Sporen van β-deeltjes in een nevelkamer (foto: Nuledo, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · B2 · IONISERENDE STRALING
Quiz
Terugblik: Ioniserende straling
Sporen van β-deeltjes in een nevelkamer (foto: Nuledo, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · B2 · IONISERENDE STRALING
Quiz
Terugblik: Ioniserende straling
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Nuledo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een kern zendt een β⁻-deeltje uit. Wat gebeurt er in de kern?
Een proton verandert in een neutron
Twee protonen en twee neutronen vertrekken
Een neutron verandert in een proton
De kern verliest alleen energie, A en Z blijven
β⁻: neutron wordt proton en een elektron vliegt weg. Distractor 2 is β⁺, 3 is α, 4 is γ. Syllabus B2.2.
Hoeveel neutronen bevat een kern van U-238 (Z = 92)?
146
238
92
330
A = N + Z geeft N = 238 - 92 = 146. Fouten: A of Z noemen, of A en Z optellen. Syllabus B2.2.
Zet op fotonenergie, van klein naar groot
In J: 1,0·10⁻²⁰ J; 0,50 eV = 8,0·10⁻²⁰ J; E = h·f = 6,6·10⁻¹⁹ J; E = h·c/λ = 2,0·10⁻¹⁶ J. Twee keer nagerekend. Syllabus B2.1.
Vul in
Een deel van de achtergrondstraling komt uit de ruimte: dat heet kosmische straling en je ontvangt het ook zonder bron in de buurt.
Syllabus B2.2: achtergrondstraling en kosmische straling.
Welke maatregel verlaagt de dosis van een werker bij een bron niet?
Verder bij de bron vandaan staan
Korter bij de bron werken
Lood tussen jou en de bron zetten
Een tweede dosimeter dragen
Een dosimeter meet de dosis maar verlaagt hem niet. Afstand, tijd en afscherming doen dat wel. Syllabus B2.2 (stralingsbescherming).
Een persoon van 60 kg heeft H = 2,4 mSv door α-straling (wR = 20). Hoeveel energie absorbeerde die?
0,14 J
7,2·10⁻³ J
2,9 J
1,2·10⁻⁴ J
D = H/wR = 2,4·10⁻³/20 = 1,2·10⁻⁴ Gy. E = D·m = 1,2·10⁻⁴ · 60 = 7,2·10⁻³ J (twee keer nagerekend). Fouten: H·m (0,14 J), H·wR·m (2,9 J) of D zelf noemen (1,2·10⁻⁴). Syllabus B2.2.
Wat gebeurt er met A en Z als een kern een γ-foton uitzendt?
A en Z blijven gelijk
A neemt af met 4 en Z met 2
A blijft gelijk en Z neemt toe met 1
A neemt af met 1 en Z blijft gelijk
Een γ-foton heeft geen massagetal en geen lading; de kern raakt alleen energie kwijt. Syllabus B2.2.
Je staat naast een gesloten Co-60-bron. Wat is dat?
Besmetting, geen bestraling
Zowel bestraling als besmetting
Bestraling, geen besmetting
Geen van beide
Bestraling: de straling treft je van buiten, de radioactieve stof zit niet op of in je lichaam. Er is pas besmetting als stof van de bron op of in je lichaam komt. Verwachte fout: besmetting kiezen omdat de bron radioactief is. Syllabus B2.2.
Een vel papier houdt één van de stralingssoorten α, β⁻ en γ tegen. Welke?
β⁻-straling
α-straling
γ-straling
Alle drie evenveel
α heeft de kleinste dracht en het kleinste doordringend vermogen. Syllabus B2.2.
Een kern met Z = 92 zendt eerst α uit, daarna β⁻. Wat is Z daarna?
89
90
88
91
Na α: Z = 90. Na β⁻: Z = 91 (A: 238 naar 234 en dan 234). Fouten: β⁺ in plaats van β⁻ (89), alleen de α-stap (90) of twee α-stappen (88). Syllabus B2.2.
De golflengte van een foton in vacuüm wordt kleiner. Wat gebeurt er?
f en E worden kleiner
f wordt groter en E blijft gelijk
De snelheid van het foton wordt groter
f en E worden groter
c = f·λ met c constant: kleinere λ geeft grotere f, en E = h·f groeit mee. Verwachte fout: de snelheid laten veranderen. Syllabus B2.1.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · B2 · IONISERENDE STRALING
Goed gedaan!
Je kent de soorten ioniserende straling, stelt kernreacties op en rekent met fotonenergie en dosis. Volgende stap: activiteit en halveringstijd, en daarna de beeldvormingstechnieken.
Deze slide heeft geen instructies