Les adjectifs

Les adjectifs
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
ANT2+Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 33 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les adjectifs

Slide 1 - Tekstslide

lidwoorden 

Slide 2 - Tekstslide


De lidwoorden 'de' en 'het' vertaal je met :
  • le
  • la
  • l'
  • les

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer gebruik je le ?
- Als het zelfstandig naamwoord mannelijk is.

Wanneer gebruik je la?
- Als het zelfstandig naamwoord vrouwelijk is
Wanneer gebruik je l' ?
- Als het zelfstandig naamwoord enkelvoud is en begint met een klinker of stomme h.

Wanneer gebruik je les?
- Als het zelfstandig naamwoord meervoud is.


Slide 4 - Tekstslide

Vul het juiste lidwoord in
De jongen =
Het meisje =
de vriend =
de jongens =

Let op!! In het meervoud komt er ALTIJD achter het zelfstandig naamwoord een s.
timer
2:00

Slide 5 - Tekstslide

Het lidwoord 'een' vertaal je met :
- un
- une

Wanneer gebruik je un ?
- Als het zelfstandig naamwoord mannelijk is

Wanneer gebruik je une ?
- Als het zelfstandig naamwoord vrouwelijk is
Vul in: un of une?

le garçon --> ......  garçon
la fille --> ......   fille
l'hôtel --> .....   hôtel(m)
timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Lidwoorden

Slide 8 - Tekstslide

Meervoud
Als je in het Nederlands geen lidwoord gebruikt bij meervoud, gebruik je in het Frans 'des'.

Bv. Ik heb vrienden --> J'ai(= ik heb) des amis.

Slide 9 - Tekstslide

Meervoud
   (mv)
des    (mv)
problemen
des problèmes
jongens
des garçons
vrienden
des amis
vriendinnen
des amies
foto's
des photos

Slide 10 - Tekstslide