H5.3 Halveringstijd

Hoofdstuk 5 paragraaf 3
Halveringstijd
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5 paragraaf 3
Halveringstijd

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les kan ik ...
... uitleggen wat halveringstijd is. 

... uitleggen wat het verband is tussen aantal deeltjes en activiteit.

... de formule voor aantal deeltjes gebruiken. 

Slide 2 - Tekstslide

onvoltooid verleden tijd eerste persoon enkelvoud

Slide 3 - Tekstslide

Rn-218 vervalt, welke dochterkern ontstaat er dan?
A
Ra-224
B
At-218
C
Pb-214
D
Po-214

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Video

Wanneer springen er per seconde meer schuimbellen kapot?
A
Als je veel schuim hebt
B
Als je weinig schuim hebt
C
Als je geen schuim hebt
D
De hoeveelheid schuim maakt niet uit.

Slide 6 - Quizvraag

Halveringstijd
Radioactieve stoffen vervallen. 

Dit zorgt ervoor dat er steeds minder van deze stof over blijft. 

De halveringstijd t1/2 is de tijd waarin de helft van het aantal atoomkernen vervallen is. 

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld
Er zijn op t = 0 s N = 8,0 x 1020 instabiele kernen. De halveringstijd van deze stof is 2,0 jaar. 

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld
Er zijn op t = 0 N = 8,0 x 1020 instabiele kernen. De halveringstijd van deze stof is 2,0 jaar. 

t = 0 jaar: N = 8,0 x 1020

t = 2,0 jaar:

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld
Er zijn op t = 0 N = 8,0 x 1020 instabiele kernen. De halveringstijd van deze stof is 2,0 jaar. 

t = 0 jaar: N = 8,0 x 1020 

t = 2,0 jaar: N = 4,0 x 1020

t = 4,0 jaar:

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeld
Er zijn op t = 0 N = 8,0 x 1020 instabiele kernen. De halveringstijd van deze stof is 2,0 jaar.

t = 0 jaar: N = 8,0 x 1020 

t = 2,0 jaar: N = 4,0 x 1020 

t = 4,0 jaar: N = 2,0 x 1020 

Slide 11 - Tekstslide

t = 4,0 jaar: N = 2,0 x 10^20 kernen

Op t = 6,0 jaar: N = ?

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Video

Toeval
Je weet niet welke atoomkern gaat vervallen. 

Je weet wel dat in de halveringstijd de helft van de kernen is vervallen. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Link

Je kan dit ook in een formule zetten. 


Formules
N=N0(21)n
n=t21t
N0: Aantal niet vervallen kernen op t= 0
N: Aantal overgebleven niet vervallen kernen na n halveringstijden 
n: Aantal verlopen halveringstijden

t: Verstreken tijd
t1/2: Halveringstijd

Slide 16 - Tekstslide

Er zijn 23 x 10^18 radioactieve uraniumkernen.
Hoeveel radioactieve uraniumkernen zijn er na 5 halfwaardetijden nog over?

Slide 17 - Open vraag

Het verband tussen Activiteit en N.
Als er veel radioactieve kernen (N) zijn.
  • Dan vervallen er ook veel kernen.
  • Dan is de activiteit (A) dus hoog. 

Slide 18 - Tekstslide

Na deze les kan ik ...
... uitleggen wat halveringstijd is. 

... uitleggen wat het verband is tussen aantal deeltjes en activiteit.

... de formule voor aantal deeltjes gebruiken. 

Slide 19 - Tekstslide

Ik heb de doelen behaald!
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Slide 21 - Video