cross

B3 H2 Grammatica en spelling (I): tussenletters in samenstellingen

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandsvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Tekstslide

DOEL

TUSSENLETTERS IN SAMENSTELLINGEN

- je kunt tussenletters in samenstellingen goed spellen



Slide 2 - Tekstslide

+
=
fiets + zaal = fietszaal

Slide 3 - Tekstslide

Hoe noem je een woord als
fietszaal?

Slide 4 - Open vraag

Doe oortjes in

en bekijk 

de volgende filmpjes met uitleg!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Tussenletters -en-

kort samengevat


Het eerste woord heeft altijd een meervoud op -en.


Bijvoorbeeld:

krantenbezorger - kippensoep - rozengeur

Slide 8 - Tekstslide

Tussenletter -e-

kort samengevat


Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is.

Het eerste woord heeft een versterkende betekenis.

Het eerste woord heeft meervoud op -en én op -s.


Bijvoorbeeld:

Koninginnedag - apetrots- secondewijzer

Slide 9 - Tekstslide

Tussenletter -s-

kort samengevat


De tussenletter -s- kun je meestal horen.

Begint het tweede woord ook met een s- of s-klank, vervang dan het tweede woord om de tussenletter -s- te horen.


Bijvoorbeeld:

meningsverschil - varkensstal / varkensvlees

Slide 10 - Tekstslide

Maak een samenstelling van de woorden:
trap + huis

Slide 11 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
stoel + dans

Slide 12 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
buur + ruzie

Slide 13 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
huis + markt

Slide 14 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
hond + hok

Slide 15 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
maan + schijn

Slide 16 - Open vraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
breedtestraal
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 17 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
zonnebril
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 18 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
dieptepunt
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 19 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
beresterk
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 20 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
maneschijn
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 21 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
reuzegroot
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 22 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
weidevogel
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 23 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
hoogtemeter
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 24 - Quizvraag

Waarom heeft de samenstelling een tussenletter -e-?
bendeleden
A
Het eerste woord gaat over iets waar er maar één van is
B
Het eerste woord heeft een versterkende betekenis
C
Het eerste woord heeft een meervoud op -en én op -s

Slide 25 - Quizvraag

Wat doe je als je niet kunt horen of je tussenletter -s- moet gebruiken?

Slide 26 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
meisje + schoen

Slide 27 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
bezoeker + centrum

Slide 28 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
pakje + avond

Slide 29 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
zee + schepen

Slide 30 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
lengte + verschil

Slide 31 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
muis + val

Slide 32 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
volk + zanger

Slide 33 - Open vraag

Maak een samenstelling van de woorden:
eend + ei

Slide 34 - Open vraag

GELEERD?

TUSSENLETTERS IN SAMENSTELLINGEN

- je kunt tussenletters in samenstellingen goed spellen



Slide 35 - Tekstslide

Wat wist je al?

Slide 36 - Open vraag

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 37 - Open vraag

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 38 - Tekstslide