Examentraining 5H/V6 2026

Examentraining 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Examentraining 

Slide 1 - Tekstslide

Examentekst(en)
Tijdens het examen lees je in 2,5 uur ongeveer 12 teksten en maak je bijbehorende vragen.

Per vraag heb je gemiddeld 3 minuten de tijd.
Het is daarom belangrijk dat je goed weet hoe je het beantwoorden van de vragen moet aanpakken. 

Slide 2 - Tekstslide

Woordenboekgebruik
Gebruik NIET meteen je woordenboek.
Anders raak je echt in tijdnood!

Kijk eerst of je de betekenis van een woord op een andere manier kunt achterhalen. Misschien lijkt het woord op een andere taal die je kent, wordt de betekenis in een voetnoot gegeven of kun je de betekenis uit de context afleiden.

Slide 3 - Tekstslide

Leesstrategieën 
Om zo effectief mogelijk te lezen moet je leesstrategieën toepassen.
 

Welke type vraag je ook moet beantwoorden, ga altijd als volgt te werk. 

Slide 4 - Tekstslide

Vraagsoorten
1) Meerkeuzevraag
2) Open vraag
3) Juist/ onjuist vragen
4) Invulvragen bij gatenteksten

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Meerkeuzevraag
Ongeveer 2/3 van de examenvragen is meerkeuzevragen.
Meerkeuzevragen pak je als volgt aan:
1) Lees de meerkeuzevraag ( alleen de vraag).
2) Bepaal in welk tekstgedeelte je het antwoord op de vraag moet zoeken en lees dit stukje nauwkeurig door. Onderstreep de aanwijzingen in de tekst.

Slide 9 - Tekstslide

Suite...
3) Probeer in gedachten zelf een antwoord te formuleren.
4) Lees nu de antwoordopties nauwkeurig door en zorg dat je het begrijpt. Vergelijk ze met het door jezelf bedachte antwoord en kies de antwoordoptie die het meest lijkt op het door jezelf bedachte antwoord.
5) Als je niet direct het juiste antwoord op de vraag kunt vinden tussen de gegeven mogelijkheden, pas dan de eliminatiemethode toe..

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Open vraag
1) Oriënteer je op de tekst: lees de titel, de inleiding, de tussenkopjes van de tekst en bekijk de illustraties. Lees ook de tekstbron.

2) Lees de vraag goed door ( begin dus niet met het lezen van de tekst). Nog niet naar de antwoordmogelijkheden kijken.

Slide 12 - Tekstslide

Suite....
3) Bepaal je leesdoel:

a) Intensief lezen ( hoofdgedachte van tekst/ stuk tekst vinden)
b) Zoekend lezen ( scannen naar bepaalde informatie)

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Juist/onjuist vragen
1) Lees de beweringen zorgvuldig.
2) Zoek het tekstgedeelte op waarnaar wordt verwezen.
3) Lees het betreffende gedeelte nauwkeurig door en vergelijk met de beweringen.
4) Vind je bewijzen in de tekst over één van de beweringen? Dan is deze juist, anders is het onjuist.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Invulvragen bij gatenteksten
Invulvragen zijn vragen waarbij je één of meer woorden op een plek in de tekst moet invullen.

In de volgende dia leg ik uit hoe je invulvragen aanpakt.

Slide 19 - Tekstslide

Aanpak invulvragen
1) Lees de tekst tot het gat globaal om te begrijpen waar het over gaat.
2) Lees de zin waarin de open plek voorkomt nauwkeurig door. Lees ook de tekstgedeelte vóór en na de open plek.
3) Kijk nog niet naar de antwoordopties, maar bepaal eerst welk verband er is tussen het deel voor en na de open plek.

Slide 20 - Tekstslide

Suite...
4) Bepaal welk soort woord je in moet vullen ( signaalwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoord) en verzin zelf een woord dat je passend lijkt op deze open plek.
5) Vertaal de antwoordopties in het Nederlands en kies het woord dat het meeste lijkt op het woord dat je zelf bedacht had.
6) Controleer je antwoord door het gekozen woord in de zin in te vullen en te kijken of deze past.

Slide 21 - Tekstslide

Extra tip
Weet dat de vragen altijd chronologisch worden gesteld.

Dat wil zeggen dat wanneer vraag 1 bijv. over alinea 1 gaat en vraag 3 over alinea 4, dan zal het antwoord van vraag 2 tussen alinea 1 en alinea 4 zitten.

Slide 22 - Tekstslide

Veelvoorkomende examenvragen
Zie quizlet: https://quizlet.com/join/wvbkEPZYh?i=1oeaek&x=1bqt
en/of 
StudyGo: https://studygo.com/nl/learn/groups/377412/join?key=ab672db
CSE Examenvragen 
Veelvoorkomende vragen en woorden examenvoorbereiding SE CE Havo

Slide 23 - Tekstslide

parce que
mais
pourtant
par exemple
si
par contre
donc
ensuite
bref
en plus
daarentegen
dus
bovendien
omdat
kortom
vervolgens
toch
bijvoorbeeld
maar
als

Slide 24 - Sleepvraag

Traduis les connecteurs
ook
ten eerste
inderdaad
ongetwijfeld
zelfs
dus
également
d'abord
en effet
sans aucun doute
même
donc

Slide 25 - Sleepvraag

Slide 26 - Video