Massa, volume en dichtheid

Leerdoelen
1. Je kunt uitleggen wat massa en volume zijn en je kent de symbolen die erbij horen. 
2. Je kunt massa's en volumes omrekenen.
3. Je kunt het volume van een voorwerp bepalen met de onderdompelmethode.
4. Je kunt uitleggen wat dichtheid betekent.
5. Je kunt de formule voor dichtheid uit het hoofd noemen en hiermee rekenen.
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Leerdoelen
1. Je kunt uitleggen wat massa en volume zijn en je kent de symbolen die erbij horen. 
2. Je kunt massa's en volumes omrekenen.
3. Je kunt het volume van een voorwerp bepalen met de onderdompelmethode.
4. Je kunt uitleggen wat dichtheid betekent.
5. Je kunt de formule voor dichtheid uit het hoofd noemen en hiermee rekenen.

Slide 1 - Tekstslide

Massa (m)
Er is een verschil tussen massa en gewicht.
Op de maan is je massa hetzelfde, je gewicht niet. 

Massa is de hoeveelheid stof bij elkaar opgeteld, in                     

gram(g)

Slide 2 - Tekstslide

Volume (V)
Volume is een woord om aan te geven hoeveel ruimte iets inneemt. 

Dit schrijven we op in      

Het volume is dan:

Als je alles in cm invult.


cm3
lengtebreedtehoogte

Slide 3 - Tekstslide

Massa = M
Volume = V
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Onderdompelmethode
Bedacht door Archimedes.

Wordt gebruikt om het volume van een lastig voorwerp te bepalen.


1L=1dm3

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Vincent gebruikt de onderdompelmethode om te kijken wat het volume is van een bepaald voorwerp.
Het waterniveau in de maatbeker stijgt met 2L.
Wat is het Volume van het voorwerp?
A
1dm
B
2dm2
C
1dm3
D
2dm3

Slide 7 - Quizvraag

Je hebt 3 seconden! Wat is zwaarder? Een kilo veren of een kilo lood?
A
Veren!
B
Lood!
C
Ga weg met je stomme vraag!

Slide 8 - Quizvraag

Dichtheid
Stoffen hebben een verschillende dichtheid. Hoe lager de dichtheid, hoe makkelijker iets blijft "drijven". 

Links een glas met veel stoffen met een verschillende dichtheid.

Slide 9 - Tekstslide

Dichtheid berekenen
Om de dichtheid van een stof te berekenen, moeten we de massa delen door het volume.


ρ=vm
Dichtheid=VolumeMassa

Slide 10 - Tekstslide

Om de dichtheid te berekenen, moet ik de massa keer het volume doen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Volume duiden we aan met de letter...

Slide 12 - Open vraag

De afmetingen van een balk zijn:
lengte = 2 cm
breedte = 3 cm
hoogte = 1 cm
Wat is het volume van de balk?
A
6cm
B
5cm
C
5cm2
D
6cm3

Slide 13 - Quizvraag

Karin kookt pasta. Ze doet een beetje olijfolie bij het water en ziet dit drijven bovenop het water.
Heeft de olie een hogere, of lagere dichtheid dan water?
A
Hoger
B
Lager

Slide 14 - Quizvraag

Moeilijke vraag! Water heeft een dichtheid van
1 g/
Je hebt 1 kubieke centimeter water. Wat is de massa?
cm3
A
1 gram
B
2 gram
C
0,5 gram
D
10 gram

Slide 15 - Quizvraag