Duur: 10–15 minuten
Doel: Kinderen leren eenvoudige als-dan (if-then) redeneringen herkennen en uitvoeren.
Geen materialen nodig, alleen wat ruimte in de kring of klas.
Uitleg aan de leerlingen:
“Jullie gaan meedoen aan een spel waarbij je goed moet luisteren. Als iets waar is voor jou, dan doe je wat ik zeg. Als het niet waar is, blijf je gewoon stil of zitten.”
Lees ze één voor één voor. Wacht even zodat de kinderen kunnen reageren.
Kijk na de eerste even of de leerlingen het begrijpen, en leg anders nog een keer uit waarbij je het zelf voordoet.
Als je een grote broer hebt, dan klap je in je handen. 👏
Als je krullend haar hebt, dan ga je staan en draai je een rondje. 🔄
Als je van bananen houdt, dan spring je één keer in de lucht. 🍌
Als je een hond als huisdier hebt, dan doe je alsof je blaft. 🐶
Als je een blauwe trui aan hebt, dan steek je je handen in de lucht. 🧤
Als je vanochtend brood hebt gegeten, dan tik je op je hoofd. 🍞
Als je schoenen aan hebt met veters, dan stamp je met je voeten. 👟
Afsluiting:
Laat de kinderen zelf een “als-dan”-zin bedenken. Bijvoorbeeld:
“Als je van ijs houdt, dan doe je een gek gezicht!” 😜
Geef een aantal kinderen de beurt als ze iets hebben bedacht. Geef ze niet de beurt voordat ze hun hand hebben opgestoken dat ze iets weten, het kan lastig zijn iets te bedenken!