§6.3 Enzymen

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
6.3 Enzymen
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
6.3 Enzymen

Slide 1 - Tekstslide

Doel 6.3
Je leert welke eigenschappen enzymen hebben
Je leert hoe enzymen helpen om je voedsel te verteren

Slide 2 - Tekstslide

Welke route
legt je voedsel
af door je spijsver-
teringskanaal?

Slide 3 - Tekstslide

Verteringsstelsel
Functie:
Vertering (klein maken)
van je voedsel

Mechanisch (kauwen)
Chemisch (enzymen)

 

Slide 4 - Tekstslide

Verteringsenzymen
Functie:
Moleculen van voedingsstoffen die je eet zijn meestal te groot om op te nemen via je darmen in je bloed.
Verteringsenzymen knippen moleculen in de kleinere stukken =
chemische afbraak
(andere enzymen kunnen juist moleculen aan elkaar lijmen)

 

Slide 5 - Tekstslide

Enzymen
Verteringsenzym:
Eiwit dat een
molecuul kan
knippen

Slide 6 - Tekstslide

Enzymen
Substraat:
Molecuul dat
geknipt wordt.
Elk enzym hoort bij
één substraat.
Een enzym is 
specifiek.

Slide 7 - Tekstslide

Enzymen
Enzym-substraat-
complex:
Enzym en substraat
gebonden aan 
elkaar

Slide 8 - Tekstslide

Enzymen
Producten:
Moleculen die 
ontstaan na het 
knippen door het
enzym

Slide 9 - Tekstslide

Enzymen
Hergebruik:
Het enzym wordt
niet verbruikt
en kan dus 
opnieuw worden
gebruikt

Slide 10 - Tekstslide

Reactiesnelheid
Lage temperatuur:
Moleculen bewegen
langzaam

Slide 11 - Tekstslide

Reactiesnelheid
Hoge temperatuur:
Moleculen bewegen
snel

Slide 12 - Tekstslide

Reactiesnelheid
Denaturatie:
Vormverandering van 
eiwitten door te hoge
temperatuur of de
verkeerde
zuurgraad

Slide 13 - Tekstslide

Reactiesnelheid
Hoe zou een optimumkromme voor zuurgraad er uit kunnen zien?

Slide 14 - Tekstslide

Optimum
Elk enzym heeft zijn eigen optimumtemperatuur en optimum zuurgraad.

Slide 15 - Tekstslide

Naam van een enzym
De naam van een enzym is afgeleid van het substraat waar hij voor is.
Enzymen zijn vaak te herkennen aan de naam -ase

Maltase breekt maltose af, lipase breekt lipiden (vetten) af, sacharase breekt sacharose af enz enz.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Aan de slag
Drie invuloefeningen in deze gedeelde lesson up
Vragen maken/nakijken
Toepassen
Herhalen

Slide 21 - Tekstslide

koolhydraten

Slide 22 - Tekstslide

eiwitten

Slide 23 - Tekstslide

vetten

Slide 24 - Tekstslide

Doel 6.3
Je hebt geleerd welke eigenschappen enzymen hebben
Je hebt geleerd hoe enzymen helpen om je voedsel te verteren

En: je hebt geleerd dat bijna alle informatie over verteren gewoon in de BINAS te vinden is

Slide 25 - Tekstslide

BINAS 6.3
BINAS 67F1, 2, 3 Koolhydraten
BINAS 67G Vetten
BINAS 67H Eiwitten/ aminozuren
BINAS 82C Spijsverteringsorganen
BINAS 82E Spijsverteringsenzymen
BINAS 82F Samenstelling spijsverteringssappen
BINAS 82G Vertering

Slide 26 - Tekstslide

Begrippen 6.3
enzym, specifiek, substraat, enzym-substraat complex, product, -ase, reactiesnelheid, minimumtemperatuur, maximumtemperatuur, optimumtemperatuur, temperatuurgevoelige eiwitten, denatureren, optimum-pH, amylase, maltose, maltase, glucose, peptase, tryptase, peptidase, aminozuren, gal, emulgeren, oppervlaktevergroting, lipase, monoglyceride, vetzuur, glycerol

Slide 27 - Tekstslide

Huiswerk
In de online methode/ boek
Kies een leerweg (default B).
Vragen paragraaf 6.3


Slide 28 - Tekstslide