5V - Periode 3, Les 22+23 - 06-05-2026

Bienvenidos
lessonup klascode
VWO 5: oivdd


1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bienvenidos
lessonup klascode
VWO 5: oivdd


Slide 1 - Tekstslide

Reglas:

  1. groeten bij binnenkomst, telefoon in de tas
  2. spullen en huiswerk in orde
  3. bij binnenkomst rustig op eigen plaats gaan zitten
  4. als docent of een medeleerling spreekt ben je stil
  5. vragen? hand opsteken
  6. computer alleen gebruiken voor de les, en alleen indien de docent dat vraagt (dus geen andere bestanden of meldingen open hebben staan)
                                                 
                                    Respecteer elkaar, en elkaars spullen.

Slide 2 - Tekstslide

Info 
Período 3
1. Materiales:
- Lessonup, SOM
- Schrift, Pennen, Mapje, Laptop

2. Exámenes
- Voca (13 de mayo)
- Grammatica (25-29 de mayo)
- Oral (TW) (presentación de cómo podrían hacer que Laar & Berg fuera más sostenible) 


Slide 3 - Tekstslide

Los objetivos
- ik kan vertellen over mijn vakantie in de verleden tijd 
- ik kan ideeën formuleren over duurzaamheid op school / vakantie
--> ik kan hierbij gebruik maken van de imperativo, futuro en condicional, LV, MV
- Ik oefen met korte spreekvaardigheidsoefeningen 
- Ik kan een fragment luisteren over duurzaamheid en vragen hierover beantwoorden 

Slide 4 - Tekstslide

El programa 
5 min      - El juego del ahorcado 
15 min    - Las vacaciones 
15 min    - Ejercicio auditivo 
pausa
20 min     -  Vocabulario
15 min    - Oral 1 p. 16 conversación 2
5 min      - Evaluación + los deberes







Pak je boekje, schrift + laptop (dicht) 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Las vacaciones  
¿Qué hiciste durante las vacaciones? 
       - 3 zinnen in de indefinido (Fui a../ Comí../ Viajé en..)
       - 1 mening (Lo mejor fue../ lo peor fue..)
       - duurzaamheid: Fue sostenible porque../ No fue sostenible      porque...

Describe tus vacaciones ideales
       -3 zinnen (bestemming, activiteiten, motivatie --> gebruik futuro en condicional)

Slide 7 - Tekstslide

15 min - Ejercicio auditivo 


¿TE UNES A NUESTRA MISIÓN?
Beantwoord de vragen (open vragen mogen in het Nederlands, invulvragen in het Spaans) 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Tekstslide

Vocabulario
20 min - Ga leren!

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

¡A hablar!
practica oral 1 
5 min - preparación
5 min - conversación 2

¿Qué harías si fueras el alcalde/la alcaldesa de tu localidad? 
Hay que/ Debemos/ Tenemos que + infinitivo 
Si fuera alcalde en ... + condicional 
En una situación ideal... + condicional 
timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

1. Hoe was de les? 2. Wat heb je geleerd?

Slide 14 - Open vraag

1. tip + top voor de docent

Slide 15 - Open vraag

Los deberes

Estudiar: 
Vocabulario p. 46 47 48
Repaso: Las conjugaciones del imperativo CD/CI, El futuro , El condicional, el subjuntivo 

Hacer: 
preparar oral 2





Slide 16 - Tekstslide

Volgende les: 
Vocabulario + oral 2, 3

Slide 17 - Tekstslide

Ejercicio Barcelona 
Anota 5 palabras 
¿Qué eligirías: ciudad o playa? ¿Porqué? 


Responde con....
- Estoy de acuerdo
- No estoy de acuerdo, porque 

timer
10:00

Slide 18 - Tekstslide

2 verdades y 1 mentira 
Bedenk 3 zinnen in het Spaans over je vakantie, 2 waar en 1 niet waar. 


De klas raadt wat niet klopt. 
timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

Vocabulario 
Maak 5 zinnen met de woordenschat p. 46 tm 48 
Let op: minimaal 5 woorden per zin én een vervoegd werkwoord 
OP PAPIER - GEEN LAPTOP

¿Listo? 
opción 1: aprende el vocabulario p. 48 

Slide 20 - Tekstslide

20 min - Repaso 
zie de volgende slides met vervoegingen 
Maak de opdrachten op papier --> MAAK VAN IEDER THEMA:  
min. 5 VRAGEN

Slide 21 - Tekstslide

Imperativo

Slide 22 - Tekstslide

Imperativo - irregulares

Slide 23 - Tekstslide

  • decir = zeggen
  • hacer = doen
  • poner = leggen
  • salir = wegggaan
  • venir = komen
  • ver = zien
  • dar = geven
  • tener = hebben
  • estar = zijn (zich bevinden)
  • ir = gaan
  • ser = zijn
  • oír = horen

Slide 24 - Tekstslide

Imperativo negativo
Het persoonlijk voornaamwoord staat altijd voor de ontkennende Imperativo:
¡No lo comas!                                           No se preocupe

Slide 25 - Tekstslide

Futuro Simple - ZAL/ZULLEN
hablar
beber
vivir
hablaré
beberé
viviré
hablarás
beberás
vivirás
hablará
beberá
vivirá
hablaremos
beberemos
viviremos
hablaréis
beberéis
viviréis
hablarán
beberán
vivirán
infinitief
infinitief FS
haber
habr-
poder
podr-
querer
querr-
poner
pondr-
salir
saldr-
tener
tendr-
venir
vendr-
decir
dir-
hacer
har-
irregulares
CONJUGACIÓN
De uitgangen zijn voor zowel -ar als -er als -ir alsook de onregelmatige werkwoorden hetzelfde. Let er wel op dat je de uitgangen hierbij zet achter het infinitief dus niet de stam.

USOS
- Intentie
- Aanname toekomst
- Vermoeden toekomst
- Voorspelling toekomst
- Aanname/vermoeden heden

Slide 26 - Tekstslide

Condicional - ZOU/ZOUDEN
hablar
beber
vivir
hablaría
bebería
viviría
hablarías
beberías
vivirías
hablaría
bebería
viviría
hablaríamos
beberíamos
viviríamos
hablaríais
beberíais
viviríais
hablarían
beberían
vivirían
infinitief
infinitief C
haber
habr-
poder
podr-
querer
querr-
poner
pondr-
salir
saldr-
tener
tendr-
venir
vendr-
decir
dir-
hacer
har-
irregulares
CONJUGACIÓN
De uitgangen zijn ook hier voor zowel -ar als -er als -ir alsook de onregelmatige werkwoorden hetzelfde. Ook hier zet je de uitgangen hierbij achter het infinitief, niet de stam

Onregelmatige werkwoorden zelfde als bij Futuro Simple.

USOS
- Dar consejos
- Hablar de un futuro ideal

Slide 27 - Tekstslide

20 min - Repaso 
zie de volgende slides met vervoegingen 
Maak de opdrachten op papier --> MAAK VAN IEDER THEMA:  
min. 5 VRAGEN

Slide 28 - Tekstslide

timer
2:00
¿Qué tienes que aprender mejorar para que puedas hablar bien en el examen oral?
Escribe en español o holandés.

Slide 29 - Woordweb

Puedo hablar sobre las vacaciones de mayo

Slide 30 - Poll

Sé usar bien el futuro y el condicional.

Slide 31 - Poll

Sé usar bien el vocabulario

Slide 32 - Poll

Sé qué tengo que hacer para el oral

Slide 33 - Poll