Wisselschakelaar

Wisselschakelaar

DOEL:

  • Wat wil deze schakeling precies zeggen?

  • Waarvoor staat deze schakeling?

  • Hoe werkt deze schakeling?

  • Hoe kan ik deze (veilig) plaatsen?

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorElektriciteitSecundair onderwijs

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wisselschakelaar

DOEL:

  • Wat wil deze schakeling precies zeggen?

  • Waarvoor staat deze schakeling?

  • Hoe werkt deze schakeling?

  • Hoe kan ik deze (veilig) plaatsen?

Inhoud cursus:



  1. Wat is een wisselschakelaar


  2. Werking van een wisselschakelaar


  3. We gaan aan de slag

  1. Wat is een wisselschakelaar?



Een wisselschakelaar is een schakelaar met één toets en drie aansluitklemmen. De wisselschakelaar wordt ook wel eens een universele schakelaar genoemd, omdat je hem op twee verschillende manieren kan gebruiken.


Zo kan je de wisselschakelaar enkelpolig aansluiten, om het licht van op één plaats te bedienen. Daarnaast heb je ook de mogelijkheid om de wisselschakelaar aan te sluiten als onderdeel van een wisselschakeling. Op die manier kan je eenzelfde lichtpunt vanop twee plaatsen bedienen. Afhankelijk van hoe je wisselschakelaar wilt gebruiken, zal de aansluiting ervan ook licht wijzigen.


We zetten het hieronder voor je op een rij.

Symbool:








Meerlijnig en enkellijnig

  1. Werking van een wisselschakelaar?





Stap 1: Starten doe je opnieuw door eerst de stroom uit te zetten. Zorg dat in de zekeringkast de automaat is uitgeschakeld  voor de kring waaraan je wil werken. Test met een spanningsmeter of de stroom ook effectief is uitgeschakeld.


Stap 2: Begin met de eerste wisselschakelaar. Verbind de blauwe draden van de toekomende en de vertrekkende kabel naar de lamp met elkaar door middel van een wagoklem of lasklem.


Stap 3: Sluit nu de binnenkomende fasedraad of voedingsdraad aan op de schroef met markering L. Sluit de twee schakeldraden die naar de tweede schakelaar vertrekken aan waar de schakelaar 1 en 1’ aangeeft. Welke je waar aansluit maakt niet uit.


Stap 4: De aankomende en vertrekkende geelgroene draden verbind je met een lasklem.


Stap 5: Vervolgens ga je aan de slag met de tweede schakelaar. Verbind de aankomende en vertrekkende blauwe draden opnieuw met elkaar door middel van een lasklem.


Stap 6: De twee schakeldraden die toekomen van de eerste schakelaar, sluit je aan op de 1 en 1’ schroef van de tweede schakelaar. Zorg dat de draden aan beide kanten op dezelfde aansluiting zitten. Let er daarom op dat je dezelfde aderkleur gebruikt voor dezelfde schroef en dus schroef 1 met 1 verbindt en schroef 1′ met 1′.


Stap 7: Sluit daarna de fasedraad die vertrekt naar de lamp aan op L van de tweede schakelaar.











Stap 8: De toekomende en naar de lamp vertrekkende geel/groene, aarding, draden verbind je opnieuw met elkaar met een lasklem of wago.


Stap 9: Duw de schakelaar in de inbouwpot en zet hem vast. Afhankelijk van het type schakelaar kan dit door middel van klauw- of schroefbevestiging. Werk vervolgens netjes af door de centraalplaat en de afdekplaat op het mechanisme te klikken.

Vraag 1: In de living treffen we op dit plan geen wisselschakelingen aan?

A

Juist

B

Fout

Vraag 2: In de garage treffen we op dit plan wisselschakelingen aan?

A

Juist

B

Fout

Vraag 3: Zowel in slaapkamer 1 als in slaapkamer 2 zijn er wisselschakelaars voorzien?

A

Juist

B

Fout

Vraag 4: In de hal is een wisselschakelaar voorzien?

A

Juist

B

Fout

  1. We gaan aan de slag!





  • Nu je alles grondig hebt bestudeerd, is het tijd om aan de slag te gaan. We bekijken hiervoor onderstaand filmpje.


Vraag 1: Welk materiaal hebben we nodig om wisselschakelaars aan te sluiten? Duid de juiste opsomming aan:

A

geïsoleerde schroevendraaier, kniptang, striptang, wisselschakelaars en bijhorende afdekdoosjes, aftakdoos, waterpas;

B

geïsoleerde schroevendraaier, kniptang, afstandsbediening, steekklemmetjes, multimeter, waterpas;

C

isolatiemateriaal, kniptang, striptang, wisselschakelaar en bijhorende afdekdoosjes, multimeter, waterpas;

D

steekklemmetjes, geïsoleerde schroevendraaier, kniptang, striptang, wisselschakelaars en bijhorende afdekdoosjes, multimeter, waterpas.

Vraag 2: Juist of fout? De beide schakelaars staan rechtstreeks in verbinding met de elektriciteitskast.

A

Juist

B

Fout

Vraag 3: Juist of fout? Op de wisselschakelaar zelf komen draden bij L, 1 en 1'.

A

Juist

B

Fout

Vraag 4: Juist of fout? De blauwe draden staan in verbinding met het lichtpunt en de andere schakelaar.

A

Juist

B

Fout

Vraag 5: Juist of fout? De grijze en de bruine draden dienen in aparte steekklemmetjes te worden geplaatst (per kleur).

A

Juist

B

Fout

Vraag 6: Juist of fout? De bruine, blauwe en gele draden dienen in aparte steekklemmetjes te worden geplaatst (per kleur).

A

Juist

B

Fout

Vraag 7: Juist of fout? Het maakt niet uit in welke volgorde je de steekklemmetjes in de inbouwdoos plaatst vooraleer je de schakelaar monteert.

A

Juist

B

Fout

Vraag 8: Bij één schakelaar heb je slechts drie draden nodig. Welke mag je gewoon in de inbouwdoos plaatsen zonder steekklemmetje?

A

de gele en de blauwe;

B

de blauwe, de gele en de bruine;

C

de bruine en de blauwe;

D

de zwarte en de gele.

Vraag 9: Duid het juiste antwoord aan. Bij het instellen van de draden op de wisselschakelaar steek ik:

A

de zwarte draad bij 1’, de bruine bij L en de blauwe bij 1;

B

de bruine draad bij 1’, de zwarte bij L en de grijze bij 1;

C

de bruine bij L, de grijze bij 1 en de zwarte bij 1';

D

de zwarte draad bij L’, de bruine bij 1 en de grijze bij 1’;

  1. Feedback over dit leerpad