14.2 De huid en het onderhuidse bindweefsel

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 14.2 blz. 190
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 14.2 blz. 190
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt beschrijven hoe bij de mens een vrij constant inwendig milieu wordt gehandhaafd.

Slide 2 - Tekstslide

14.2 De huid en het onderhuidse bindweefsel
Thema 14 Gaswisseling en uitscheiding

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen vandaag
  • Je kunt de delen van de huid en van het onderhuidse bindweefsel noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt beschrijven hoe de lichaamstemperatuur min of meer constant wordt gehouden.

Slide 4 - Tekstslide

De huid
  • De huid beschermt het lichaam tegen invloeden van buitenaf, zoals beschadigingen, infecties en UV-straling.
  • De huid gaat ook waterverlies door verdamping tegen. Dit voorkomt uitdroging.
  • De huid bestaat uit twee delen: de opperhuid en de lederhuid.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

De opperhuid
  • De opperhuid bestaat uit 2 lagen: de kiemlaag en de hoornlaag.
  • De onderste laag is de kiemlaag en de bovenste de hoornlaag.
  • In de opperhuid liggen geen bloedvaten.
  • De cellen van de kiemlaag krijgen voedingsstoffen en zuurstof via de weefselvloeistof van de lederhuid.

Slide 7 - Tekstslide

De kiemlaag
  • De kiemlaag bestaat uit levende cellen.
  • De onderste laag van de kiemlaag bestaat uit cellen die zich voortdurend delen.
  • Daardoor komen er steeds nieuwe kiemlaagcellen bij.
  • De kiemlaagcellen die daarboven liggen, schuiven op naar boven en verhoornen. 

Slide 8 - Tekstslide

De hoornlaag
  • De verhoornde cellen boven op de kiemlaag, maken veel hoornstof aan. 
  • Hoornstof komt ook voor in haren en nagels.
  • Als de cellen zijn verhoornd, gaan ze dood.
  • De hoornlaag bestaat uit dode, verhoornde celresten.
  • De hoornlaag beschermt het lichaam tegen beschadigingen, uitdrogingen en het binnendringen van ziekteverwekkers.
  • De hoornlaag slaat steeds wat af. Op plekken waar veel wrijving is, is de hoornlaag extra dik, bijvoorbeeld bij voetzolen, dit heet eelt 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Pigment
  • De cellen van de kiemlaag bevatten pigment, een donkere kleurstof.
  • Pigmentcellen maken pigment en geven dit aan de cellen in de kiemlaag.
  • Pigment beschermt de delende cellen in de kiemlaag tegen de schadelijke invloed van uv-straling.
  • Hoe meer pigment de cellen bevatten, hoe donkerder de huid
  • Uv-straling in zonlicht zorgt ervoor dat pigmentcellen meer pigment aanmaken. Je huid wordt dan donkerdel.
  • Langdurige blootstelling aan uv-straling beschadigt de huid en vergroot de kans op huidkanker. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Haar en talg
  • Door de opperhuid steken haren.
  • Rondom de haren liggen haarzakjes.
  • Haarzakjes zijn uitsulpingen van de kiemlaag tot in de lederhuid.
  • Van onder uit het haarzakje groeit een haar.
  • In de haarzakjes bevinden zoch ook talgklieren die talg afscheiden.
  • Talg is een vettige stof die het haar en de hoornlaag soepel houdt. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Lederhuid
  • In de lederhuid liggen bloedvaten, zintuigen en uitlopers van zenuwcellen.
  • Aan de haarzakjes zitten haarspiertjes vast. Als deze samentrekken, gaat de haar overeind staan (kippenvel).
  • Zweetklieren in de lederhuid produceren zweet dat via de zweetkanaaltjes aan de buitenkant van de huid terechtkomt.

Slide 16 - Tekstslide

Onderhuidse bindweefsel
  • Onder de huid ligt het onderhuidse bindweefsel
  • In het onderhuidse bindweefsel ligt vet opgeslagen in vetcellen.
  • Het vet dient als reservestof.
  • Het vet vormt ook een isolerende laag, waardoor warmteverlies wordt tegengegaan.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Regeling van de lichaamstemperatuur
  • Het menselijk lichaam heeft een constante temperatuur van 37 graden.
  • Bij verbranding ontstaat warmte, door minder te bewegen wordt de verbranding lager.
  • Bij warmte zweet je meer. Zweet verdampt en de warmte die hiervoor nodig is, komt van het lichaam. Hierdoor koelt het af.
  • Bij warmte verwijden de bloedvaten in de huid. Hierdoor geeft het bloed meer warmte af. 
  • Als het lichaam te koud is vernauwen de bloedvaten, waardoor er minder warmte wordt afgegeven.
  • Extra verbranding kan zorgen voor meer warmteproductie.
  • Bij veel warmbloedige dieren houden vachtharen en veren een laagje warme lucht rondom het lichaam vast.
  • Spieren kunen de haren of veren rechtop zetten, er ontstaat dan een dikkere isolerende laag.

Slide 19 - Tekstslide

Aan het werk!
Maken opdrachten 14.2: 1, 2, 4, 5, 6 en 7
Werk af?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Werk nagekeken en laten controleren?
  • Plusopdracht maken
  • Test jezelf
  • Lezen
  • Bezig met een ander vak

 

timer
25:00

Slide 20 - Tekstslide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de delen van de huid en van het onderhuidse bindweefsel noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt beschrijven hoe de lichaamstemperatuur min of meer constant wordt gehouden.

Slide 21 - Tekstslide