K8 F Sprechen G Schreiben

Duits 8-paragraaf G - schreiben
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Duits 8-paragraaf G - schreiben

Slide 1 - Tekstslide

Lernziele für heute
1. Huiswerk nakijken 
2. Herhalen woordjes en grammatica
3. Vragen en antwoorden leren over uiterlijk
4. Schrijfopdracht: formulier invullen

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk nakijken: 
H8 E Grammatik blz. 80 t/m 84

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling

Slide 4 - Tekstslide

Sander ........ (wollen) nach Hause.
A
willst
B
wollen
C
wollt
D
will

Slide 5 - Quizvraag

....... (mögen) ihr Fahrrad fahren?
A
mögen
B
mag
C
mögt
D
magst

Slide 6 - Quizvraag

modale werkwoorden
Ihr ...... (können) es nicht sehen
A
kann
B
kannst
C
können
D
könnt

Slide 7 - Quizvraag

Modale werkwoorden
Wir ..... (dürfen) heute früher nach Hause gehen.
A
darf
B
darfst
C
dürfen
D
darfen

Slide 8 - Quizvraag

vertaal 'Hoe gaat het met je'?
A
Wie geht es mir?
B
Wie geht es mit dich?
C
Wie geht es dich?
D
Wie geht es dir?

Slide 9 - Quizvraag

was bedeutet 'toll' ?
A
een tol
B
leuk
C
stom
D
lelijk

Slide 10 - Quizvraag

was bedeutet 'bunt' ?
A
bond
B
blond
C
gekleurd
D
gestreept

Slide 11 - Quizvraag

vertaal 'sonst'
A
anders
B
soms
C
net
D
trots

Slide 12 - Quizvraag

was bedeutet 'sogar'
A
zelfs
B
belangrijk
C
iets
D
omdat

Slide 13 - Quizvraag

was bedeutet 'weil'?
A
voordat
B
zodat
C
omdat
D
want

Slide 14 - Quizvraag

wat betekent 'die Klamotten'
A
het vuilnis
B
de sieraden
C
de kleding
D
zeurderige mensen

Slide 15 - Quizvraag

persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
mein
er
wir
Sie
ihre
unser
dich
deine

Slide 16 - Sleepvraag

Die Kleidung auf Deutsch
das Hemd
die Jeans
die Bluse
die Mütze
die Hose
die Frisur
der Ring
das Kleid
der Schuh
die Tasche
die Socke
die Jacke
das T-Shirt
der Pullover
der Rock
de pet
de schoen
het overhemd
het kapsel
de blouse
de ring
de spijkerbroek
de sokken
de jurk
de broek/pantalon
de tas
het t-shirt
de jas
de trui
de rok

Slide 17 - Sleepvraag

Slide 18 - Sleepvraag

Sleep de Duitse woorden naar de juiste kleuren.
gelb
blau
schwarz
grau
rot
grün
violett
orange
rosa
braun

Slide 19 - Sleepvraag

Slide 20 - Video

Wat draagt Maarten liever: een joggingbroek of een overhemd?
A
overhemd
B
joggingbroek

Slide 21 - Quizvraag

Wat vindt Maarten mooier?
Locken oder glatte Haare?
A
Glatte Haare
B
Locken

Slide 22 - Quizvraag

Wat vindt Maarten de grootste modeblunder?

A
een baardje
B
lang haar bij mannen
C
een knotje
D
strakke broeken

Slide 23 - Quizvraag

Boek blz. 87 oef. 32

Slide 24 - Tekstslide

Boek blz. 92
Oef. 40
Oef. 42 (-> hulp: blz. 101)

Slide 25 - Tekstslide

Huiswerk: Schrijfopdracht
Maak oef. 43 op blz. 93.
Verwerk alle punten.
Gebruik hiervoor je zinnetjes uit oef. 42.

Slide 26 - Tekstslide

Huiswerk: H Lesen blz. 94 t/m 95

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Afronden 8-paragraaf G. schreiben
Afrondend in deze les:
- leerdoel om een  eenvoudig formulier in te vullen =behandeld
- vorige lessen A-F woordjes zijn herhaald
- quiz lessonUp = gedaan
- huiswerk van deze les is hopelijk af
- jullie hebben goed gewerkt.

Slide 29 - Tekstslide

werkwoord zijn (sein) en hebben (haben)

Slide 30 - Tekstslide

0

Slide 31 - Video

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide