Het is het jaar 1189, bij de Gelderse stad Zutphen. Het is vroeg in de ochtend. Boer Dirk loopt naar de stal van zijn heer, graaf Willem van Gelre. Naast de stal staat een onbekende paardenwagen, die er de vorige dag nog niet stond. Die is vast niet in het dorp gemaakt, denkt Dirk. Dan schrikt hij. Hij ziet iets verschrikkelijks. Dirk rent naar zijn hutje en haalt zijn vrouw erbij. Graaf Willem hangt aan een touw dat om de balk is geknoopt. Hij is dood!