Herhaling par 1 t/m 3

Druk
druk =      kracht
              oppervlakte
p=AF
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Druk
druk =      kracht
              oppervlakte
p=AF

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
-Samen oefentoets nakijken

-Samen extra oefeningen maken hefboom

-als we tijd over hebben, dan nog een quiz.

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling hst 1 paragraaf 1 t/m 3

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Op de koorddanser werken twee krachten die elkaar opheffen.

Welke zijn dit ?
A
Kleefkracht, veerkracht
B
Veerkracht, spankracht
C
Spankracht, zwaartekracht
D
Zwaartekracht, luchtweerstand

Slide 6 - Quizvraag

Wat voor kracht wordt hier NIET
gebruikt?
A
Zwaartekracht
B
Spankracht
C
Spierkracht
D
Elektrische kracht

Slide 7 - Quizvraag

Wat voor kracht wordt hier
gebruikt?
A
Magnetische kracht
B
Elektrische kracht
C
Zwaartekracht
D
Kleefkracht

Slide 8 - Quizvraag

De nettokracht is altijd groter dan de tegenwerkende kracht.
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Wat gebeurt als twee krachten elkaar opheffen?
A
De resultante kracht wordt meer
B
Voorwerp versnelt in richting van kracht
C
Voorwerp versnelt niet
D
Timetravel

Slide 10 - Quizvraag

Iris kan een expander (zie plaatje) met drie
veren 30 cm uitrekken. Marieke kan een
expander met twee veren 40 cm uitrekken.
Wie oefent de grootste kracht uit?
A
Iris
B
Marieke
C
Evenveel
D
Kun je niet weten

Slide 11 - Quizvraag

Een veer heeft in ongespannen toestand een lengte van 12,0 cm. Hoe groot is de uitrekking als de nieuwe lengte 15,0 cm is?
A
kun. je niet weten
B
3,0 cm
C
12,0 cm
D
15,0 cm

Slide 12 - Quizvraag

Welke veer is stugger?
Veer 1: C = 500N/m
Veer 2: C = 0,5N/cm
A
Veer 1
B
Veer 2
C
Even stug

Slide 13 - Quizvraag

Liesbeth hangt vijf gewichtjes van elk 1 N aan een veer en de veer rekt 10 cm uit.
Wat is de uitrekking van de veer als Liesbeth acht van zulke gewichtjes aan de veer bevestigt?
A
16 cm
B
21 cm
C
24 cm
D
32 cm

Slide 14 - Quizvraag

Aan een veer hangt massa van 5 kg.
De veer rekt door het gewicht 10 cm uit.
Hoe groot is de veerconstante van de veer?

A
C = Fv/u = 5 / 10 = 0,5 N/m
B
C = Fv/u = 50 / 10 = 5 N/m
C
C = Fv / u = 50 / 100 = 0,5 N/m
D
C = Fv/u = 50 / 0,10 = 500 N/m

Slide 15 - Quizvraag

Hoe noem je de kracht die de gewichtheffer op de halter uitoefent?
A
Spierkracht
B
Zwaartekracht
C
Gewicht
D
Massa

Slide 16 - Quizvraag

Wanneer de nettokracht 0 is, dan...
A
sta je altijd stil
B
Sta je stil of beweeg je met een constante snelheid
C
versnel je

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de resultante kracht?
A
490 N rechts
B
490 N links
C
150 N rechts
D
150 N links

Slide 18 - Quizvraag

Welke van deze krachten werken niet op afstand?
A
Magnetische kracht
B
Luchtweerstand
C
Elektrische kracht
D
Zwaartekracht

Slide 19 - Quizvraag

Hst 1 paragraaf 5
Druk

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Druk
druk =      kracht
              oppervlakte
p=AF

Slide 31 - Tekstslide

Welke twee dingen heb je nodig om de druk uit te kunnen rekenen?
A
Massa en zwaartekracht
B
Massa en lengte
C
Oppervlakte en zwaartekracht
D
Zwaartekracht en lengte

Slide 32 - Quizvraag

Wat is de formule voor druk in woorden?
A
Druk = kracht/ oppervlakte
B
Druk = oppervlakte / kracht
C
Druk = kracht x oppervlakte
D
Druk = oppervlakte x kracht

Slide 33 - Quizvraag

Waarom zak je minder in de sneeuw met ski's?
A
Je zwaartekracht wordt minder
B
Je zwaartekracht wordt meer
C
Je oppervlak met de sneeuw wordt kleiner
D
Je oppervlak met de sneeuw wordt groter

Slide 34 - Quizvraag

Zelf doen
Maken hst 1 paragraaf 5 t/m opdracht 66

Praktische opdracht uit Classroom maken en inleveren in Classroom

Slide 35 - Tekstslide