Mens en Omgeving Hoofdstuk 3 ( P2)

Mens en Omgeving Hoofdstuk 3 ( P2)
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3,4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Mens en Omgeving Hoofdstuk 3 ( P2)

Slide 1 - Tekstslide

Textiel

Slide 2 - Tekstslide

Textiel is
A
Een kledingstuk met polyester
B
Een geweven stof
C
Een wasmiddel op biologische wijze
D
Een kledingstuk voor kinderen vanaf 4

Slide 3 - Quizvraag

Textiel/Kleding heeft verschillende functies, welke functies?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Video

Wat is een ander woord voor kunstmatige grondstoffen? blz 104

Slide 6 - Open vraag

Welke vezel is een natuurlijke vezel?
A
Acetaat
B
Polyacryl
C
Katoen
D
Viscose

Slide 7 - Quizvraag

Behandelingsetiket

Slide 8 - Tekstslide

Wat staat er op het samenstellingsetiket?
A
Hoe je de was moet wassen
B
Waar het textiel van is gemaakt
C
De wasvoorschriften
D
Wassymbolen

Slide 9 - Quizvraag

Behandelingsetiket

Slide 10 - Tekstslide

Wat staat er op een behandelingsetiket?
A
Van welk materiaal het textielproduct gemaakt is
B
Hoe belangrijk het is om dit product te wassen.
C
Hoe te behandelen tijdens het wassen
D
Hoe het textiel samengesteld is

Slide 11 - Quizvraag

Is dit een samenstellingsetiket of behandelingsetiket?
A
Samenstellingsetiket
B
Behandelingsetiket

Slide 12 - Quizvraag

Een behandelingsetiket adviseert om een kledingstuk binnenstebuiten te wassen, maar waarom?

Slide 13 - Open vraag

Wat is een wassymbool
A
Een bal die meedraait in de wasmachine als je een dekbed wast
B
Een plaatje dat aangeeft hoe je het textiel moet verzorgen
C
Een tablet wasmiddel die je in de trommel kan gooien
D
Een wasmiddel dat vlekken gemakkelijk verwijdert

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekenen deze wassymbolen?
A
1 = in de wasmachine wassen op antikreuk-programma 2 = heet strijken 3 = niet bleken 4 = stomen mag 5 = mag in de droger
B
1 = in de wasmachine wassen op antikreuk-programma 2 = warm strijken 3 = bleken mag 4 = niet stomen 5 = mag in de droger
C
1 = in de wasmachine wassen op gewoon programma 2 = lauw strijken 3 = bleken mag 4 = niet stomen 5 = mag niet in de droger
D
1 = in de wasmachine wassen op gewoon programma 2 = warm strijken 3 = niet bleken 4 = stomen mag 5 = mag niet in de droger

Slide 15 - Quizvraag

Wanneer je de vieze was verzamelt, houd je rekening met de volgende punten:

Slide 16 - Open vraag

Op hoeveel graden wordt een kookwas gewassen?
A
90 graden
B
30 graden
C
40 graden
D
100 graden

Slide 17 - Quizvraag

Was sorteren
Witte was
Zwarte was
Gekleurde was

Slide 18 - Sleepvraag

Waar moet je allemaal op letten als je vieze was gaat sorteren? blz 117

Slide 19 - Open vraag

Te veel was in de wasmachine
Te weinig was in de wasmachine
In beide gevallen
Verspilling van water en elektriciteit 
De was wordt niet goed schoon
Te veel schuim, waardoor je was gaat zweven
Wasmiddel blijft in de kleding zitten
Te weinig beweging in de trommel

Slide 20 - Sleepvraag

Noem een voorbeeld van milieu bewust wassen
A
Wasgoed buiten ophangen
B
Voorwas programma gebruiken
C
Wassen met hoge temperaturen
D
Antwoord A, B en C zijn juist

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Video

Wat is Ergonomie?
A
Iets wat met de wetenschap te maken heeft
B
Verstandig met je lichaam omgaan.
C
Je ergert je aan iemand
D
Iets wat met geld te maken heeft

Slide 23 - Quizvraag