Mundo 8.1: Frankrijk

7. Frankrijk
Uitleg blok : 1 Frankrijk

Je kan: 
- Uitleggen wat absolutisme is.
- Vertellen wat de rechten en plichten van de drie standen waren.
- Vertellen hoe het denken over vrijheid veranderde in de achttiende eeuw.


1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

7. Frankrijk
Uitleg blok : 1 Frankrijk

Je kan: 
- Uitleggen wat absolutisme is.
- Vertellen wat de rechten en plichten van de drie standen waren.
- Vertellen hoe het denken over vrijheid veranderde in de achttiende eeuw.


Slide 1 - Tekstslide

Alle macht aan de koning
1661 Lodewijk XIV koning
Staten generaal kon advies geven maar Koning Lodewijk wilde geen advies. Hij alleen mocht beslissingen nemen, dat noemde je absolutisme

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Aan het werk
Je gaat werken in Mundo online.

Groepscode: XQKI556R

Je begint op opdracht 1 t/m 9.
Hier heb je de volgende les ook nog tijd voor.

Je hebt 20 minuten.
Klaar?
- opdracht 10
- keuzemenu
timer
15:00

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de betekenis van het begrip: 'absolutisme'?
A
De koning is door God gekozen
B
Een strenge koning
C
Alle macht ligt bij de koning
D
Een koning die erg rijk is

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de betekenis van het begrip: 'droit divin?
A
De koning is door God gekozen
B
Een strenge koning
C
Alle macht ligt bij de koning
D
Een koning die erg rijk is

Slide 6 - Quizvraag

Hallo,

Kies een plek en zorg en pak je laptop.
Ga naar Mundo online en log alvast in.


Slide 7 - Tekstslide

Lesdoel 2: vertellen wat de rechten en plichten van de drie standen waren + vertellen hoe het denken over vrijheid veranderde in de achttiende eeuw.
  1. absolutisme
  2. standenmaatschappij
  3. revolutie
  4. burgerlijke stand
  5. metrieke stelsel

Slide 8 - Tekstslide

STANDENMAATSCHAPPIJ
Sinds de middeleeuwen,
 Franse samenleving verdeeld in 3 standen: 
'bidders, strijders en werkers'


'God had dit zo bepaald'

Slide 9 - Tekstslide

Nieuwe ideeën
Het geloof in God en de Kerk was eeuwenlang heel belangrijk. Mensen geloofden wat de pastoors, dominees en priesters, maar ook de koning hun vertelden. 
In de achttiende eeuw vonden de Franse geleerden Voltaire en Rousseau dat mensen voor zichzelf moesten nadenken. Ze vonden ook dat alle mensen gelijk waren. Maar sinds de Middeleeuwen was er een standenmaatschappij. 
In de samenleving waren drie gescheiden groepen of standen: de geestelijken (eerste stand), de edelen (tweede stand) en de burgers en boeren (derde stand).

Slide 10 - Tekstslide



    3 STANDEN
D 
D
D
  1. Geestelijkheid
  2. Adel
  3. Burgerij
1e stand
1e stand
2e stand
2e stand
3e stand
3e stand

Slide 11 - Tekstslide

Hiërarchische piramide
Spotprent 3 standen

Slide 12 - Tekstslide

Aan het werk
Je gaat werken in Mundo online.

Je begint op opdracht 1 t/m 9.

Niet af? Dan is het huiswerk
Je hebt 25 minuten.

Klaar?
- opdracht 10
- definities bepalen
- keuzemenu
timer
25:00

Slide 13 - Tekstslide

Standensamenleving, hoe heet de 1e stand?

Slide 14 - Open vraag

Standensamenleving, hoe heet de 2e stand?

Slide 15 - Open vraag

Standensamenleving, hoe heet de 3e stand?

Slide 16 - Open vraag

De 1e en 2e stand hoefden in de standenmaatschappij GEEN belasting te betalen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Hallo,
Ga zitten. 
Leg je laptop alvast op tafel, laat hem nog even uit.

Bespreken: 
- huiswerk
- proefwerk 


Slide 18 - Tekstslide

Opdrachten bespreken
Opdracht 7 

Opdracht 9

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 7 
Lodewijk XIV is geboren op 5 september 1638 en stierf op 1 september 1715.


In welk jaar ging hij als koning regeren?

Hoe oud is hij geworden?

Hoelang heeft hij als koning geregeerd?

Lodewijk heeft in Europa het langst de titel koning gehad. Hoeveel jaar?


Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 9
Wie?
1e stand
2e stand
3e stand
Een akkerbouwer
Een edele die in Versailles woonde
Een jonkvrouw die getrouwd was met een graaf
Een monnik in een klooster
Een priester
Een rijke koopman die in de stad woonde

Slide 21 - Tekstslide

LEERDOEL
Op 14 juli 1789 start de Franse Revolutie met een bestorming door 
de bevolking van Parijs van Bastille.
De opstand zou het einde betekenen van het koninkrijk Frankrijk.

Na deze paragraaf kun je:

  1. drie oorzaken noemen van de Franse Revolutie.
  2. drie gevolgen noemen van de Franse Revolutie.
  3.  uitleggen wat mensenrechten zijn en er een voorbeeld van noemen.
  4.  drie vernieuwingen noemen die Napoleon invoerde. 
  5. overeenkomsten en verschillen noemen tussen Lodewijk XIV en Napoleon.




Slide 22 - Tekstslide

Lesdoel 3: drie oorzaken noemen van de Franse Revolutie + drie gevolgen noemen van de Franse Revolutie.
  1. absolutisme
  2. standenmaatschappij
  3. revolutie
  4. burgerlijke stand
  5. metrieke stelsel

Slide 23 - Tekstslide

Revolutie!
Op 14 juli is het altijd groot feest in Frankrijk. De Fransen herdenken dan het begin van de Franse Revolutie, want door de revolutie werd Frankrijk een republiek en kreeg het een democratie. 
De burger en boeren luisterden gretig naar de nieuwe ideeën. Zeker toen in 1788 de prijs van voegsel steeg, omdat de oogsten waren mislukt. De arme boeren en burgers leden honger en waren heel ontevreden, omdat ze toch belasting moesten betalen. De koning van Lodewijk XVI (de zestiende), een ver achterkleinkind van Lodewijk XIV (de veertiende). Hij riep in 1789 de Staten-Generaal bijeen. 

Slide 24 - Tekstslide


Misoogst
1788



Door mislukte oogsten waren de graanprijzen (en dus ook de prijs van brood) enorm gestegen. Er ontstonden zelfs hongersnoden.

Ondertussen moest de 3e stand wél veel belasting betalen.

Slide 25 - Tekstslide



De Revolutie
Franse revolutie 1789



Een periode waarin een snelle en totale verandering is.
In 1789 werd in Frankrijk de koning afgezet tijdens een grote revolutie.


Slide 26 - Tekstslide


Frankrijk gaat failliet
mei 1789



Feesten, paleizen, bestuur en oorlogen kosten veel geld, maar het geld is op. 
Koning Lodewijk XVI wil graag meer geld hebben, en roept daarom (voor het eerst in 175 jaar) de Staten-Generaal bij elkaar. 
= De vergadering van de 3 standen.

Slide 27 - Tekstslide


De Verlichting
vanaf ±1700



Een periode waarin mensen hun kennis (willen) vergroten, door steeds meer uit te gaan van het verstand (rede, ratio)

Hierdoor krijgen mensen ook meer kritiek op de koning, de Kerk en de adel.

Slide 28 - Tekstslide

Aan het werk
Je gaat werken in Mundo online.

Je begint op opdracht 11 t/m 21.
Hier heb je de volgende les ook nog tijd voor.

Je hebt 25 minuten.
Klaar?
- opdracht 22 en 23
- keuzemenu

Slide 29 - Tekstslide

Wat is een revolutie?
A
Dat er langzaam dingen veranderen.
B
Een groep mensen die demonstreren.
C
Een snelle en totale verandering.
D
Mensen die in opstand komen maar er dit verandert niks.

Slide 30 - Quizvraag

Wat is Verlichting? (hiermee bedoel ik geen lampen en TL-buizen)
A
Het volk kwam in opstand tegen de koning
B
Mensen gingen anders nadenken over de verdeling van macht
C
Koningen gingen zich anders gedragen
D
Er werd heel veel kunst gemaakt

Slide 31 - Quizvraag

Oorzaken van de Franse Revolutie
Gevolgen van de Franse Revolutie
Mensen leden honger door de misoogsten.
Frankrijk werd een democratie.
De koning regeerde niet in het belang van de onderdanen.
Frankrijk werd een republiek.
Geleerden verspreidden nieuwe ideeën
De standenmaatschappij werd afgeschaft
Even op een rij

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Je gaat zitten op de plek, zoals op deze plattegrond


Bord
Bureau docent
Deur

Slide 34 - Tekstslide

Lesdoel 4:  uitleggen wat mensenrechten zijn en er een voorbeeld van noemen +  drie vernieuwingen noemen die Napoleon invoerde + overeenkomsten en verschillen noemen tussen Lodewijk XIV en Napoleon.

  1. absolutisme
  2. standenmaatschappij
  3. revolutie
  4. burgerlijke stand
  5. metrieke stelsel

Slide 35 - Tekstslide

Keizer Napoleon
Na de Franse revolutie was er chaos in Frankrijk. Er was strijd om de macht en veel mensen werden gevangengezet of onthoofd. Generaal Napoleon Bonaparte maakte een eind aan de chaos toen hij met steun van het leger de macht greep...…..

Napoleon voerde de burgerlijke stand in. Dat is een lijst met belangrijke informatie over de burgers, zoals geboorte en huwelijk. Voor de burgerlijke stand moest iedereen een achternaam hebben.

Slide 36 - Tekstslide

Burgerlijke stand

Lijst met belangrijke informatie van de burgers van een gemeente, zoals geboorte, huwelijk of overlijden.

Slide 37 - Tekstslide

Keizer Napoleon
Napoleon voerde ook het metrieke stelsel in. Tot die tijd had elk land of elke stad eigen maten voor afstanden en gewichten. Zo zaten er twaalf ‘duimen’ in een ‘voet’. Maar een voet in Parijs was langer dan een voet in Amsterdam! In het stelsel van Napoleon waren alle eenheden verdeeld in tien kleinere eenheden die overal even lang waren. Dat was voor de handel veel gemakkelijker.

Slide 38 - Tekstslide



Systeem van standaardeenheden voor het meten van bijvoorbeeld afstand, gewicht en temperatuur
Metrieke stelsel

Slide 39 - Tekstslide

Mensenrechten
Mensenrechten beschermen de waardigheid van ieder mens. Je hebt mensenrechten omdat je mens bent, welk geslacht, afkomst, godsdienst of politieke overtuiging je ook hebt.

Slide 40 - Tekstslide

Opdracht 23
Deze opdracht gaan we samen maken.

Zorg dat je hem open hebt staan in Mundo en type mee. 

Werk je op papier? Dan schrijf je mee.

Slide 41 - Tekstslide

Aan het werk
Je gaat werken in Mundo online.


Je gaat bezig met opdracht 12, 13, 15, 16, 19, 20, 21
Niet af? Dan is het huiswerk

Je hebt 20 minuten.
Klaar?
- opdracht 22 
- keuzemenu
- leren voor het proefwerk

Slide 42 - Tekstslide