les 4 psychiatrie Angststoornissen

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
DoelgroepenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van de les weten jullie verschillende soorten angststoornissen met de daarbij horende oorzaak, gevolg en behandeling
Aan het einde van de les kennen jullie enkele slaapstoornissen en welke interventies hierbij horen

Slide 2 - Tekstslide

welke angsten kennen jullie

Slide 3 - Woordweb

Waar hebben jullie angst of vrees voor?

Slide 4 - Open vraag

Verschil: Angst en Vrees
Bij vrees is duidelijk waarvoor iemand bang is bijv. hoogtevrees, watervrees, etc.

Bij angst is vaak niet duidelijk waarvoor iemand bang is. Je kunt je erg angstig voelen zonder te weten waarom.

Slide 5 - Tekstslide

Alle psychiatrische patiënten kennen angst
We weten allemaal wat angst is. We hebben daar een bepaalde beleving of voorstelling van.

Veel van ons gedrag is erop gericht angst uit de weg te gaan of te voorkomen. We zijn dan geneigd ons overdreven aan te passen i.p.v. het conflict aan te gaan. 

Als de angst zo groot is dat het in denken, voelen en handelen op de voorgrond staat


Dan spreken we van een Angststoornis

Slide 6 - Tekstslide

DSM- 5
De DSM-5 onderscheidt verschillende type Angststoornissen:

  1. Gegeneraliseerde angststoornis
  2. Paniekstoornis
  3. Specifieke fobie
  4. Agorafobie
  5. Sociale angststoornis
  6. Angststoornis door middel/medicatie
  7. Angststoornis door somatische aandoening

Slide 7 - Tekstslide

Gegeneraliseerde angststoornis
Symptomen:
Een overmatige angst en bezorgdheid over veel verschillende dingen in het dagelijks leven zoals:


Perfectionistisch
Conformistisch
Onzeker over zichzelf
Ontevreden over hun prestaties
Taken steeds opnieuw en beter willen doen

Slide 8 - Tekstslide

De angst of bezorgdheid gaat samen met ten minste drie van de volgende lichamelijke klachten:

Slide 9 - Tekstslide

Gegeneraliseerde angststoornis
Oorzaak:
Voor een derde deel is de aandoening erfelijk
Maar of je het ook daadwerkelijk krijgt wanneer erfelijk belast bent, hangt van meer dingen af:
- Over bezorgdheid van ouders
- Negatieve gebeurtenissen tijdens de kinderjaren
- Stressvolle gebeurtenissen in je leven, zoals een sterfgeval



Behandelen:
Cognitieve gedragstherapie
Medicatie (antidepressiva)

Slide 10 - Tekstslide

Paniekstoornis

  • Paniek is een verlammende angst; je kunt letterlijk en figuurlijk niets meer
  • Bij een paniekstoornis is er sprake van paniekaanvallen. Deze kunnen enkele minuten tot enkele uren duren
  • Ze komen onverwachts, met een hevig opkomende angst die gepaard gaat met een intens onbehaaglijk gevoel van onheil
  • Meestal denkt men de eerst keer aan een lichamelijke ziekte



Slide 11 - Tekstslide

Paniekstoornis
Oorzaken:
  • Men denkt dat er meerdere genen een rol spelen
  • Er is een verband tussen ademhalingsstoornissen (astma) en paniekstoornis
  • Geven aan dat er sprake is geweest van stressvolle gebeurtenissen tijdens de maanden voor hun eerste paniekaanval


Behandeling:
  • Zelfhulp en online hulp
  • Psychologische paniekmanagement
  • Medicijnen, antidepressiva 

Slide 12 - Tekstslide

Fobie
Een fobie is wanneer iemand heel erg bang is voor een bepaald;
 voorwerp, persoon, plaats of situatie


Bij een fobie is dus altijd sprake van een fobische situatie of fobische stimuli. Wordt de patiënt aan die situatie blootgesteld dan treedt angst of paniek op


Onderverdelen in specifieke -en agorafobie (DSM-5)

Slide 13 - Tekstslide

Specifieke Fobie
Intense angst voor een bepaald ding, dier of situatie.
  • Je weet eigenlijk wel dat de angst die je hebt overdreven is.
  • Toch doe je je best om datgene waar je angstig van wordt, te vermijden

Angst voor:
honden, katten, spinnen, slangen, bloed, kleine afgesloten ruimtes, hoogtes en voor vliegen
  • Er ontstaan lichamelijke reacties, zoals zweten, hartkloppingen of een hijgende ademhaling. Je kunt ook een paniek aanval krijgen
  • Als de patiënten blootgesteld worden aan deze situaties treedt direct angst op.


Slide 14 - Tekstslide

Specifieke Fobie
Oorzaken:
  • Ontstaat soms na een gebeurtenis die traumatisch of beangstigend voor je is of;

  • dat je een specifieke fobie ontwikkelt na getuige bent geweest of het zien van een ingrijpende gebeurtenis die een ánder overkomt

Slide 15 - Tekstslide

Agorafobie 
Vermijden (bepaalde) situaties buitenshuis
De persoon vermijdt plekken vanuit angst dat ontsnappen moeilijk zal zijn of omdat er in deze situaties geen hulp beschikbaar is als hij of zij in paniek raakt
Bijv. Pleinvrees
Ernstige vorm van agorafobie kunnen mensen aan huis gebonden raken doordat zij echt niet meer naar buiten durven


Oorzaken:
Agorafobie is voor ruim 60% erfelijk
Verband tussen negatieve of stressvolle gebeurtenissen tijdens de kinderjaren

Slide 16 - Tekstslide

Agorafobie 
Behandeling:
Cognitieve gedragstherapie
Medicijnen, antidepressiva
Paniekmanagement

Slide 17 - Tekstslide

Sociale Angststoornis
  • Sociale angststoornis noemen we ook wel Sociale Fobie


  • Je bent bang dat anderen je vreemd of raar vinden, en komt verlegen over
 

  • Het kan ook zijn dat je bang bent voor je eigen reacties op de situatie
Bijvoorbeeld bang dat je gaat blozen of trillen


  • Probeert de door jou zo gevreesde sociale situatie te vermijden


  • Een sociale-angststoornis kan betrekking hebben op één specifieke situatie of op een groot aantal situaties

Slide 18 - Tekstslide

Sociale Angststoornis
Oorzaken:
Er spelen zowel erfelijke als omgevingsfactoren een rol bij het ontstaan


Behandeling:
Cognitieve gedragstherapie gekozen
Medicijnen

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

welke angststoornissen zijn besproken?

Slide 21 - Woordweb

slaapstoornisssss

Slide 22 - Tekstslide

Waarom is slapen belangrijk voor jou?

Slide 23 - Woordweb

Functies van slaap
  • Ontspanning lichamelijk
  • Ontspanning geestelijk
  • Positieve invloed op de geheugen
  • 'slaap is het beste medicijn'

Slide 24 - Tekstslide

Wat gebeurt tijdens het slapen?
  • Ademhaling en hartslag  wordt langzamer.
  • Hersenactiviteit wordt minder.
  • Lichaamstemperatuur wordt iets lager.
  • Spieren ontspannen zich en herstellen.
  • Stofwisseling wordt trager.
  • weefsels vernieuwen zich.
  • (Lichaam groeit)

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Hoeveel uur iemand slaapt, hangt af van...?

  • Leeftijd
  • Tijdstip dat men naar bed gaat
  • Biologische klok

Slide 27 - Tekstslide

Slaap problemen
  • Emotionele/ psychische klachten.
  • Slechte gewoonten.
  • Lichamelijk klachten. 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Slaap stoornissen
* Een slaapstoornis is een stoornis in het slaapwaakpatroon.
* Het is een medische aandoening, dus er kan een diagnose worden gesteld.

Ziektebeelden die bij slaapstoornissen horen zijn:
  • Slaapapneu
  • Narcolepsie
  • Rustelozebenen
  • Parasomnie 

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Vpk interventies; bevorderen van slaap
  • noteer aandachtspunten in verpleegplan (wensen en gewoonten). 
  • Observeren
  • Warmte toedienen
  • Goede activiteitprogramma overdag (dagindeling)
  • Beweging
  • Voeding
  • Creëer een prettige en veilige omgeving

Slide 32 - Tekstslide

Slaap medicatie
  • Probeer eerst andere interventies
  • Slaapmedicatie wordt voorgeschreven door de arts
  • Observeer de werking en het slaap-waakritme
  • Geeft de medicatie pas als de zorgvrager klaar is om te gaan slapen ( toilet is geweest, bed is in orde)

Slide 33 - Tekstslide

Soorten slaapmedicatie
  1. Kortwerkende benzodiazepine
- Bij problemen met het in slaap komen.
- Beginnen meestal binnen 30 min te werken.

2. Langwerkende benzodiazepine
- Bij problemen met doorslapen.
- Deze medicijnen werken meestal na 1uur.

Slide 34 - Tekstslide

Bijwerkingen slaapmedicatie
De belangrijkste bijwerkingen zijn:
  • Slaperigheid, sufheid, vermoeidheid, verminderde coördinatie, spierzwakte, trager denken, afname gevoelens, maagdarmstoornissen, hoofdpijn, duizeligheid, zweten, hartkloppingen, droge ogen, huiduitslag, jeuk en afhankelijkheid.​

Slide 35 - Tekstslide

Vragen?

Slide 36 - Tekstslide