Cap3 les 4

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

¿Qué adjetivos en
español conoces?

Slide 2 - Woordweb

Los adjetivos 
Wat je moet weten:
  • Bijvoeglijke naamwoorden staan in het Spaans bijna altijd achter het zelfstandig naamwoord.
  • Bijvoeglijke naamwoorden richten zich naar het zelfstandig naamwoord waar ze bij staan (mannelijk/vrouwelijk/enkelvoud/meervoud)

Slide 3 - Tekstslide

Bijvoeglijke nw

Er volgt hierna een filmpje. Bekijk en maak aantekeningen.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

1. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -o
bijvoorbeeld: bonito (mooi), divertido (leuk), pequeño (klein)

Bij de bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -o verandert de -o in een -a als het bijvoeglijk naamwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat. 
vb: el libro bonito (het mooie boek)
       la casa bonita (het mooie huis)

Slide 6 - Tekstslide

2. Bijvoeglijke naamwooden die eindigen op een -e.
bijvoorbeeld: inteligente (intelligent), horrible (verschrikkelijk)

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -e veranderen niet wanneer ze bij een een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staan
vb: el chico inteligente (de intelligente jongen)
       la chica inteligente (het intelligente meisje)

Slide 7 - Tekstslide

3. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker.
bijvoorbeeld: genial (geniaal), azul (blauw)

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker veranderen niet wanneer ze bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staan. 
vb:   el coche azul (de blauwe auto)
        la carpeta azul (de blauwe map)

Slide 8 - Tekstslide

Meervoud van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.
  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een klinker       krijgen in het meervoud een -s.
vb: el chico inteligente --> los chicos inteligentes
        la casa grande          --> las casas grandes
  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker krijgen in het meervoud -es.
vb: el profesor genial --> los profesores geniales
       la situación difícil --> las situaciones difíciles

VERGEET NIET HET LIDWOORD OOK IN HET MEERVOUD TE ZETTEN!!!

Slide 9 - Tekstslide

1. La casa ............................
2. Los estudiantes................
3. La mochila.....................
4. Las profesoras...................
5. El estuche................................
6. Los libros ....................
bonitos
bonita
negra
azul
inteligentes
simpáticas

Slide 10 - Sleepvraag

1. guapo
2. grande
3. bonita
4. amarilla
5. nuevas
6. interesante
7. aburridas
8. maravillosas
9. horrible
10. simpático

Vul het schema in in je schrift

Slide 11 - Tekstslide

1. guapo
2. grande
3. bonita
4. amarilla
5. nuevas
6. interesante
7. aburridas
8. maravillosas
9. horrible
10. simpático

Vul het schema in
guapo                     guapos                      guapa                     guapas
grande                    grandes                    grande                    grandes
bonito                     bonitos                      bonita                     bonitas
amarillo                  amarillos                   amarilla                  amarillas
nuevo                      nuevos                      nueva                      nuevas
interesante            interesantes             interesante            interesantes
aburrido                 aburridos                   aburrida                 aburridas
maravilloso            maravillosos             maravillosa            maravillosas
horrible                   horribles                    horrible                   horribles
simpático               simpáticos                 simpática               simpáticas

Slide 12 - Tekstslide




una chica - .....................
el país - .....................
la ciudad - .....................
la española - .....................
un chico - .....................
la profesora - .....................
la catedral - .....................
el francés - .....................



.....................
- las sillas
.....................
- los libros
.....................
- los amigos
.....................
- los parques
.....................
- los lápices
.....................
- los años
.....................
- las duchas
.....................
- los armarios
Enkelvoud/meervoud - schrijf op in je schrift

Slide 13 - Tekstslide




una chica - .....................
el país - .....................
la ciudad - .....................
la española - .....................
un chico - .....................
la profesora - .....................
la catedral - .....................
el francés - .....................



                  .....................- las sillas
                  .....................- los libros
                  .....................- los amigos
                  .....................- los parques
                  .....................- los lápices
                  .....................- los años
                  .....................- las duchas
                  .....................- las lámparas
Antwoorden: Enkelvoud/meervoud
unas chicas
los países
las ciudades
las españolas
unos chicos
las profesoras
las catedrales
los franceses
la silla
el libro
el amigo
el paque
el lápiz
el año
la ducha
la lámpara

Slide 14 - Tekstslide

Samengevat: Bijvoeglijk naamwoord
1. Het zegt iets over het zelfstandig naamwoord.
2. In het Spaans past het zich aan aan mannelijk / vrouwelijk / enkelvoud / meervoud.
3. In het Spaans staat het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord.
Voorbeeld: wit = blanco
la casa blanca - las casas blancas
4. Voor de volledige uitleg; bekijk het filmpje op de slide hierna!

Slide 15 - Tekstslide

Zinnen in het meervoud zetten
Regels:
1. bijvoeglijk naamwoord: klinker + s / medeklinker + es 
2. vergeet niet het lidwoord aan te passen (el - los / la -las)
3. vergeet niet om ook het werkwoord aan te passen!
Voorbeeld:
El libro es bonito. - Los libros son bonitos.
(Het boek is mooi. -De boeken zijn mooi.)


Slide 16 - Tekstslide

Meer oefenen?
Klik hier 
Klik hier

Slide 17 - Tekstslide