cross

Zuren en basen Les 5

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeHBO

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Zuren en basen
Zuren en basen
Wat weet en kun je al?
Je weet wat sterke en zwakke zuren zijn
Je weet wat sterke en zwakke basen zijn
Je kunt de pH en pOH berekenen 
Je kunt de evenwichtsvoorwaarde van een zwak zuur opstellen
Je kunt het verband aangeven tussen de zuurconstante en de base constante in een zuurbase koppel
Je weet het onderscheid te maken tussen een- en meerwaardige zuren

Slide 2 - Tekstslide

Vragen over de opdrachten?
Te maken huiswerk voor vandaag:

Gelezen en geleerd:  Paragraaf 3
                                        Verband tussen Kz en Kb
                                        Meerwaardige zuren

Gemaakt:                     Opdracht 21 t/m 26

Slide 3 - Tekstslide

We beginnen met een fillempje...

Slide 4 - Tekstslide

Welke pH waarde heeft maagzuur?

Slide 5 - Open vraag

Welke werkzame stoffen zitten in een Rennie?
A
HCl
B
MgCO3
C
CaCO3
D
NaOH

Slide 6 - Quizvraag

Aan de slag met paragraaf 7.4


Zuur-base reacties
H O
Macro niveau
Micro niveau
3
+
OH
-
Macro niveau
Micro niveau

Slide 7 - Tekstslide

Paragraaf 4  Zuur-base reacties
Leerdoelen van vandaag:
- Je kan een zuur-base reactie opstellen
- Je kunt adhv Tabel 49 uitleggen of een zuur-base
   reactie verloopt of niet
- Je kunt bepalen of een zuur-base reactie om sterke zuren,  
   sterke basen, zwakke zuren of zwakke basen gaan
- Je kunt bij reacte van een zwak zuur met zwakke base a.d.h.v.
  de Kz waardes de ligging van het evenwicht bepalen

Slide 8 - Tekstslide

Tot nu toe situaties besproken waarbij 1 zuur en 1 base aan water werden toegevoegd.
In werkelijkheid zijn er vaak meerdere zuren en basen aanwezig die ook zuur-base reacties kunnen aangaan.

Belangrijk om aanwezige deeltjes te inventariseren want...


het sterkste aanwezige zuur reageert met de zwakste aanwezige base

Slide 9 - Tekstslide

Is het sulfide-ion een sterk/zwak zuur of base? Gebruik Binas 49.
A
Sterk zuur
B
Zwak zuur
C
Sterke base
D
Zwakke base

Slide 10 - Quizvraag

Is het ammonium-ion een sterk/zwak zuur of base? Gebruik Binas 66B en 49.
A
Sterk zuur
B
Zwak zuur
C
Sterke base
D
Zwakke base

Slide 11 - Quizvraag

Zuren en hun geconjugeerde basen
en
Basen met hun geconjugeerde zuren
HNO3  (zuur)  en NO3-  (geconj. base)

CH3COOH (zuur)  en   CH3COO-  (geconj. base

NH3 (base)   en  NH4+  (geconj. zuur)

        In tabel 49 staan ze allemaal bij elkaar!
Ook eerder besproken:

Slide 12 - Tekstslide

Koppel het zuur-base paar
HCOOH
HCl
HCrO4
H2BrO3
HS
CH3COO
Cl-
H3BrO3
HCOO-
(CrO4)2-
(HBrO3)2-
H2S
S2-
CH3COOH

Slide 13 - Sleepvraag

Rangschik de volgende zuren en basen van sterk zuur naar sterke base, (bijv; 2, 4, 3, 1):
1 zwavelzuur 2 NaOH-opl
3 NH3 4 CH3COOH

Slide 14 - Open vraag

Zuur-base reacties
Vier varianten:
        1) Een sterk zuur met een sterke base
       2) Een sterk zuur met een zwakke base
       3) Een zwak zuur met een sterke base
       4) Een zwak zuur met een zwakke base
Om te bepalen welke deeltjes in een oplossing met elkaar reageren maken we gebruik van een stappenplan:

Slide 15 - Tekstslide

Stappenplan voor het opstellen van een zuur-base reactie
Stap 1  Deeltjes inventarisatie
Stap 2  Sterkste zuur en sterkste base
Stap 3  Reactievergelijking opstellen
- Noteer van een zoutoplossing de vrije ionen. Noteer een vast zout als
   vaste stof.
- Noteer van een sterk zuur het zuurrestion en het H3O+-ion. Voor een
   sterke base het base restion en het OH--ion.
- Noteer van een opgelost zwak zuur of zwakke base in 
Bepaal met Binas T49 het sterkste zuur en de zwakste base
Rekening houden met aflopende reacties, evenwichtreacties, overmaat van een van de beginstoffen en meerwaardige zuren en basen

Slide 16 - Tekstslide

Voorbeeld 1:
Salmiak reageert met kaliloog

Stap 1  Deeltjes inventarisatie
Salmiak is het zout NH4Cl en lost volledig op in water.
Kaliloog, KOH, is ook een zout en lost ook volledig op.
Aanwezige deeltjes: NH4+, Cl-, K+, OH- en H2O
Stap 2  Sterkste zuur en sterkste base
Volgens Binas T49 is NH4+ het sterkste zuur en OH- de sterkste base het sterkste aanwezige zuur reageert met de zwakste aanwezige base
Stap 3  Reactievergelijking
NH4+  +   OH-    ---->    NH3  + H2O

Slide 17 - Tekstslide

Voorbeeld 2:
Waterstoffluoride-opl en natriumsulfiet-opl
Stap 1  Deeltjes inventarisatie
HF is een zwak zuur en wordt genoteerd als HF (aq). Natriumsulfiet is een opgelost zout en bestaat uit Na+ en SO3   -ionen.
Aanwezige deeltjes: SO3   , Na+, HF, en H2O
Stap 2  Sterkste zuur en sterkste base
Volgens Binas T49 is HF het sterkste zuur en SO3    de sterkste base 
Stap 3  Reactievergelijking
HF (aq)  +  SO3   (aq)    ---->    F- (aq)  + HSO3  (aq)
2-
2-
2-
HF en SO3    zijn beide zwak. De zuur-base reactie is dus een evenwichtsreact
2-
-
2-
De Kz van HF = 6,3 x 10    en de Kz van HSO3   = 6,2 x 10   . De Kz van HF is 10000x groter dan de Kz van HSO3  , het geconjugeerde zuur van SO3   . Het evenwicht zal daarom aan de kant van HSO3   te liggen.
2-
-
-
-4
-8

Slide 18 - Tekstslide

Zelf aan de slag...
- Maak groepjes van drie personen
- Neem het stappenplan op pag 29 voor je
- Lees de groepsopdracht op het A4 door
- Verdeel de taken zoals aangegeven
- Maak de opdrachten volgens het aangereikte model


Duur: In totaal 20 min.


Slide 19 - Tekstslide

Vul de evaluatie aan het eind van de opdracht in
Zelf aan de slag...

Slide 20 - Tekstslide

Wat ging er goed?

Slide 21 - Open vraag

Wat ging er minder goed?

Slide 22 - Open vraag

Vond je de gemaakte opdrachten lastig?


Had je alle gemaakte opdrachten goed?


Neem de voorbeelden op pag 29 t/m 31 nog eens goed door.
Maak opdracht 29 om extra te oefenen.
Daarna maak je opdracht 30 t/m 33

Bekijk eventueel dit filmpje van Examenoverzicht:
        https://www.youtube.com/watch?v=j0Oqqx8IjfA
Ga aan de slag met opdracht 30 t/m 33
Huiswerk:  Bestudeer paragraaf 7.4 en maak 
                     bovenstaande opdrachten

Slide 23 - Tekstslide