Fractuurpreventie 2024

Fractuurpreventie 2024

Fractuurpreventie

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorGeneeskundeHBOWOStudiejaar 4

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Fractuurpreventie 2024

Fractuurpreventie

Osteoporose


  • is een chronische aandoening

  • verstoorde balans botaanmaak - botafbraak

  • vrouw : man = 5 : 1

  • 1: 3 fracturen ≥ 50 jaar is een osteoporotische fractuur

  • osteoporotische fractuur 50 jaar verhoogt het risico op een nieuwe fractuur vooral de 1e 2 jaar (3-12x)

  • De kwaliteit van leven neemt af na een fractuur

  • De mortaliteit neemt toe na een fractuur

Riscofactoren voor fracturen·     


·       vrouwelijk geslacht

·       eerdere fracturen

·       hogere leeftijd

·       lage BMI

·       langdurig systemisch glucocorticoïdgebruik

·       roken

·       alcoholgebruik

·       lage SES

·       positieve familieanamnese voor heupfracturen

·       immobiliteit

·       valrisico

. suboptimale behandeling bij ernstige aandoeningen met verhoogd fractuurrisico


Overzicht van aandoeningen met kans op secundaire osteoporose


  • Chronische ondervoeding of malabsorptie, coeliakie

  • Inflammatoire darmziekten: ziekte van Crohn en colitis ulcerosa

  • Orgaantransplantatie

  • Diabetes mellitus type 1 (onafhankelijke risicofactor, ook indien onder controle)

  • Diabetes mellitus type 2 met insulinebehandeling

  • Schildklieraandoeningen: chronisch overgesubstitueerde hypothyreoïdie of onbehandelde hyperthyreoïdie

  • Onbehandelde primaire hyperparathyreoïdie

  • COPD met ≥ 4 stootkuren per jaar

Overzicht van aandoeningen met kans op secundaire osteoporose, vervolg


  • Reumatoïde artritis

  • Andere chronische inflammatoire aandoeningen zoals spondylartropathie (ziekte van Bechterew), systemische lupus erythematodes en sarcoïdose

  • Onbehandelde hypogonadisme bij mannen en vrouwen in het kader van behandeling van borstkanker en prostaatcarcinoom, bilaterale orchidectomie en ovariëctomie, anorexia nervosa, hypopituïtarisme

  • Gebruik van anti-epileptica

  • Syndroom van Cushing

  • Vitamine D-gebrek

Het risico op fracturen is verhoogd bij 3 groepen patiënten. 


  • Risicogroep 1: patiënten ≥ 50 jaar met een recente fractuur < 2 jaar geleden, anders dan een fractuur van gelaat, schedel, vingers, tenen en cervicale wervelkolom.

  • Risicogroep 2: patiënten ≥ 40 jaar met langdurig gebruik van systemische glucocorticoïden ≥ 3 maanden of ≥ 4 stootkuren per jaar.

  • Risicogroep 3: patiënten met vragen/risicofactoren voor een fractuur (osteoporose in de familie, laag lichaamsgewicht, roken, lengtevermindering, postuurverandering)


Doel van de diagnostiek is het inschatten van het risico op fracturen bij deze 3 risicogroepen.






Mevrouw Van Dongen 67 jr

  • gevallen van de fiets, jukbeen #


Indicatie voor DXA-VFA?


Mevrouw Van Dongen 67 jr

  • gevallen van de fiets, jukbeen #

  • moeder had osteoporose en een heup #

Indicatie voor DXA-VFA?


Mevrouw Van Dongen 67 jr

  • gevallen van de fiets, jukbeen #

  • vorig jaar tijdens overwinteren in Spanje pols #

Indicatie voor DXA-VFA?


Indicaties voor DXA en VFA


  • Risicogroep 1: patiënten ≥ 50 jaar met een fractuur < 2 jaar geleden

  • Risicogroep 2: leeftijd ≥ 40 jaar met systemisch gebruik van glucocorticoïden ≥ 3 maanden of ≥ 4 stootkuren per jaar

  • Risicogroep 3: patiënten ≥ 60 jaar met vragen/risicofactoren voor een fractuur bij risicoscore ≥ 4

    

 

NB:  leeftijd ≥ 50 jaar ≥ 3 maanden gebruik van prednison ≥ 7,5 mg per dag is altijd een behandelindicatie, wel vooraf een uitgangs DXA/VFA doen                                                                                                                                         

 

Dual-energy X-ray Absorptiometrie + Vertebral Fracture Assesment

  • De BMD wordt uitgedrukt in een T-score:

    • een T-score ≤ –2,5 duidt op osteoporose

    • een T-score –1,0 tot –2,5 duidt op osteopenie

    • een T-score ≥ –1,0 duidt op een normale BMD.

Vertebral fracture assessment (VFA)

  • VFA is een röntgenonderzoek waarbij de hoogte van de wervels (Th4-L5) wordt gemeten.

  • Een VFA wordt gelijktijdig met DXA gemaakt.

  • De wervels worden beoordeeld volgens de methode van Genant:

    • graad 1 wervelfractuur (mild): hoogteverlies 20-24%

    • graad 2 wervelfractuur (matig): hoogteverlies 25-39%

    • graad 3 wervelfractuur (ernstig): hoogteverlies ≥ 40%

Wanneer behandelen/

verwijzen

Risicogroep 2 -Indicaties voor medicamenteuze fractuur preventie:

Behandeling


Niet medicamenteus:

gezonde voeding, vitamine D, voldoende Calcium (evt suppleren) alcohol beperken, roken stoppen, 2,5 uur lichaamsbeweging per week enz


Medicamenteuze fractuur preventie:

Bisfosfonaten

Denosumab (facultatief door de huisarts)

2e lijns medicatie


Voor start medicamenteus behandelen eerst lab: Vit D, Ca2+, TSH, Kreat/ eGFR


Bisfosfonaten


  • alendroninezuur: tablet 70 mg wekelijks of

  • risedroninezuur: tablet 35 mg wekelijks


Bijwerkingen bisfosfonaten: botpijn, spierpijn, gewrichtspijn en (boven)buikklachten.

  • Bij gebruik volgens de instructies: switch van alendroninezuur naar risedroninezuur en andersom. Of vervang de orale bisfosfonaat door alendroninezuur in drankvorm (0,7 mg/ml, 100 ml 1 keer per week).

  • Indien de drankvorm niet leidt tot klachtenvermindering, overweeg zoledroninezuur i.v. (tweede lijn) of denosumab s.c. (facultatief)



Controle bisfosfonaten!


. Therapietrouw

. Bijwerkingen

. Nieuwe fracturen

. Lengte Gewicht

. Ca2+ Vit D gebruik.


Controle DXA +VFA na 5 jaar bisfosfonaat Evt drugholiday.


NB voor risicogroep 2: bij stoppen corticosteroïden ook stop bisfosfonaat.

Denosumab:

Rebound effect!! Voorschrijven alleen bij patiënten > 75 jaar of met een beperkte levensverwachting, bij wie te verwachten valt dat zij de medicatie levenslang zullen gebruiken.

  • Bij starten van denosumab bij patiënten ≥ 75 jaar met een beperkte levensverwachting:

    • stop de behandeling niet tussentijds

    • bespreek of inname van vitamine D en calcium adequaat is

    • controle met DXA/VFA is niet nodig

  • Bij pas 3 jaar Denosumab (6 injecties): stoppen en een half jaar later start Bisfosfonaat.

  • Bij langer gebruik Denosumab of niet verdragen van- of contra-indicatie voor Bisfosfonaat: verwijs naar de internist.

 


  • T-score van heup of wervelkolom≤ –2,5 en

  • geen nieuwe wervelfracturen

  • Verwijs naar de tweede lijn bij:

    • Bij overwegen te stoppen met denosumab na maximaal 10 jaar (voor nabehandeling met zoledroninezuur i.v.)

    • nieuwe wervelfracturen: 1 graad 3-fractuur of 2 graad 2-fracturen




Denosumab


Cave rebound effect.

Alleen geven bij 75+ bij beperkte levensverwachting.

Geef het levenslang.

Controle DXA/VFA niet nodig

Aandacht overname behandeling bij opname in verpleeghuis.


Wel gestart < 75 jaar?


  • Continueer denosumab maximaal 10 jaar, inclusief driejaarlijkse evaluatie met DXA/VFA, bij:

    • T-score van heup of wervelkolom ≤ –2,5 en

    • geen nieuwe wervelfracturen


  • Bij pas 3 jaar Denosumab (6 injecties): stoppen en een half jaar later start Bisfosfonaat als er geen contra-indicatie voor bestaat.

  • Verwijs naar de tweede lijn bij:

    • Bij overwegen te stoppen met Denosumab na maximaal 10 jaar (voor nabehandeling met bisfosfonaten via de specialist )

    • nieuwe wervelfracturen: 1 graad 3 fractuur of 2 graad 2 fracturen

Short Physical Performance Battery

                         (SPPB)