mix Cultuur van het moderne - muziek

 Cultuur van het moderne 

Muziek
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 12 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 Cultuur van het moderne 

Muziek

Slide 1 - Tekstslide

Samenvattend deze les:

Atonale muziek vs. Jazz
wie?
waarom?
hoe?
wat vind je ervan?
hoe beschrijf je deze muziek?
Vandaag:
Hoe klinkt moderne muziek? 
Wat zijn de twee belangrijkste stromingen?
Wat zijn de verschillen? muzikaal en cultureel

Slide 2 - Tekstslide

atonale muziek. vs jazz
Leerdoelen
o Ik herken en kan onderzoek naar atonaliteit uitleggen adhv een voorbeeld
o Ik kan uitleggen wat wordt bedoeld met het uitdrukken van innerlijke gevoelens van kunstenaar, zoals angst en vervreemding
o Ik weet dat kunstenaars streven naar puurheid en directheid in de EXPRESSIE
 Inspiratie daarvoor in nieuwe concepten: abstractie, stilering, atonaliteit, syncope, blue note

Begrippen: jazz, blues, blue note, atonaliteit, syncopisch ritme

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Muziek; cultuur van het moderne?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar ging Le Sacre du Printemps ook alweer over?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modernisme
  • Periode eerste helft 20e eeuw
  • Grote veranderingen in de westerse samenleving en kunst
  • Ontstaan verschillende kunststromingen
  • Grootste idealen: Idee dat met kunst de wereld veranderd/verbeterd kan worden (utopie)
  • Afstand van academische regels, breken met het verleden
  • Origineel zijn, unieke werken, onafhankelijk (autonoom)
  • Avant-garde; grote vernieuwingen in de kunst
  • Onderzoek naar de essentie van kunst. Ontstaan van abstractie, expressie en vervreemding.


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Context
  •  Ik weet dat kunstenaars BREKEN MET HET VERLEDEN: overgang van 19e naar 20e eeuw.
  • Ik begrijp wat de Russische revolutie en WO1 en WO2 voor invloed hebben gehad op de kunsten.
  • Ik weet wat de invloed van de TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN op de kunsten is (bv elektrisch licht, auto, treinen, radio)
  • Ik begrijp welke maatschappelijke verhoudingen ter discussie staan (zoals socialisme, nationalisme versus internationalisme, eerste feministische golf en emancipatie van de vrouw)
  • Nieuwe denkers (zoals Darwin, Freud)








Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

!! Leerlingen schrijven volgens Cornell-methode mee met dit filmpje.

Schrijf in je eigen woorden wat muziek binnen cultuur van het moderne is

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kernconcepten
  • VERNIEUWING EN VOORUITGANGSDENKEN​
  • ONDERZOEK NAAR GRONDSLAGEN​
  • EXPRESSIE EN VERVREEMDING​



Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modernistische muziek
Accenten: 
Expressionisme en atonaliteit in muziek 
Ontstaan nieuwe muzieksoorten: blues & jazz 

Voorbeelden/invalshoeken: 
  • Waardering Afro-Amerikaanse muziek (jazz) 
  • Muziek: blues & ragtime 
  • Stravinsky (niet-Europese invloeden op kunstenaar) 
  • Bartok: onderzoek volkscultuur 

Slide 15 - Tekstslide

FOTO: Schonberg
ATONALITEIT
Schönbergs muziek vanaf 1909 was atonaal. Dat wil zeggen dat het afstand neemt van de gebruikelijke traditionele toonladders en akkoorden. Omdat de melodie en samenklanken niet in verband staan tot een centrale toon, is elk gevoel van ordening en herkenning verdwenen.
Schönbergs eerste composities leken op de opzwepende stijl van de late romantiek, vooral van Wagner. In die muziek kwamen gedeeltes voor met grote, onlogische sprongen, begeleid door verrassende akkoorden die de luisteraar voortdurend in spanning hielden. Schönberg maakte deze uitzonderingen tot regel: hij schreef in heftige, onsamenhangende muzikale 'kreten' vol dissonante samenklanken. Hiermee probeerde hij als expressionist rechtstreeks gevoelens uit te drukken.

19e eeuw

20e eeuw
VERNIEUWING EN VOORUITGANGSDENKEN: Breken met het verleden​

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VERNIEUWING EN VOORUITGANGSDENKEN
  • Het expressionisme vraagt om muziek waarin niet al te veel regels gelden. Schonberg neemt afstand van de geldende harmonieleer. Zijn muziek is ATONAAL (klinkt niet makkelijk in het gehoor). Stravinsky componeert de muziek voor de Sacre du Printemps, hij werkt ook met ATONALITEIT maar voegt vooral ook een vernieuwende ritme structuur toe. Geïnspireerd door oude volksmuziek. Ook Bela Bartok componeert muziek geïnspireerd door oude volksmuziek.
  • De JAZZ komt rond 1900 op in Amerika. Het is muziek van de Afro-Amerikanen die al snel heel populair wordt ook bij een wit publiek. Het is muziek waar je op kan dansen met een expressief karakter, denk maar aan de blues.






Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VERNIEUWING EN VOORUITGANGSDENKEN
  • Ontstaan nieuwe muzieksoorten: blues & jazz 
  • Ontstaan in New Orleans (Amerika)
  • Vermenging van folk, blues, negrospirituals, ragtime en klassieke muziek
  • Meeslepend RITME (strak en swingend)
  • SYNCOPES (wanneer tonen niet op de eerste tel vallen)
  • Bands met blaasinstrumenten, slagwerk, piano, tuba en soms een banjo
  • IMPROVISATIES in de solo’s
  • Piano en slagwerk vormen vaak de ritmesectie









Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

VERNIEUWING EN VOORUITGANGSDENKEN / EXPRESSIE
  • Komt van de plantages waar de slaven zongen​
  • Blue=teneergeslagen/verdrietig​
  • Vaak langzaam gezongen en liefdesverdriet als thema​
  • Blue note/dirty intonation: tonen onzuiver beginnen of eindigen (ligt net onder de toon)​
  • Voorloper van de jazz, boogiewoogie(snelle blues), rhytm-and-blues, rock-’n-roll en soul.​










Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

NEGATIEVE IMAGO JAZZ

  • De vrije manier waarop op jazz werd gedanst zou een ongeoorloofde omgang tussen de seksen in de hand werken.
  • De opzwepende muziek zou dierlijke driften in de mens losmaken.
  • Jazzmuziek was muziek van zwarte mensen, die destijds beschouwd werden als tweederangsburgers.
  • (witte variant van jazz: Dixieland)







Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillen tussen blues en jazz?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

ONDERZOEK NAAR GRONDSLAGEN
  • Essentie (primitivisme)
  • Abstractie
  • Onderzoekend
Bela Bartok: onderzoek volkscultuur 

Bartok legt volksmuziek uit zijn eigen land Hongarije vast op de fonograaf
Ontwikkelt zelf geheel nieuwe nationaal-Hongaarse kunstmuziek
De volksmuziek inspireert: het verschilt in alles van de liederen die hem als stadsmens bekend zijn (onder andere: andere toonladders en ritmes)







Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ONDERZOEK NAAR GRONDSLAGEN
  • Essentie (primitivisme)
  • Onderzoekend

Stravinsky (niet-Europese invloeden op kunstenaar) 

Geïnspireerd door Russische volksmelodieën
Ritme heel belangrijk
Sacre du Printemps









Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

EXPRESSIE
  • Expressionisme en atonaliteit in muziek 
  • Schonberg




Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Analyse Schonberg
Voorstelling:
De muziek is geen programmamuziek, maar verklankt innerlijke conflicten en emoties. Is introvert.
Vormgeving:
De traditionele tonaliteit wordt losgelaten. Men maakt gebruik van dodecafonie (=twaalftoonsmuziek), waarbij geen toon belangrijker is dan de andere
Er zijn veel dissonanten en onverwachte orkestraties. Muziek springt van hoog naar laag, wisselt van tempo en dynamiek. Geen poging om prettig in het gehoor liggende muziek te maken.
Muzikale thema’s ontbreken

Voorbeeld van compositie vanuit dodecafonie/twaalftoonsmuziek - zie volgende slide

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXPRESSIE intellectuele muziek
  • Intellectuele muziek: je moet het leren waarderen.
  • Theoretische muziek: twaalftoonssysteem
  • Heel moeilijk te spelen voor musici: ze waren het niet gewend, hadden weinig houvast aan andere partijen (want geen herkenbare melodieen) en het vereiste nieuwe technische vaardigheden (grote sprongen en toonsafstanden)
  • Titels van Kandinsky’s werk introduceren muzikale termen in de schilderkunst.


Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

EXPRESSIE blues
  • Komt van de plantages waar de slaven zongen
  • Blue=teneergeslagen/verdrietig
  • Vaak langzaam gezongen en liefdesverdriet als thema
  • Blue note/dirty intonation: tonen onzuiver beginnen of eindigen (ligt net onder de toon)
  • Voorloper van de jazz, boogiewoogie(snelle blues), rhytm-and-blues, rock-’n-roll en soul.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXPRESSIE - JAZZ
  • Komt uit New Orleans, straatmuzikanten
  • dansbaar, vermaak
  • vrolijk, vrij, expressief
  • improvisatie heel belangrijk
  • syncopen
  • Van Amerika naar Europa
  • dixieland = witte jazz
  • vooral blaasinstrumenten
  • instrumenten zijn belangrijker dan de zang

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VERVREEMDING
  • Experimenten met muziek
  • Bijvoorbeeld: Composities gebaseerd op oerklanken
  • Of de lawaaimachines van Russolo (futurisme)


Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf in je eigen woorden wat muziek binnen cultuur van het moderne is

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over iets dat je niet zo goed hebt begrepen.

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem 1 ding op waar je meer over wilt weten

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies