Stijlfiguren 3v

1. de drieslag
Een vaste combinatie van een opsomming 
van 3 woorden, 3 zinsdelen of 3 zinnen

geloof, hoop en liefde
steen, papier en schaar


1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1. de drieslag
Een vaste combinatie van een opsomming 
van 3 woorden, 3 zinsdelen of 3 zinnen

geloof, hoop en liefde
steen, papier en schaar


Slide 1 - Tekstslide

Woordenschat H1 + H2 
Stijlfiguren

Slide 2 - Tekstslide

 retorische middelen
Een tekst kun je aantrekkelijk maken door retorische middelen te gebruiken.
Retorica is de leer van de welsprekendheid: zo mooi mogelijk spreken. Een aantal retorische middelen ken je al: beeldspraak (vergelijking, metafoor, personificatie en metoniem), uitdrukkingen met rijm en met woordparen.

Slide 3 - Tekstslide

Ook stijlfiguren zijn retorische middelen. Een stijlfiguur gebruik je om iets te benadrukken.

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling - repetitio 
Een woord of woordgroep wordt herhaald
Nooit, maar dan ook nooit, zal ik jou begrijpen.

"Nee, nee, nee", zei moeder boos.

Slide 5 - Tekstslide

Opsomming - enumeratio
Opsomming van namen, feiten of andere dingen
Er zijn vier bijzondere gevallen:
  1.  de drieslag
  2.  de climax
  3.  de omgekeerde climax
  4. de opsomming in drieën

Slide 6 - Tekstslide

2. de climax
Opsomming van steeds sterker 
wordende reeks
Ik wil weg, ik wil naar huis, ik wil naar bed

Ze verlangden naar vrede, vrijheid en geluk.

Slide 7 - Tekstslide

3. de anti-climax
Steeds zwakker wordende reeks woorden
Vorige week zag ik een fantastische film, nou ja, hij was mooi, ach, best wel goed eigenlijk.

Slide 8 - Tekstslide

4. de opsomming in drieën
een opsomming van drie woorden, zinsdelen of zinnen; vaak staat tussen het tweede en derde onderdeel het voegwoord en: 

Ze verlangden naar vrede, vrijheid en geluk

Slide 9 - Tekstslide

0

Slide 10 - Video

Ik heb het goed gedaan, maar ook zo fout gedaan.
Als ik terugkijk in de tijd.

Welk stijlfiguur herken je hier?
A
herhaling
B
tegenstelling
C
opsomming

Slide 11 - Quizvraag

'Bloed, zweet en tranen' - dit is een bijzondere opsomming. Wat voor een?

Slide 12 - Open vraag

Een lach met tranen, zo voel ik mij vandaag.
Geproefd van het leven, zoveel vrienden ongekend.

Welk stijlfiguur herken je hier?
A
herhaling
B
tegenstelling
C
opsomming

Slide 13 - Quizvraag

Met bloed zweet en tranen, zei ik, rot hier nu maar op.
Met bloed zweet en tranen,
Zei ik vrienden, dag vrienden, de koek is op.

Welke stijlfiguur herken je hier vooral?
A
herhaling
B
tegenstelling
C
opsomming

Slide 14 - Quizvraag

Niemand die je helpt en niemand die je ziet. Nee, niemand die je ziet.
A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Herhaling
D
Climax

Slide 15 - Quizvraag

Koning, keizer, admiraal. Ik ken ze allemaal.
A
Tegenstelling
B
Drieslag
C
Herhaling
D
climax

Slide 16 - Quizvraag

De hoogste kwaliteit voor de laagste prijs.
A
Drieslag
B
Omgekeerde climax
C
Herhaling
D
Tegenstelling

Slide 17 - Quizvraag

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder.
A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Herhaling
D
Climax

Slide 18 - Quizvraag

Joris was blij, nee, opgetogen, zelfs uitzinnig van vreugde met het cadeau.
A
Tegenstelling
B
Omgekeerde climax
C
Climax
D
Herhaling

Slide 19 - Quizvraag

Hoofdstuk 2
Bij taalgebruik leg je vaak gevoel in je woorden. Je kunt iets overdrijven, iets afzwakken of een pijnlijke zaak verzachten. Dat kun je doen met stijlfiguren:







Slide 20 - Tekstslide

Hoofdstuk 2

hyperbool – Als je overdrijft, gebruik je een hyperbool. 
understatement – Als je iets afzwakt, gebruik je een understatement. 
litotes – Een bijzondere vorm van het understatement is de litotes. Je ontkent het tegenovergestelde. 
eufemisme – Als je een eufemisme gebruikt, zeg je iets zo dat het als minder erg of hard overkomt.



Slide 21 - Tekstslide

Hyperbool
Een hyperbool is een sterke overdrijving.
We hebben ons kapot gelachen.
Zijn ogen vielen uit zijn kassen toen hij zag dat iemand zijn auto had gestolen.

Slide 22 - Tekstslide

Eufemisme
Een eufemisme verzacht de werkelijkheid bij vervelende situaties.
Hij gaat creatief om met de waarheid.

Onze hond is gisteren heengegaan. 


Slide 23 - Tekstslide

litotes
 Een bijzondere vorm van het understatement is de litotes. Je ontkent het tegenovergestelde. 

Je zegt: Ze is bepaald niet dom; je bedoelt: Ze is slim.

Slide 24 - Tekstslide

Understatement
Een afzwakking. Iets minder erg laten lijken dan het is. Vaak is dit grappig bedoeld
Messi kan wel een aardig balletje trappen.

Dat is een prima huisje

Slide 25 - Tekstslide

Gisteren hebben we opa naar zijn laatste rustplaats gebracht.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
understatement

Slide 26 - Quizvraag

Ik had een twee voor het proefwerk, ik had dus wel een paar foutjes gemaakt.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
understatement

Slide 27 - Quizvraag

Je wordt doodgegooid met informatie over de verkiezingen.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
understatement

Slide 28 - Quizvraag

De dierenarts heeft het arme dier moeten laten inslapen.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
understatement

Slide 29 - Quizvraag

Die miljonair heeft wel
een aardig optrekje.
A
hyperbool
B
eufemisme
C
understatement

Slide 30 - Quizvraag

Maken deze week!
Woordenschat-stijlfiguren H1.     Opdracht 1 t/m 3 + 6
Woordenschat-stijlfiguren H2.    Opdracht 1 t/m 4



Slide 31 - Tekstslide