thema 1 les 1

Workshop natuur en techniek.
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuur en TechniekHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Workshop natuur en techniek.

Slide 1 - Tekstslide

De wereld om ons heen wordt steeds complexer en hierbij is het probleemoplossend vermogen steeds belangrijker.
Creativiteit is hierbij een belangrijke sleutel.
En het mooie is: Zo lang je geen fossiel bent kan iedereen met de juiste vakspecifieke kennis creatief denken.
Dit is niet iets wat is aangeboren.
In dit thema krijg je een introductie op het vak Natuur en Techniek en de wereldvakken, Geschiedenis en Aardrijkskunde, 


Door middel van een tweetal mini-workshops en een les over twee weken ga je de slag met onderzoekend leren. Over het onderzoiekend leren kom ik volgende keer terug.
Hierbij is de houding van belang.
Creativiteit en de nieuwsgierigheid zijn tweetal basisingrediënten voor het vakgebied natuur en techniek.
Deze zullen tijdens de mini-workshops terug komen.

Wie ben ik!?
  • kleutermeester 
  • pabo HR
  • vader en man 
  • natuuronderwijs 
  • onderwijskunde
  • schoenen en hardlopen
  • Strrd@hr.nl

Slide 2 - Tekstslide

Jullie kennen mij nog niet en ik jullie nog niet, maar leren doe je vanuit de relatie. 

Het is belangrijk dat je elkaar kent (denk maar aan je stage, waarin begrijpen en begrepen worden makkelijker ging naarmate je de kinderen beter kent). 

Zeker bij ontdekkend en ontwerpend leren waarin veel samenwerking wordt gevraagd is het van belang voor een goede samenwerking.

Stel je voor. 
Kleutermeester, OOL
LL (groen plein, groene school)
Pabo HR en Mater LG
N (lab onderw)
O koppeling 

Wie ben ik en wie ben jij?
Plaats een leuke foto!

Slide 3 - Open vraag

Veel van jullie kennen mij al. maar wie ben jij plaats een leuke foto.

Doe het actief spontaan 
Ja ik zie al .... super fijn

Wacht ik zet een muziekje op tussendoor. 

Welke positieve ervaring heb je met natuur en techniek?

Slide 4 - Open vraag

Positieve ervaringen leiden tot een positieve houding. 

Een enthousiaste leerkracht werkt aanstekelijk op de leerlingen. 

Je bent een rolmodel en misschien zit de nieuwe Steve Jobs in je klas. 


En bedenk dat dit zomaar het startpunt kan zijn voor een super toffe mooi les. 

Jammer als je het vuurtje niet zou aanwakkeren.

Werken met concrete materialen. jullie krijgen maar twee keer natuur en techniek dit blok en jaar twee.
niet de boeken maar de kern . 

grijpen is begrijpen.
laat ze werken met materialen om te onthouden

Zorg er voor dat alle kinfderen natuur en techniek ervaren door te doen! DAar gaan we de eerste wordkshop op in. 

Slide 5 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Vandaag ga je via een tweetal tal mini workshops steeds schakelen tussen een concept en nieuwe  context. die we aanbieden. 

Wij gaan aan concepten verschillende nieuwe context hangen.  Aan de lesstof nieuwe info hangen en dat doen we door zo veel mogelijk gebruik te maken van echte materialen. 

Dat gaan we niet doen op een pak je boek sla open en les manier, maar door aan de slag te gaan en bezig te zijn. Door te doen door kinderen te activeren en aan deslag te laten gaan. 

Kinderen vragen super veel. 
Alles om hun heen zorgt voor de verwondering en de vragen die zij stellen. 
Waarom vallen de blaadjes van de boom?
Waarom bewegen de wolken?
Waar is mijn ijsklontje?
Wat zit daar voor groens op mijn boterham
Hoe kan het dat ijn haren overeind blijven staan als ik eroverheen wrijf
welke zeep werkt het beste om mijn handen schoon t emaken? 


Kinderen vragen zich allerlei concepten af en hebben nog niet genoeg context/kennis om daaraan te hangen, 

Er ontstaan gekke concepten waardoor er misconcepties kunnen ontstaat. 

Verkeerd ontwikklede ideeen die de kindeen hebben vastgezet waarhden waarvan zij zekf denken dat ze zo zijn. Daar zijn ze vaak moeilijk van af te brengen. 

Broeikaseffect zorgt voor de pwaring van de aarde en is dus slecht.

Vliegtuigen kunnen vliegen want d evleugels kunnen bewegen. d efapjes of wiebelen. 

je kan lopen op de wolken, de lucht is wit, 

Zware dingen zinken lichte dingen drijven.

Je wil dus juist nieuwe context /kennis aanbieden zodat de juiste concepten blijven hangen.

Voor de eerste context verlaten wij vandaag de pabo. Wij stijgen op en gaan naar de universiteit in Delft en leren over de werking van het vliegtuig. Hoe kan een vliegtuig blijven vliegen en hangen in de lucht.
Wij gaan naar de wereld van de airodynamica


KLets eens met elkaar hoe vliegt een vliegtuig. 
KInderen denken. !!


Vandaag 

Slide 7 - Tekstslide

Als wij context willen aanbieden doen wij dat met al onze zintuigen. 

Kinderen leren door zo veel mogelijk zintuigen te gebruiken. door te doen, te voelen, proeven ruiken , door het te horen en aan te raken kunnen nieuwe context gehangen worden aan concepten .


De eerste context die wij aan gaan bieden heeft te maken met dit blaadje want. 


1. Voorspellen;
Wat denk je dat er gebeurt als....
(eerdere ervaringen checken)
A
er gebeurt niets
B
het papier wordt naar beneden geduwd
C
het papier gaat naar boven
D
het papier gaat trillen

Slide 8 - Quizvraag

strookje papier wat gebeurt er als je over het strookje blaast?

OOk wij hebben een concept waar vanuit wij redeneren. 

We gaan eerst voorspellen


Voorzellingsvraag wat denk je dat er gebeurt als ik over het papiertje heen blaas. 



Alle antwoorden zijn goed. Want het is jouw concept.
Jouw werkelijkheid en die is altijd goed.


1. onderzoeken;
Wat gebeurt er als....
A
er gebeurt niets
B
het papier wordt naar beneden geduwd
C
het papier gaat naar boven
D
het papier gaat trillen

Slide 9 - Quizvraag

Dan gaan we onderzoeken we hebben een voorspelling gedaan. 

We gaan met al onze zintuigen checken of onze voorspelling klopt of onze concepten kloppen of dat we misconcepties zijn.

Pak het blaadje houd hem tegen je mond en blaas er overheen. 

Slide 10 - Tekstslide

Heyyy er was een concept waarin wij een voorspellinghebben gedaan. Die hebben wij onderzocht en getest met al onze zintuigen. 
Of te wel er is nieuwe context toegevoegd.
Bij een aantal van ons klopte de concepten bij een aantal niet. 
1. Verklaren; Hoe komt het dat....?
(voorkennis over theorie peilen)

Slide 11 - Open vraag

Verklaar hoe kan dat? Wat denk je dat er aan de hand is? 

Denk aan de luchtdruk. Het wheeft daar iets mee te maken. Overal om ons heen is luchtdruk. 

Kleine luchtdruk mannetjes die overal om ons heen even sterk willen duwen, drukken. 

Slide 12 - Tekstslide

trechter met balletje
rietje/ fohn met balletje
tussen 2 flesjes door blazen
2. Voorspellen;
Kan ik het balletje uit de trechter blazen?
A
ja
B
nee

Slide 13 - Quizvraag


De wind blaast lichte dingen zo weg. Omdat een pingpongbal heel licht is, blijft hij niet lang stil liggen in de wind. Kun jij een pingpongbal wegblazen?

blazen van onder af in de trechter met balletje

Slide 14 - Tekstslide

Wat neem je waar. Doe het zelf!! dit is het onderzoekend leren. Door te pakken en te grijpen ga je het ook begrijpen. 
2. Verklaren; Hoe komt het dat....?
(checken of concept toegepast kan worden in andere context)

Slide 15 - Open vraag

daarna laten zien dat het onderste boven ook werkt, 
3. Voorspellen;
Wat denk je dat er gebeurt wanneer ik tussen de twee petflesjes in blaas?

A
er gebeurt niets
B
de flesjes gaan naar elkaar toe
C
de flesjes gaan uit elkaar

Slide 16 - Quizvraag

tussen 2 flesjes blazen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Verklaren; Hoe komt het dat....?
(checken of concept toegepast kan worden in andere context)

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Dat komt door deze man 

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3. de magische bal

Slide 21 - Tekstslide

fohn en rietje zwevend balletje.
4. Voorspellen;
Kan ik het balletje uit de trechter blazen?
A
ja
B
nee

Slide 22 - Quizvraag

blazen van onder af in de trechter met balletje

Slide 23 - Tekstslide

De tweede workshop gaat over. onderzoekend leren. De cyclus van onderzoekend leren gaan jullie dit jaar toepassen bij de lessen natuur. De volgende les ga ik daar op in.

Net hadden wij het verrijken van een concept door context aan te bieden. En misconcepties weg te nemen. Nu gaan we onderzoek doen om antwoord te vinden op de vragen die wij hebben. 

Hierbij is het belangrijk dat wij een eerlijk onderzoek doen. Dit om misconcepties weg te werken, 



Onderwzoek doen. en leren onderzoek doen is super belangrijk overal wordt onderzoek gedaan om processen te verbeteren en oplossingen te bedenken niet zozeer de uitkomsten maar de vaardigheden.
gaat niet om de uitkomst maar om eerlijk onderzoek .
Kinderen moeten een goed onderzoek verrichten.
Hoe doen we dit op de juiste manier.




Slide 24 - Tekstslide

Je kunt dingen opzoeken om dingen te weten te komen, maar je kan het ook uitzoeken. En als je het uitzoekt moet het wel een eerlijk onderzoek zijn, anders 


Onderwzoek doen. en leren onderzoek doen is super belangrijk overal wordt onderzoek gedaan om processen te verbeteren en oplossingen te bedenken niet zozeer de uitkomsten maar de vaardigheden.
gaat niet om de uitkomst maar om eerlijk onderzoek .
Kinderen moeten een goed onderzoek verrichten.
Hoe doen we dit op de juiste manier.
Geblindeerde test.
beste drijven
meeste partjes
gaat niet om de uitkomst gaat om het veranderen van de varianbele.
Daar gaan ze een les bij bedenken.
De volgnde keer ga ik vertellen de 7 stappen en wat ik moet zeggen om ze daar in goed te begeleiden.
Wat moet ik als juf meester zeggen om de kinderen te begeleiden in het onderzoekend leren proces.
MAak dan flink wat aantekeningen jij geeft een demonstratie. woww hoe kan dat dan .
wat is koolzuur wat is suiker. goede vragen om te onderzoeken.
als we een nieuw onderzoekje zouden kunnen doen wat kunnen we dan veranderen om een nieuw onderzoek dte doen waardoor we een totaal nieuw onderzoek kunnen krijgen. Chalange.
cocacola ligt zero.
pepsie ligt cola
blikje
water gedestileerd. hoeveelheid.
temperatuur.
persoon

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Belangrijk is om eerlijk onderzoek te doen en daarbij is er steeds maar 1 variabele die onderzocht wordt.
Dus 1 ding is anders, anders zou het kunnen zijn dat andere dingen invloed hebben op het onderzoek. de validiteit van het onderzoek is ervan afhankelijk.



Slide 27 - Tekstslide

Ik moet even wat dinken hoor man wat heb ik nu veel gepraat.

Ik heb een cola regular en een cola licht. ik vraag mij dan af zou cola licht dan ook echt licht zijn. !/?
Welke onderzoekjes zou je kunnen bedenken n.a.v. de proef?

Slide 28 - Open vraag

Beide blikjes hebben een andere
dichtheid: hun volume is hetzelfde,
maar het blikje normale cola weegt
iets meer dan het blikje cola light.
Dat komt omdat in de normale cola
suiker is opgelost en in de cola light
niet. Het ene blikje zakt daardoor
naar de bodem, terwijl de andere
blijft zweven in het water

gaat niet om de uitkomst gaat om het veranderen van de varianbele.
Daar gaan ze een les bij bedenken.
De volgnde keer ga ik vertellen de 7 stappen en wat ik moet zeggen om ze daar in goed te begeleiden.
Wat moet ik als juf meester zeggen om de kinderen te begeleiden in het onderzoekend leren proces.
Maak dan flink wat aantekeningen jij geeft een demonstratie. woww hoe kan dat dan .
wat is koolzuur wat is suiker. goede vragen om te onderzoeken.
als we een nieuw onderzoekje zouden kunnen doen wat kunnen we dan veranderen om een nieuw onderzoek dte doen waardoor we een totaal nieuw onderzoek kunnen krijgen. Chalange.
cocacola ligt zero.
pepsie ligt cola
blikje
water gedestileerd. hoeveelheid.
temperatuur.
persoon

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van deze workshop?
0100

Slide 31 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

interactief maken
Feedback

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Workshop 3 Slakken

Vragen stellen (drietallen)
Pak een slak/ vergrootglas/ petrischaaltje.
Schrijf vragen over de slak op een geeltje; 1 vraag per blaadje. 
timer
5:00

Slide 35 - Tekstslide

Brainstorm; schrijf vraag op; roep hem hardop plak hem op; 
Daarna slitsing maken in onderzoekbare vregen met de slak of opzoekvragen zonder slak. 
Workshop 3 Slakken

Wist je dat...

Slakken worden geboren met hun huisje? Deze groeit stapje voor stapje mee en wordt dus steeds groter. 

Slide 36 - Tekstslide

Deze groeit stapje voor stapje mee en wordt dus steeds groter. (puntje mee geboren; spiraal wordt groter) 
ls je een slakkenhuisje van boven bekijkt, zie je dus zijn hele levensgeschiedenis: de eerste paar windingen had hij al in het ei, de volgende heeft hij gemaakt toen hij nog een baby was, en de laatste toen hij bijna volgroeid was. En op dezelfde manier kun je zien wat hij in zijn leven heeft meegemaakt: vaak zit een huisje vol met gerepareerde barstjes, scheurtjes en gaatjes.



Pak een slak . bekijk de slag en bedenk zo veel mogelijk vragen over de slak. 


Geeltjes 

Verdeel de vragen in onderzoekbare en opzoek vragen. 

De slak heeft vier voelsprieten: twee grote en twee kleine. Hiermee tast de slak de omgeving af. Op de twee grote voelsprieten bevinden zich de ogen van de slak. Met de kleine voelsprieten kan de slak ruiken. Ook heeft de slak een mond. Op zijn tong zitten wel duizend kleine tandjes. Hiermee kan de slak bladeren of dieren (zoals wormen) vermalen.


De slak beweegt zich voort met zijn voet (een grote sterke spier in het lichaam van de slak). Door die spier samen te trekken en te ontspannen komt de slak vooruit. De slak glijdt over een laagje slijm dat hij zelf heeft gemaakt. Dit beschermt hem tegen harde stukjes op de ondergrond. Daarom zie je vaak een slijmerig slakkenspoor achter een slak.

Slide 37 - Link

Deze slide heeft geen instructies

slak legt eieren
100en tegelijk!

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

weekdieren
tweezijdig symetrisch

skelet uitwendig (denk aan het huisje).

denk aan mosselen, slakken, inktvissen en naaktslakken.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slakken
- Leven op land én
   in het water

- Behoren tot
de weekdieren

- zijn tweeslachtig

Slide 40 - Tekstslide

Slakken zijn tweeslachtig. Dat betekent dat elke slak zowel mannelijk als vrouwelijk is. Elke slak kan dus elke andere slak bevruchten. Sommige slakken kunnen zelfs zichzelf bevruchten. Een slak legt eitjes. Wanneer de eitjes uitkomen, hebben de jonge slakken al een dun, zacht huisje.
bewegen zonder skelet
stevige delen (segmenten of de voet van slakken)
uitwendig skelet met spieren

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

slakkenrace

Slide 42 - Tekstslide

Zet een slak op je hand. Sproei hem een beetje
nat. Wacht tot hij uit zijn huisje komt.
Pak de slak bij zijn huisje op. Zoek naar een
klein gaatje bij de ingang van zijn huisje.
slakken

Dat is de ademopening. Het gaatje gaat open
en dicht. Dat gaat heel langzaam. Het duurt
ongeveer 10 tellen voor het gaatje open gaat.
Het blijft even open. Dan gaat het weer dicht.
Je moet dan 10 tellen wachten voor het gaatje
weer open gaat. Je hebt dus wel wat geduld
nodig om de ademopening te vinden


• Poepen slakken?
Ja, maar het poepgaatje zit niet op de plaats
waar je het misschien zou verwachten. Het zit
aan de rand van de schelp, naast de
ademopening. Het is niet te zien, behalve als er
een sliertje poep onder de schelprand uitkomt.
Een slak kan dus uit zijn ‘kop’ poepen

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Tekstslide

interactief maken
Feedback

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies