Lesdoel: Leerlingen leren precieze instructies te maken en verwerken (algoritmisch denken)
Benodigd: Doos Lego of Duplo met voldoende gelijkvormige en gelijk gekleurde blokken
Vraag aan de klas:
Heb je wel eens een robot gezien? Hoe werkte die robot eigenlijk? Wisten jullie dat een robot door een computer wordt gestuurt die de robot precies verteld wat hij moet doen?
We leren een algoritme maken. Dat is een duidelijke beschrijving die zorgt dat een computer weet wat hij moet doen. Eigenlijk is elk computerprogramma een algoritme. Maar ook een recept om te koken, of een routebeschrijving zijn voorbeelden van algoritmen. Wij laten robotjes legotorentjes bouwen
Voorbereiding: Maak groepjes van 2 (of 3 als er ergens iemand over is). Zorg dat er een doos lego klaar staat. Laat elk groepje twee gelijke sets van 6- 10 steentjes uitzoeken (10 voor de oudere/plusklas kinderen, 6-8 voor de jongere kinderen) Voor de jongere kinderen moeten de steentjes allemaal dezelfde lengte hebben, voor de anderen mogen de lengtes variëren, zolang ze maar wel telkens allebei dezelfde lengtes hebben van elk steentje.
We gaan in deze les zelf een robot programmeren. Alleen: De Robotjes, dat zijn we zelf. En we gaan de robot vertellen hoe hij een legotoren na moet bouwen.
We doen dat in 3 stappen:
In de eerste stap bedenkt de programmeur van de toren een mooie toren. Let op: de Robot mag de toren niet zien!
In de tweede stap vertelt hij aan de robot hoe hij de toren moet bouwen. De toren is nog steeds verborgen…
In de derde stap laat de programmeur aan de robot zien hoe de toren eruit had moeten zien. Zijn ze hetzelfde? Jeeh! Goed gedaan!
De eerste keer doen we het samen. Daarna maak je om de beurt een toren voor de ander. Eerst een makkelijke, dan een wat moelijkere, dan een hele moeilijke! Ieder kind maakt dus 3 torens.
Om te beginnen halen we blokjes op. Kies samen X blokjes uit, en zorg dat je van elk blokje twee precies dezelfde hebt allebei.
Kies een leerling uit om de eerste keer samen te doen. Bouw zelf een toren en laat de leerling hem nabouwen. Niet hetzelfde? Ga samen na waar het fout is gegaan.
Opdracht:
Nu mogen de leerlingen zelf aan de slag.
Eerst blokjes uitzoeken, dan om en om een voorbeeld voor de ander maken.
Wat was leuker? Robot zijn of programmeur. Als het niet lukte, wat ging er dan fout? Was de instructie niet goed of luisterde de robot niet goed? Bespreek dat in het echt, de fout altijd bij de programmeur ligt, want de computer maakt geen fouten, die doet precies wat hem is opgedragen.
Het is dus belangrijk om heel precies te beschrijven wat een computer/robot moet doen!