werkwoordspelling - Voltooide tijd

Werkwoordspelling Voltooide tijd
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Werkwoordspelling Voltooide tijd

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Werkwoordspelling Voltooide tijd

Is het een zwak werkwoord?
Ik schrijf het hele werkwoord op.
Ik haal -en eraf.
Check: zit de laatste letter in 't ex-kofschip?
Ja, dan -te (enkelvoud) of -ten (meervoud)
Nee, dan -de (enkelvoud) of -den (meervoud)
Ik schrijf de stam op. (de z verandert in een s) (de v verandert in een f)
Ik schrijf te of ten erachter / de of den erachter.

Slide 3 - Tekstslide

(Beroven)
De boef heeft de bank (VTT ...................)

Slide 4 - Open vraag

De leraar herhaalt de vraag.
De leraar heeft de vraag (VTT ...............)

Slide 5 - Open vraag

(Draven)
Het paard heeft in de wei (VTT ...............)

Slide 6 - Open vraag

Mijn moeder omhelst mijn broertje.
Mijn moeder heeft mijn broertje (VTT ...............)

Slide 7 - Open vraag

De vogels vliegen in de lucht.
De vogels hebben in de lucht (VTT ...............)

Slide 8 - Open vraag

Mijn broer onderschat de toets.
Mijn broer heeft de toets (VTT ...............)

Slide 9 - Open vraag

(Gonzen)
De bijen hebben in de lucht (VTT ...............)

Slide 10 - Open vraag

De vlieger zweeft in de lucht.
De vlieger heeft in de lucht (VTT ...............)

Slide 11 - Open vraag

De kok bakt een heerlijk gerecht.
De kok heeft een heerlijk gerecht (VTT ...............)

Slide 12 - Open vraag

De coureur sjeest over het circuit.
De coureur heeft over het circuit (VTT ...............)

Slide 13 - Open vraag

(Geloven)
M'n neefje heeft in Sinterklaas (VTT ...............)

Slide 14 - Open vraag

De hond spitst zijn oren.
De hond heeft zijn oren (VTT ...............)

Slide 15 - Open vraag

Sam proeft de soep.
Sam heeft de soep (VTT ...............)

Slide 16 - Open vraag

Mijn t-shirt stinkt naar zweet.
Mijn t-shirt heeft naar zweet (VTT ...............)

Slide 17 - Open vraag

Mijn tante overnacht op het vliegveld.
Mijn tante heeft op het vliegveld (VTT ...............)

Slide 18 - Open vraag

Opa mixt een drankje.
Opa heeft een drankje (VTT ...............)

Slide 19 - Open vraag