Klas 1: Herhaling grammatica AR unit 2

Herhaling unit 2:
Grammatica:
- Lidwoorden: a of an
- Klokkijken in het Engels
- to have got
- meervoudsvorm


1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Herhaling unit 2:
Grammatica:
- Lidwoorden: a of an
- Klokkijken in het Engels
- to have got
- meervoudsvorm


Slide 1 - Tekstslide

een = a/an

Slide 2 - Tekstslide

Klokkijken

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

To have got
+ = bevestigend (iets is zo)
- = ontkennend (iets is niet zo)
? = vraagzin
Werkwoord:
to have got
+ = bevestigend (iets is zo)
- = ontkennend (iets is niet zo)
? = vraagzin

Slide 5 - Tekstslide

Meervoud

Slide 6 - Tekstslide

a of an?
A
a brother
B
an brother

Slide 7 - Quizvraag

A of An?
A
A donut
B
An donut

Slide 8 - Quizvraag

A of An?
A
A animal
B
An animal

Slide 9 - Quizvraag

A of An?
A
A uniform
B
An uniform

Slide 10 - Quizvraag

A of An?
A
An ear
B
A ear

Slide 11 - Quizvraag

A of An?
A
A hour
B
An hour

Slide 12 - Quizvraag

A of An?
A
A school
B
An school

Slide 13 - Quizvraag

A of An?
A
An sweater
B
A sweater

Slide 14 - Quizvraag

A of An?
A
A holiday
B
An holiday

Slide 15 - Quizvraag

A of An?
A
An apple
B
A apple

Slide 16 - Quizvraag

Telling time:
What time is it?
06:45
A
It's fifteen past seven.
B
It's fifteen to seven.
C
It's a quarter past seven.
D
It's a quarter to seven.

Slide 17 - Quizvraag

Telling time:
What time is it?
03:50
A
It's ten to four.
B
It's fifty past three.
C
It's almost four o'clock
D
It's twenty past half four.

Slide 18 - Quizvraag

Telling time:
What time is it?
13.30
A
It's half past two
B
It's one o'clock
C
It's half past one
D
It's half two

Slide 19 - Quizvraag

Telling time:
What time is it?
07:15
A
It's fifteen past seven.
B
It's fifteen to seven.
C
It's a quarter past seven.
D
It's a quarter to seven.

Slide 20 - Quizvraag

Hoe laat is het? Schrijf het voluit op in een zin!

Slide 21 - Open vraag

Hoe laat is het? Schrijf het voluit op in een zin!

Slide 22 - Open vraag

Hoe laat is het? Schrijf het voluit op in een zin!

Slide 23 - Open vraag

Hoe laat is het? Schrijf het voluit op in een zin!

Slide 24 - Open vraag

Wat is de juiste vorm van 'to have' in deze zin?

They ______ seen their parents in a week.
A
haven't
B
have
C
has
D
hasn't

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van 'to have' in deze zin?

She _____ two siblings.
A
has
B
have
C
haves
D
haven't

Slide 26 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van 'to have' in deze zin?

We _______ any black dresses left.
A
hasn't got
B
have
C
has
D
haven't got

Slide 27 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van 'to have' in deze zin?

Jim _____ a dog.
A
haven't
B
hasn't
C
has
D
have

Slide 28 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van 'to have' in deze zin?

You ______ to be quiet! I am talking to you and I want you to listen.
A
haven't got
B
have got
C
has got
D
hasn't got

Slide 29 - Quizvraag

Meervoud van:
bush
A
bush's
B
bushs
C
bushes
D
bushies

Slide 30 - Quizvraag

Meervoud van:
book
A
book's
B
booken
C
bookes
D
books

Slide 31 - Quizvraag

Meervoud van:
watch
A
watchs
B
watches
C
watch's
D
watchis

Slide 32 - Quizvraag

Meervoud van:
shoe
A
shoe
B
shoes
C
schoe's
D
shoos

Slide 33 - Quizvraag

Meervoud van:
bus
A
buss
B
busses
C
buses
D
buse's

Slide 34 - Quizvraag

Meervoud van:
box
A
box
B
boxen
C
box's
D
boxes

Slide 35 - Quizvraag

Plural of:
pig
A
pigses
B
pigs
C
piggen
D
pig's

Slide 36 - Quizvraag


Plural of:
hand
A
hand
B
hands
C
hand's
D
handes

Slide 37 - Quizvraag

Jullie mogen nu iets voor jezelf gaan doen. 

Reminder:
Aankomende woensdag is het proefwerk!

Slide 38 - Tekstslide