Belgische Revolutie


Belgische Revolutie
1830
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
geschiedenisSecundair onderwijs

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les


Belgische Revolutie
1830

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Na het Congres van Wenen werd de kaart van Europa terug grondig door elkaar geschud.
De machthebbers trachten de klok 30 jaar terug te draaien. Maar onder invloed van de Verlichte ideeën ontstonden de 2 stromingen die jullie in het vorige hoofdstuk bestudeerden: liberalisme en nationalisme.
De tandpasta was uit de tube en kan er dus niet meer terug in, net zoals deze ideeën ook niet terug in de vergetelheid konden gebracht worden.
De 19e eeuw wordt gekenmerkt door twee revolutiegolven in 1830 en 1848 – voor ons de meest bepalende Revolutie is uiteraard de Belgische Revolutie.
Maar hoe kwam deze tot stand? Wat waren de motieven en de aanleiding? Hoe leidt een onwaarschijnlijke coalitie tot een grondwet die op dat moment een van de meest vooruitstrevende is, maar tegelijk als compromis Belge conservatieve elementen bevat. En wat zijn de gevolgen op langere termijn?
Dit is de Belgische Revolutie.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoeksvraag:
Hoe dragen het ontstaan van het liberalisme en nationalisme bij tot de oorzaken van de Belgische Revolutie?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
* je analyseert de oorzaken van de Belgische Revolutie (benoemen van oorzaken + verklaren in kader van maatschappelijke context)
* je legt uit hoe het ontstaan van liberalisme en nationalisme factoren waren bij deze revolutie
* je analyseert hoe het Monsterverbond ontstond en waarom dit uit elkaar viel
* je verklaart waarom België het recht verkreeg van de grootmachten om onafhankelijk te worden
* je analyseert de gevolgen van de onafhankelijkheid van België op politiek gebied binnen Europa
* Je toont aan hoe de Belgische grondwet een compromis is tussen progressieve en conservatieve element
* je past leerstof toe op bronteksten/afbeeldingen
* Je legt de scheiding der machten in België uit
* je plaatst volgende begrippen in tijd/ruimte/betekenis: ministeriële verantwoordelijkheid, volkssoevereiniteit, scheiding der machten, legitimiteitsprincipe, monsterverbond, unionisme, Voorlopig Bewind, Conferentie van Londen, Belgische grondwet, constitutionele monarchie, representatieve democratie, progressief, conservatief
* je plaats volgende personen in tijd/ruimte/belang: Willem I, Leopold I

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

In de zomer van 1830 is het onrustig in Europa: op verschillende plaatsen breken opstanden uit. In het zuiden van het Verenigd Koninkrijk blijft de ontevredenheid over de regering van Willem I. 
Eind augustus breekt een opstand los. Aanleiding is de opvoering van de opera 'De stomme van Partici' waarin de vrijheid en de liefde voor het vaderland worden bezongen. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koning, adel
de liberale burgerij
De hoge burgerij heeft de macht dankzij cijnskiesrecht
Gewone volk
Koning, adel en burgerij
Einde traditionele politiek. De machthebbers moeten rekening houden met het volk
De Restauratie
Totalitaire regimes komen op
Terugkeer van de standenmaatschappij

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke landen ontstaan door afscheuring?
Welke landen ontstaan door eenmaking?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afscheuring: België, Noorwegen, Griekenland, Servië, Roemenië, Bulgarije, Albanië
Eenmaking: Duitsland en Italië

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul het schema aan
Leenstelsel
Bourgondiërs
Spaanse periode
Oostenrijkers
Franse periode
Verenigde Koninkrijk der Nederlanden

Slide 13 - Sleepvraag

Het land dat wij vandaag als België kennen bestond voor 1830 nog nooit in deze samenstelling.
Doorheen de geschiedenis spreken we over de Zuidelijke Nederlanden (hoewel onder Napoleon er al over ‘België’ gesproken werd en de term reeds van bij Caesar die de Belgae versloeg al gekend was)
De Zuidelijke Nederlanden blijken doorheen de tijd een gegeerd gebied. Zowel economisch als strategisch bracht het op om zeggenschap te hebben over dit gebied – dit was weliswaar niet altijd even evident voor de machthebber (ik denk bijvoorbeeld aan de opstandige steden – Gent voorop tijdens de tijd van de Bourgondische Hertogen)
Laat ons even naar de tijdlijn kijken:
Van 900-1000 is het gebied ingedeeld in verschillende graafschappen en hertogdommen onder het leensysteem om feodale systeem
Van 1484-1482 zijn de Nederlandse gewesten verenigd onder de Bourgondiërs (ik wil wel benadrukken dat geografisch er zeker verschillen zijn – de ‘Nederlanden’ bekijken tijdens de Middeleeuwen is niet makkelijk door de versnippering van de steden en graafschappen. Ik maak graag even reclame voor het prachtige boek van Bart Van Loo: De Bourgondiërs – onze oervader Filips De Schone komt helemaal tot leven. Voor wie geen lezer is, niet getreurd, er bestaat ook een even sublieme podcast van Klara over ingesproken door de meesterverteller Bart Van Loo zelf met bijhorende muziek. Een aanrader!)
In het 4e jaar zagen jullie vervolgens hoe Karel V de Nederlanden één maakte onder het bewind eerst van de Spaanse Habsburgers (rijk waar de zon nooit onder ging, nietwaar) en de eerste scheiding van de Nederlanden door de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden in het Verdrag van Munster in 1648 (verdrag in de reeks van de Vrede van Westfalen die de 80-jarige oorlog ten einde bracht).
De Zuidelijke Nederlanden bleven in Spaanse handen tot de dood van de laatste Spaanse Habsburger Karel II (Carlos) kinderloos stierf. Boven het hoofd van de gehandicapte, half seniele koning speelden decennia van geruzie over de te erven troon het Europese continent parten.
Zijn beide zwagers (schoonbroers): Lodewijk XIV van Frankrijk en de Duitse keizer Leopold – 2 grootmachten die streden om de andere grootmacht te verkrijgen. In het testament van Karel ging zijn erfenis uiteindelijk over naar de kleinzoon van Lodewijk XIV, Filips. Maar in realiteit heerste Lodewijk en dit zorgde ervoor dat het machtsevenwicht zoek was in Europa – een grote alliantie vormde zich tegen de Fransen toen deze oa de Zuidelijke Nederlanden binnenvielen. Om een lang verhaal kort te maken eindigden wij bij de verdelingen van het grondgebied bij de Oostenrijkse Habsburgers dat na de dood van Leopold ondertussen was overgegaan naar zijn zoon
Om het makkelijk te maken ook een Karel. Met name Karel VI (Rooms-Duitse keizer (Karel VI), als koning van Bohemen (Karel II), als koning van Hongarije en Kroatië (Karel III) en als aartshertog van Oostenrijk.
Vanaf 1795 komen we voor dit jaar in bekendere gebieden waarbij Napoleon de Zuidelijke Nederlanden verovert: de Franse periode.
Na het Congres van Wenen worden de Nederlanden herenigd.
Dit overzicht leert ons dat grenzen voortdurend verschuiven.
De vraag is uiteraard wat de toekomst zal brengen…

1. Waarom werd het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opgericht?
2. Welke hedendaagse gebieden behoorden tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom? Als bufferstaat tegen Frankrijk (omringingspolitiek)
Gebieden? België, Nederland en Luxemburg

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijk het Noorden
Wat zijn de
en het Zuiden
belangrijkste verschillen?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken horen bij het Zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden? En welke bij het Noorden? 
NOORDEN
kenmerk
ZUIDEN
Godsdienst
Demografie
Taal
Nederlandstalig
Franstalig
katholiek
minder dicht bevolkt
protestant
dichter bevolkt

Slide 18 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Tegen welke ideeën kant Willem zich hier uitdrukkelijk?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- Volkssoevereiniteit
- Scheiding der machten
- Ministeriële verantwoordelijkheid
Wat is ministeriële verantwoordelijkheid?
Ministers (= de regering) leggen verantwoording af aan het parlement

Slide 21 - Tekstslide

Laat ons samen naar een stukje brontekst kijken. Hoe kijkt Willem I naar de staatshervorming?
‘Ik heb bewezen een open oor te hebben voor gerechtvaardigde eisen, maar ik zal niet toestaan dat de rollen worden omgekeerd. Als het volk soeverein is, is de koning het niet. Want er kunnen iet twee verantwoordelijke machten tegelijk in de staat zijn.” Willem denkt hier een faire vorst te zijn, maar verzet zich direct tegen het principe van de volkssoevereiniteit. De macht kan volgens hem niet én bij de vorst én bij het volk liggen en de macht ligt dus uiteraard bij hem.
“In de grondwet is geen sprake van ministeriële verantwoordelijkheid, noch van volkssoevereiniteit, noch van andere nieuwigheden die ik niet van plan ben te mijnen kosten te proberen.
De bevoegdheden van het staatshoofd en van de kamers zijn er duidelijk in omschreven en alle daarvan afwijkende theorieën zijn ongrondwettelijk, revolutionair en komen neer op muiterij.
Ik ben de koning der Nederlanden: ik ken mijn rechten en mijn plichten en ik zal met alle middelen de grondwet handhaven waarop ik de eed heb afgelegd.
Hij zag zijn ministers als dienaars – hij hield weinig rekening met de adviezen en verzette zich tegen ministeriële verantwoordelijkheid. Wat is dit nu? Ministers (de regering dus. de uitvoerende macht) die aan het parlement (wetgevende macht) verantwoording afleggen.
Wanneer de nieuwe grondwet verworpen werd door de Staten-Generaal (het parlement) van de Zuidelijke Nederlanden gaat hij enkele rekenkundige trucs gebruiken om hem toch goed te keuren.
Hij rekende alle afwezigen bij de ja-stemmen en alle stemmen die tegenstemden omwille van religieuze redenen (de grondwet voorzag vrijheid van godsdienst – de katholieke kerk zag dit helemaal niet zitten en bijgevolg de notabelen ook niet) telde hij ook als ja-stem).
Hij verzet zich hier dus uitdrukkelijk tegen de scheiding der machten (hij blijft zowel de uitvoerende als de wetgevende macht in zijn ogen: schijndemocratie klinkt bekend vanuit Napoleontische tijd) en dus ook tegen ministeriële verantwoordelijkheid – hij ziet de ministers niet als de uitvoerende macht, maar als zijn bedienden.
De facto probeert Willem te heersen als een Verlicht Despoot (alles voor het volk, niets door het volk – toepassing van de verlichte ideeën in zijn bestuur, maar zeker niet door inspraak van het volk).
Maar de Zuidelijke Nederlanden waren misnoegd na de stemming van de grondwet. Willem I had met de uitslag gesjoemeld en zich stemmen toegeëigend die wettelijk gezien niet van hem waren (zo zie je dat commotie rond wettelijke stemmen niet alleen vandaag gebeurt, Trumpisme), maar daarbij kwam nog dat de Zuidelijke Nederlanden evenveel vertegenwoordigers kreeg in de 2e kamer van de Staten-Generaal hoewel zij demografisch gezien met veel meer waren . Maar de Zuidelijke Nederlanden mochten wel meer bijdragen bij de afbetaling van de schulden

Toon aan dat de koning in dit systeem veel macht heeft

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Bestudeer de bronnen in je cursus en beschrijf welke maatregelen Willem I neemt

Wat denk je dat zijn bedoeling is met die maatregelen?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontevredenheid Willem I: BESTUUR
  • Invoering grondwet met veel macht voor de koning 
- Benoemt een deel van de Staten-Generaal (parlement)
- Koning kan wetten afkeuren
- Geen ministeriële verantwoordelijkheid
- Geen Persvrijheid
GEVOLG: Liberalen zijn ontevreden

Bovendien
1. Het Zuiden is dichtbevolkter, maar heeft maar evenveel vertegenwoordigers in de Staten-Generaal
2. Het Zuiden had tegen de grondwet gestemd, maar deze raakte door de 'Hollandse rekenkunde' toch goedgekeurd

Slide 24 - Tekstslide

Autoritair bestuur
Ontevredenheid Willem I: onderwijs en religie
  • Religieuze beleid
    - Godsdienstvrijheid
    - Afschaffen kleinseminaries priesteropleiding (in plaats komt een filosofisch college)
    - Willem I wil bisschoppen benoemen
  • Onderwijsbeleid
    - Oprichting Rijksscholen
    - Probeert invloed van de katholieke kerk over het onderwijs te verminderen

    GEVOLG: katholieke kerk is ontevreden 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontevredenheid Willem I: Taal
  • Taalpolitiek
    - Nederlands wordt de
    bestuurstaal in Vlaanderen
    - promoten van Nederlands in
    Wallonië
    GEVOLG: Franstaligen ontevreden
    (Rijke burgerij en adel) 

Slide 26 - Tekstslide

Taalpolitiek:
Vanaf 1819 werd het gebruik van het Nederlands in het Vlaamse gedeelte (en dus ook in Brussel) verplicht in administratie, rechtspraak, leger en onderwijs – er werd nl gekeken naar de taal van het volk
Maar de Franstalige burgerij was hiermee uiteraard niet blij – zij zagen zich zo uitgesloten van een carrière binnen administratie, gerecht en leger
Ook wordt het Nederlands gepromoot in Wallonië
Bref: boze burgerij en boze adel

Ontevredenheid Willem I: Economie
Willem I, wilde van Nederland een modern land maken 'Koopman-koning': 
  • stimuleerde de economie en industrie
    - aanleg wegen, kanalen en havens
    - Oprichting Generale Maatschappij (bank)
    - Aankopen gronden voor industrie

Dit is positief voor de industriëlen!
Maar - ontevredenheid bij:
  • Werklieden uit de traditionele ambachten door concurrentie van industrie
  • Adel (grondbezitters!) wou meer aandacht voor de landbouw


Bovendien
Economische crisis eind jaren 1820:
Het gewone volk is ontevreden door de stijgende voedselprijzen

Slide 27 - Tekstslide

Aanvankelijk was de burgerij nochtans blij met Willem: zijn aanpak van de rooms-katholieke kerk paste perfect bij de antiklerikale verlichte opvattingen van de progressieve burgerij. Ook zijn economische politiek zorgde voor bloei:
Hij liet kanalen en havens aanleggen
Richtte de Generale Maatschappij op om kredieten te verlenen aan bedrijven (we zitten hier dus in het bankwezen)
- hij steunde industriëlen zoals Cockerill in Luik (staalindustrie) oa door de aankoop van gronden door die industrie
Maar dit zorgde wel wrevel bij
Kleine ondernemers die zich over het hoofd gezien zagen
Ambachtslieden die door de industriële productie werden weggeconcurreerd (ik leg dus al graag de brug met het volgende hoofdstuk: de Industriële Revolutie – Willem was zeker een ondernemer van zijn tijd)
Grondadel: meer aandacht voor de belangen van de landbouw en traditionele grondbezit (ipv onteigening voor industrie)
Bovendien werd het gewone volk ontevreden door de stijgende voedselprijzen en de crisis eind jaren ‘20: enkele mislukte oogsten vielen samen met de harde winter van 1829 en 1830

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Godsdienstvrijheid, Wou kerk onder zijn controle krijgen en de rol van de geestelijken beperken (oa in het onderwijs)
Voelden zich uitgesloten uit het systeem door autoritaire koning - grondwet gesjoemel 
Geen ministeriële verantwoordelijkheid
Door de economische ontwikkelingen werden ambachtslieden weggeconcurreerd
Het gebruik van het Nederlands in het Vlaamse landsgedeelte werd verplicht in administratie, leger, rechtspraak en onderwijs (terwijl elite Frans sprak en zo werd uitgesloten)
Wilden medebeslissingsrecht, maar er was cijnskiesrecht
Economische crisis weegt zwaar door

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tussen de katholieken (geestelijkheid) en liberalen
werd een monsterverbond gesloten
Waarom is het monsterverbond
een eigenaardig verbond?

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Tussen de katholieken (geestelijkheid) en liberalen
werd een monsterverbond gesloten
Waarom is het monsterverbond
een eigenaardig verbond?

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet de cartoonist dit verbond evolueren?

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet de cartoonist dit verbond evolueren?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

  • In 1828 sloten liberalen en katholieken het monsterverbond
  • In 1848 kwam een einde aan dit unionisme
Opdracht liberale en nationalistische kenmerken

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Zet onderstaande gebeurtenissen over de Belgische Opstand op de juiste volgorde, van links naar rechts.
Gevechten in Brussel
Plunderingen Brussel
Oprichting burgerwacht
Koning stuurt troepen naar Brussel
Eisen aan regering
Conferentie van Londen
Onafhankelijkheid van België

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de kant van Holland: willen VKN behouden als bufferstaat
Aan de kant van België: willen de bufferstaat verzwakken. Bovendien is Franstalig België een mogelijke bondgenoot
Onderhandelt compromis: onafhankelijk België moet neutraal blijven

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noord en Zuid
Congres van Londen (1839) 
België wordt onder een aantal voorwaarden onafhankelijk: 


  1. Deel staatsschuld NL afbetalen. 
  2. Limburg en Luxemburg naar NL, 
  3. België eeuwigdurend neutraal. 

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is de mogelijke hereniging van België met Frankrijk onaanvaardbaar voor Groot-Brittannië?

Slide 44 - Open vraag

Dan zou Frankrijk weer te machtig worden. België was tijdens het Congres van Wenen, waar Groot-Brittannië een van de grootmachten was, juist verenigd met Nederland om een bufferstaat te vormen tegen Frankrijk. 

Gevolgen



  • 1831: Leopold I wordt de eerste Belgische koning
  • 1831: Tiendaagse Veldtocht
  • 1839: onder internationale druk erkent Willem I de onafhankelijkheid
  • 1840: Willem I treedt af
Aanvaardde Willem I de regeling van het verdrag van Londen?
Neen, hij weigerde tot 1839 om het verdrag te ondertekenen en hield de hele tijd zijn leger klaar aan de grens

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

waarbij burgers de wetgevende macht over hebben gedragen aan volksvertegenwoordigers 
de rol van de Koning wordt vastgelegd in de Grondwet (de belangrijkste wet van de Belgen)

Slide 47 - Tekstslide

België werd een parlementaire monarchie met als hoofdprincipe van de grondwet een scheiding der machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht, Montesqieue zou trots geweest zijn.
De grondwet was zeer vooruitstrevend voor die tijd, maar bevat ook enkele conservatieve elementen om de adel en geestelijkheid tevreden te stellen en de andere grootmachten niet voor het hoofd te stoten.
Het Compromis Belge – een cliché met veel waarheid dat tot op vandaag bestaat. Wij Belgen staan er tot op heden om gekend om tot in het absurde compromissen te kunnen sluiten om iedereen tevreden te stellen of op zijn minst niemand voor het hoofd te stoten.
Je kan dit ook zeer postitief bekijken: wij, belgen zijn meester in de diplomatie. Je ziet dat ook weerspiegelt in het aantal Europese topfuncties die toebedeeld worden aan België. In de korte periode bekleedden al 2 belgen de functie van president van Europa. Een functie die eigenlijk niet bestaat (dit is de voorzitter van de Europese Raad, momenteel de Belg en ex-premier Charles Michel) maar in de volksmond wel zo wordt genoemd.
Onze grondwet werd geïnspireerd door de Verlichting, de Amerikaanse Revolutie en de Franse Revolutie met als 4 hoofdprincipes:
Constitutionele monarchie
Represenatieve democratie - representatieve of indirecte democratie als de politieke besluitvorming plaatsvindt door gekozen volksvertegenwoordigers. Indien alle leden van een samenleving regeren zonder tussenkomst van vertegenwoordigers, spreken we van directe democratie.
Scheiding der machten
Volkssoevereiniteit (macht ligt bij het volk. Het rijke volk weliswaar: cijnskiesrecht) – algemeen enkelvoudig stemrecht is pas een feit in 1948)
Ga nu zelf aan de slag: je vindt in de cursus een brontekst over de Belgische grondwet – vul de bijhorende vragen in en bekijk de aflevering ‘België voor beginners’

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

belasting waardoor kranten enkel voor de rijken waren

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen uit deze les
  • Restauratie
  • Volkssoevereiniteit
  •  Scheiding der machten
  •  Ministeriële verantwoordelijkheid
  • Conservatisme
  • Progressief
  • Liberalisme
  • Nationalisme
  • Unionisme
  • Monsterverbond
  • Grondwet

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies