12.2 Geen leven zonder water (deel 2)

12.2 Zonder water geen leven
M&N leerjaar 2
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

12.2 Zonder water geen leven
M&N leerjaar 2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?

  • Uitleg over kringlopen
  • Zelfstandige werktijd
  • Uitleg 12.2 deel 2
  • Kennistest
Waar ga je over leren?

  • Herhaling van alle kringlopen
  • Dichtheid
  • Concentratie en dosis

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg over kringlopen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kringloop?

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeelden van kringlopen.
Waterkringloop

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedselkringloop

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbranding is een reactie die precies het tegenoversgestelde doet als fotosynthese. Verbranding vind plaats in alle cellen van het lichaam

Reactie van verbranding: zuurstof + glucose > water + koolstofdioxide  

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koolstofkringloop
Bij de koolstofkringloop kijk je alleen naar het atoom koolstof  > dus de C

Tijdens fotosynthese en verbranding gaan de koolstofatomen van de ene stof over in de andere.

Dus van CO2, naar glucose, naar CO2
uitleg atoom
Alle stoffen zijn opgebouwd uit atomen. Atomen zijn de kleinste bouwsteentjes die gebruikt worden om verschillende stoffen te maken.
Atomen worden afgekort met 1 of 2 letters.
Voorbeeld: Koolstof = C of IJzer = Fe
uitleg glucose
Glucose is een stof die is opgebouwd uit verschillende soorten atomen. 
Glucose (C6 H12 06) bestaat uit
C > Koolstof
H > Waterstof
O > zuurstof

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weektaak
12.2 opdracht 1 t/m 29 (overslaan 25, 26).

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg over 12.2 deel 2

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Als er landijs smelt, stijgt de zeespiegel.

Water en ijs zijn niet precies even zwaar. Daardoor drijft ijs op water.

Dit heeft te maken met de dichtheid.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Faseovergangen
Stoffen kunnen van fase veranderen.

Elke vorm van een faseovergang heeft zo zijn eigen naam. 

Welke ken je al?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De fasen
Vast - bijvoorbeeld de tafels

Vloeibaar - Wat er in je flesje water zit.

Gas - de lucht om ons heen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dichtheid
De dichtheid geeft aan hoeveel massa (gewicht) van een stof aanwezig is in een bepaald volume. 

De massa van 1 cm3 heet dichtheid

Hoe hoger de dichtheid, hoe zwaarder de stof.


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid
Hier heb je 8 bolletjes in 1 cm3 dus kleinere dichtheid.
Dichtheid = 8 g/cm3
Hier heb je 27 blokjes in 1 cm3 dus grotere dichtheid.
Dichtheid = 27 g/cm3

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

dichtheid van gassen
helium is lichter dan lucht = 
helium heeft een kleinere dichtheid

warme lucht heeft een kleinere dichtheid
dan koude lucht

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid
Dichtheid,
massa en volume

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Veiligheid drinkwater
Concentratie van stoffen: 
  • De hoeveelheid opgeloste stoffen in een vloeistof. 
  • Concentratie is de hoeveelheid opgeloste stof in milligram per liter water (mg/L)

Dosis: 
  • De hoeveelheid van een stof die je binnenkrijgt.


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met de dosis.
Als voorbeeld nemen we Kwik in drinkwater. Stel dat je twee liter water drinkt op een dag, hoeveel kwik krijg je dan binnen?


2 Liter x 1,0 mg = 2,0 mg kwik.


Dus:
aantal liter * waarde van de stof  = dosis

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VRAGEN?

Slide 21 - Tekstslide

Wisselmoment: vragen?

Kennistest 

Slide 22 - Tekstslide

Er volgen nu drie vragen om de voorkennis van de leerling te testen.
Waterdamp
Vloeibaar
water
sneeuw en ijs
door verwarming
het kan stollen en verdampen
door 
afkoeling onder nul

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de faseovergang van gas naar vast
A
Sublimeren
B
Condenseren
C
Verdampen
D
Rijpen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Fase-driehoek
verdampen
condenseren
stollen
smelten
rijpen
vervluchtigen
/ sublimeren
Vast (s)
Vloeibaar (l)
gas (g)

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het begrip concentratie betekend...
A
Het aantal opgeloste stof per liter water.
B
Het aantal liter water per opgeloste hoeveelheid stof.
C
Hoe sterk iets is.
D
Ander woord voor dosis.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dosis is..
A
De hoeveelheid stof die voor 1 totale mens is toegestaan
B
Aantal gram van de stof wat per kg lichaamsgewicht is toegestaan.
C
De concentratie bepaalde stoffen die in drinkwater mogen voorkomen.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Weektaak
12.2 opdracht 1 t/m 29 (overslaan 25, 26).

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies