Les 7 week 42 Het betoog leerjaar 2 PW/OA

Les 7
Les Nederlands 

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 7
Les Nederlands 

Slide 1 - Tekstslide

Schrijven
Hoe schrijf je een betoog?

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een betoog?
Een tekst waarbij de schrijver zijn (lezers)publiek wil overtuigen.

Slide 3 - Open vraag

Opbouw van een betoog
- Besteed tijd aan je titel! Verzin deze op het allerlaatst.
  1. Inleiding met stelling
  2. Kern met argumentatie
    - Minimaal twee argumenten voor
    - Minimaal een argument tegen
    - Weerlegging van het tegenargument
  3. Slot

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Titel
Zorg ervoor dat de titel aanspreekt, nieuwsgierig maakt en aansluit bij de tekst. 

               Daarom is het vaak makkelijker om je titel pas aan het eind te verzinnen!

Slide 7 - Tekstslide

INLEIDING
  1. - Stel een of meer directe vragen / retorische vraag
  2. - Uitdagende openingszin
  3. - Aanleiding voor het betoog (actualiteit)
  4. - Anekdote
  5. - Persoonlijke ervaring
  6. - Definitie of omschrijving: introductie van het onderwerp
  7. - Eindigen met je stelling
Begin hier niet direct mee.
Start eerst met de kern, dan de inleiding en uiteindelijk het slot.

Slide 8 - Tekstslide

Wat zet je niet in de inleiding
- Argumenten
- Termen uit de theorie over het betoog (stelling, betoog)
- Algemene opmerkingen: 'zoals iedereen weet...'
- Beginnen met 'ik' doe je NOOIT

Slide 9 - Tekstslide

MIDDENSTUK:
  • Verdeel het in minimaal drie alinea's (ongeveer gelijke lengte)
  • Per alinea één argument (2X) (incl. toelichting en voorbeeld) één tegenargument + weerlegging

Slide 10 - Tekstslide

SLOT
  • Herhaling van de stelling
  • Samenvatting (kortom, zoals we zagen, zoals is gebleken)
  • Conclusie (al met al, dus, derhalve, daarom, concluderend, hieruit volgt)
  • Aanbeveling of advies (de oplossing zou zijn als, mijn advies is)
  • Toekomstverwachting


  1. Je mag ook een combinatie maken!
  2. Niet: enkel de samenvatting van de argumentatie

Slide 11 - Tekstslide

SLOT (vervolg)
Je kunt kiezen voor een 'uitsmijter' als laatste zin, zodat jouw tekst beter blijft hangen bij de lezer.
Doe dit alleen als je zin ook echt geschikt is, dus ergens op slaat!

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Weerlegging

Een argument dat laat zien dat een argument zwak of onwaar is noemen we een weerlegging.

                                                                      Voorbeeld:

Het is fijn dat de aarde opwarmt, want dan kunnen we in ons eigen land lekker veel zonnen (argument voor). Maar de kans dat je huidkanker krijgt, wordt daardoor wel een stuk groter (argument tegen). Als je je echter genoeg insmeert met zonnebrandolie en niet te lang in de zon blijft,  is er niets aan de hand (weerlegging).

Slide 14 - Tekstslide

Hoofd- en subargumenten
Een standpunt kan iemand verduidelijken/ toelichten met hoofdargumenten. Hij kan zijn standpunt aannemelijk proberen te maken met vergelijkingen, voorbeelden, verklaringen. Het doel van de schrijver van een betoog is namelijk: overtuigen. Deze hoofdargumenten ondersteunen het standpunt. Maar ook deze hoofdargumenten kunnen weer verduidelijkt of verklaard worden. Deze verduidelijkingen of verklaringen noemen we dan subargumenten. Dat zijn dus ondergeschikte argumenten waarmee je de hoofdargumenten ondersteunt. Ook deze subargumenten kunnen weer ondersteund worden door subsubargumenten.

Slide 15 - Tekstslide

Argumentatiestructuren 
Huiswerk maken op school is beter voor de leerresultaten.
Op school kun je je beter concentreren.
Er is geen afleiding door tv, telefoon of familieleden.
Je kunt om hulp vragen bij docenten.
De kans dat je je huiswerk maakt, is groter.
Tijdens huiswerkuren ben je verplicht aanwezig.
Je werkt op school onder toezicht. 
Hoofdargumenten
Subargumenten

Slide 16 - Tekstslide

Richtlijnen betoog :
Bij het uiteindelijk schrijven van je betoog begin dan eerst met

  • de kern, daarna met
  • de inleiding en vervolgens met
  • het slot.
Eindig je betoog met een pakkende titel.
Deze onderdelen vormen een goede basis voor je uiteindelijke betoog.

Slide 17 - Tekstslide

OOK NOG BELANGRIJK:
  • Let op spelling en interpunctie.
  • Controleer dit altijd, loop elke zin goed door.

Slide 18 - Tekstslide

LET OP:
wissel deze manieren wel af!

Slide 19 - Tekstslide