek aan woordkennis
Oorzaak 4: gebrek aan achtergrondkennis
Slide 8 - Poll
Signaal woorden zijn belangrijk. Je moet ze kennen en weten wat ze betekenen. Oefen even met de volgende slides.
Slide 9 - Tekstslide
Drag the signal words to the correct place.
I failed every time, ________ hard I tried.
They walked ______ they talked at the same time.
I stole the vase, _______ I gave it back!
She finished school, _____ she still has no job.
They hurried ________ they were late.
She asked ______ she could come earlier.
I went to bed, _______ it was too late to go home.
I have a car, ____________ I don't have my licence yet.
and
because
however
yet
but
since
if
eventhough
Slide 10 - Sleepvraag
Which signal word/function belongs to which text context? Drag the right answers to each other.
As well as
In short
To praise
To criticize
For instance
Expansion/Summary
Effect/Conclusion
Support (positive)
Opposition
Examples
Slide 11 - Sleepvraag
On the yellow cards, you can see a signal word. Drag the yellow card to the correct category.
uitbreiding
/opsomming
reden
/oorzaak
gevolg
/conclusie
voorwaarde
tegenstelling
voorbeelden
tijd/
volgorde
consequently
before
despite
also
if
such as
for
Slide 12 - Sleepvraag
In tekst 1 van de orientatietoets staan ook signaal woorden. Kun je deze vinden? (er zijn 10 verschillende)
Slide 13 - Woordweb
Though - However - She stressed - She added - If - This -Where - Also - And - But Which of these words indicate contrast?
Slide 14 - Open vraag
Though - However - She stressed - She added - If - This -Where - Also - And - But Which of these words indicate addition?
Slide 15 - Open vraag
Though - However - She stressed - She added - If - This -Where - Also - And - But Which word indicates focus?
Slide 16 - Open vraag
Welk van de volgende woorden is het beste synoniem voor "approach"?
A
departure
B
method
C
refusal
D
conflict
Slide 17 - Quizvraag
Wat betekent het woord "benefit" in de volgende zin? "The new law will benefit many small businesses."
A
schade toebrengen aan
B
verminderen
C
voordeel opleveren voor
D
controleren
Slide 18 - Quizvraag
Wat betekent "current" in de zin: "The current trend in technology is automation"?
A
stroming
B
huidig
C
toekomstig
D
stroom
Slide 19 - Quizvraag
Welk woord heeft een vergelijkbare betekenis als "increase"?
A
reduce
B
defend
C
ignore
D
expand
Slide 20 - Quizvraag
Welk woord is de beste tegenhanger van "frequent"?
A
common
B
usual
C
rare
D
consistent
Slide 21 - Quizvraag
Write down what you are going to focus on during your examtraining. Explain your answer.
Slide 22 - Open vraag
Overzicht voorbereiding examen
woordenschat - leer goed de woorden op blz. 287-299
signaalwoorden en veel voorkomende woorden blz.105-109