Les 11 steunles eindklank b/d/v/z

woorden met b/d/v/z
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 4,5

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

woorden met b/d/v/z

Slide 1 - Tekstslide

Terugblik: Hoe schrijf je ..... ? 
A. Flouw
B. Vlauw
C. Vlouw
D. Flauw 

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van de les kan ik...
woorden met de b/d/v/z goed opschrijven. Dit kan ik doen door zoveel mogelijk te oefenen met deze woorden, omdat het weetwoorden zijn. 

Ên een tekst steeds vlotter lezen.

Slide 3 - Tekstslide

woorden met de B of D

Slide 4 - Woordweb

woorden met de V of Z

Slide 5 - Woordweb

D
Ik kan woorden met d die klinkt als t spellen.

bijvoorbeeld:
gezondheid
naaldboom

Dit doe je door de klank (d/t) langer te maken

Slide 6 - Tekstslide

woor..
spinnenwe..
dui..en
..out

     B

      D

    V

        Z

Slide 7 - Sleepvraag

e.. en vloe..

A
eb en vloet
B
ep en vloet
C
ep en vloed
D
eb en vloed

Slide 8 - Quizvraag

Aan de slag!
Waarom? Je kunt woorden met b/d/v/z goed opschrijven. Je weet wanneer je welke b/d/v/z schrijft. 
Wat? Werkblad maken
Hoe? Alleen
Tijd? 10 minuten
Hulp? Je gaat zelfstandig aan de slag. Bij vragen kom ik langs. 
Klaar? Oefenen via jufmelis.nl -> b/d/v/z

Slide 9 - Tekstslide

Technisch lezen
  1. Markeer/ streep in de alinea de b/d/v/z woorden aan
  2. Docent leest alinea hardop voor
  3. Daarna lezen we samen de alinea hardop (fluister)
  4. Ten slotte lees je de alinea zelf

Slide 10 - Tekstslide

Technisch lezen
  1. Leerling A leest de alinea en leerling B noteert de fouten.
  2. Daarna wisselen.
  3. Leerling A leest de alinea en leerling B houdt de tijd bij en het aantal fouten.
  4. Daarna wisselen.
  5. Als laatste nog 1 keer stap 1 t/m 4; kijken of je jouw tijd kunt verbeteren!

Slide 11 - Tekstslide


       Toneellezen

Slide 12 - Tekstslide

Aan het einde van de les kan ik...
woorden met de b/d/v/z goed opschrijven. Dit kan ik doen door zoveel mogelijk te oefenen met deze woorden, omdat het weetwoorden zijn. 

Ên een tekst steeds vlotter lezen.

Slide 13 - Tekstslide

Ik kan worden met de b/d/v/z goed opschrijven
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

Heb je nog                      vragen?

Slide 15 - Tekstslide

Volgende les(sen)
Oefenen met de volgende categorie: 

Na de vakantie is de eindmeting

Slide 16 - Tekstslide