Recap art +imperative+ Bingo +Desert island

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

What are we going to learn today?
Goals
Recap articles and imperative
Desert island
Bingo
Gimkit

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Goals
At the end of the lesson, you will have better knowledge about
article ,infinitive and words for SO 2.


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Articles

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Articles
  • Articles -->Lidwoorden
  • Nederlandse articles--> de, het, een
  • Engelse articles--> a, an, the

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A/AN
  • Als je in het Nederlands het lidwoord een voor een zelfstandig naamwoord zet, dan gebruik je in het Engels de lidwoorden a of an

  • Ze verwijzen naar iets algemeens (a bike = een fiets). 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

An
  • Het lidwoord an gebruik je voor woorden die beginnen met klinker of een klinker geluid. 

  • Klinker: A,E,I,O,U

  • Voorbeelden:
  1. He gave me an offer I can't refuse.
  2. I just witnessed an accident at the crossing.
  3. She was an hour late at work. ('hour' spreek je uit als 'our', dus een klinker geluid)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A
  • Het lidwoord a gebruik je voor woorden die beginnen met een medeklinker of een medeklinker geluid.

  • Medeklinker: B,C,D,F,G,H,J,K,L,M,N,P,Q,R,S,T,V,W,X,Y,Z

  • Voorbeelden:
  1.  I am sitting at a table.
  2. This is going to be a great day!
  3. That is a once in a lifetime opportunity! ('once' spreek je uit als 'wans' en begint dus met een w-klank, oftewel een medeklinker geluid)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The
  • Als je in het Nederlands de lidwoorden de of het voor een zelfstandig naamwoord zet, dan gebruik je in het Engels het lidwoord the.

  • Het verwijst naar iets specifieks (the bike = de fiets).

  • Voorbeeld:
  1. De zon schijnt vandaag vel.
  2. The sun is shining brightly today. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The
  • Je gebruikt the niet als je praat over mensen, dieren of dingen in het algemeen.

  1. The books are on the table. (specifieke boeken)
  2. I like reading books. (boeken in het algemeen)


  • Soms gebruik je the niet bij woorden als ziekenhuis, kerk, school, universiteit, gevangenis.

  • I am at the prison. (je bent op bezoek)              I am at the school. (je bent op bezoek)
  • I am in prison. (je bent een gevangene)            I am at school. (je bent een leerling)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Imperative (gebiedende wijs)
Sta op! Doe de deur dicht! Scheer je weg! 
Dit zijn allemaal voorbeelden van de gebiedende wijs. 
In de gebiedende wijs beveel je iemand om iets te doen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative
Met de gebiedende wijs (the imperative) zeg je dat iemand iets moet doen. 

Dit kun je bedoelen als bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing

In het Engels begint de gebiedende wijs altijd met het hele werkwoord zonder to

- Run away son! (bij bevel of waarschuwingen zet je een uitroepteken)
- Hand that book over to me, John. (bij advies of aanwijzing zet je een punt)
- Tell me the final score.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Imperative
Je kunt de gebiedende wijs ook gebruiken om te zeggen dat iemand iets niet moet doen. 
Je gebruikt dan altijd don't vóór het werkwoord.


- Don't put your towel over there.
- Don't ask me to come over.
- Don't invite him to my party, Jennifer.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Desert Island
  • I am going to a desert island and I am bringing........
  • Raise your hands and share the item that you would want to bring
  • If your item matches my rule, I will write your item on the board
  • The goal is to figure out what the rule is BUT you are not allowed to say what the rule it out loud.
timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

A much easier variation of this game is that kids must "bring an item" that matches their own first name. So somebody with the name Matthew would bring "matches" and Ashley would bring "apples" and so forth.

OR
The items must begin with the last letter of the previously accepted item: ex: ApplE, ElephanT, TrampolinE, EgG, GoD, DoG…

OR
The items must go in alphabetical order. For example, “I’m going to Hawaii, and I’m going to bring an Apple” “I’m going to Hawaii, and I’m going to bring a Boat”

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bingo
  1. Grab a pen/potlood+ your book
  2.  Go to the vocabulary  of chapter 3
  3.  You will receive a handout
  4. Fill in English words in the blank spots (you may choose whichever you want)
  5. I am going to say a word in Dutch. If you have that word written down in English, you may cross it out.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Go to: www.gimkit.com/play

Slide 20 - Tekstslide

Irregular verbs: https://www.gimkit.com/view/63db698b0024900021325f1b

Present perfect:
https://www.gimkit.com/view/637832e9bcf4660021dffba4