V2 Kapitel 5 vtdw werden haben sein 4. Fall

Guten Tag!
Nimm dein Buch+Laptop auf den Tisch
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Guten Tag!
Nimm dein Buch+Laptop auf den Tisch

Slide 1 - Tekstslide

Lernziele
Na deze les ken/kun/weet je:
  • de grammatica, die je moet kennen voor de toets en kun je deze toepassen in de LessonUp opdrachten.

Slide 2 - Tekstslide

Planung
  • Wiederholung [20 min.]
  • Korrigieren [10 min.]
  • Aufgaben [20 min.]
  • Logo! [20 min.]

Slide 3 - Tekstslide

Noteer er zoveel mogelijk woorden in het Duits die hiermee te maken hebben
timer
1:30
Essen

Slide 4 - Woordweb

Noem 5 woorden uit de woordenlijst

Slide 5 - Open vraag

Noem minimaal 3 voorzetsels van de 4e naamval in het Duits.

Slide 6 - Open vraag

Zoek de juiste combinaties bij elkaar
bis
um
für
durch
ohne
gegen
voor
tot (en met)
door
zonder
tegen
om

Slide 7 - Sleepvraag

Präpositionen 4. Fall
bis
um
für
durch
ohne
gegen
tot (en met)
om
voor
door
zonder
tegen
Na deze voorzetsels krijg je altijd de 4e naamval.
Ezelsbruggetje: BUFDOG

Slide 8 - Tekstslide

Zoek de juiste combinaties bij elkaar
ich
du
er
sie
es
wir
ihr
Sie
ihn
mich
sie
es
euch
uns
dich
Sie

Slide 9 - Sleepvraag

haben

ich habe       
du hast         
er/sie/es hat  
wir haben        
ihr habt           
sie/Sie haben
sein

ich bin          
du bist         
er/sie/es ist  
wir sind          
ihr seid          
sie/Sie sind   
 Ich habe Glück gehabt.
Wir sind weg gewesen.

Slide 10 - Tekstslide

Ich habe viel Glück .....
A
gehabt
B
gewesen

Slide 11 - Quizvraag

Du bist lange nicht da ......
A
gehabt
B
gewesen

Slide 12 - Quizvraag

Er ist in Italien ......
A
gehabt
B
gewesen

Slide 13 - Quizvraag

Sie hat eine Cola .....
A
gehabt
B
gewesen

Slide 14 - Quizvraag

Es hat einen Schnulli .....
A
gehabt
B
gewesen

Slide 15 - Quizvraag

Meine Oma hat viel Geld .....
A
gehabt
B
gewesen

Slide 16 - Quizvraag

Wir sind nicht zu Hause .....
A
gehabt
B
gewesen

Slide 17 - Quizvraag

Ihr habt meine Karte .....
A
gehabt
B
gewesen

Slide 18 - Quizvraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Ich habe den ersten Preis (verdienen).

Slide 19 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Wir haben uns (küssen).

Slide 20 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Ihr habt in Nijmegen (wohnen).

Slide 21 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Hast du das auch (hören)?

Slide 22 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Ihr habt euch (verlieben).

Slide 23 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Er hat zu wenig (reden).

Slide 24 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Sie hat Rugby (spielen).

Slide 25 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Sie hat eine Katze (streicheln).

Slide 26 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Du hast den Hund (retten).

Slide 27 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Ihr habt lange (telefonieren).

Slide 28 - Open vraag

Vul het juiste voltooid deelwoord in:
Sie haben sich (bedanken).

Slide 29 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Du (haben) keine Zeit.

Slide 30 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Ich (werden) dich vermissen.

Slide 31 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Er (werden) sich bei dir melden.

Slide 32 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Sie[ev] (haben) sich gemeldet.

Slide 33 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Es (werden) morgen regnen.

Slide 34 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Er (sein) schon wieder am spielen.

Slide 35 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Wir (sein) im Restaurant.

Slide 36 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Ich (sein) bei meiner Tante zu Besuch.

Slide 37 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Du (sein) ganz schlau.

Slide 38 - Open vraag

Vul het juiste vorm van het ww in:
Ihr (sein) zu Hause.

Slide 39 - Open vraag

Partizip Perfect
Voltooid deelwoord 
Standaard regel = ge+stam+t
Eindigd de stam op een -d of -t?
ge+stam+et
Begint je werkwoord met be- of ver- of eindigd het op -ieren?
stam+t

Slide 40 - Tekstslide

Korrigieren

Slide 41 - Tekstslide

Hausaufgaben
Machen: 
Aufgabe 41+42+43 auf Seite 119+121
Lernen: Seite 68+69+70+72 +73+74 
Grammatik Seite 76 bis 79+149+150+151+146









timer
10:00

Slide 42 - Tekstslide

Geef één ding aan wat je geleerd hebt vandaag.

Slide 43 - Open vraag


Hoe vond je deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll