Opdracht presentatie en rollenspel dementie
Opdracht presentatie en rollenspel dementie
Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je de vier fasen van dementie herkennen, beschrijven en inleven in hoe het dagelijks leven en de emoties van mensen met dementie veranderen.
Wat is dementie eigenlijk?
Dementie is een verzamelnaam voor symptomen waarbij het geheugen en andere hersenfuncties achteruitgaan. Dit proces verloopt in verschillende fasen.
Jullie werken rond de verschillende fasen van Dementie. Elke groep krijgt één fase en bereidt twee onderdelen voor:
Opdracht
Korte presentatie: elke groep krijgt één fase. Werk uit: wat kenmerkt deze fase? Wat zie je bij de zorgvrager, wat voelt iemand, en wat merkt de omgeving? Hoe ga je hiermee om?
Rollenspel: tonen hoe deze fase er in het echte leven uitziet.
Lisa en Myrte --> 'De bedreigde ik'
Amy, Cléo en Marjenka --> 'Het verdwaalde ik'
Enboba en Juliette --> 'Het verborgen ik'
Alaja en Daphne --> 'De verzonken ik'
Groepjes
Fase 1 --> 'het bedreigde ik'
Enboba en Juliette
Fase 2 --> 'het verdwaalde ik'
Amy, Cléo en Marjenka
Fase 3 --> 'het verborgen ik'
Lisa en Myrte
Fase 4 --> 'het verzonken ik'
Daphne en Alaja
Opdracht rollenspel
1. Situatie kiezen
Waar speelt het zich af? (thuis, winkel, rusthuis, familiebezoek…)
Wat is een realistische situatie in jullie fase?
2. Rollen
Wie speelt de persoon met dementie?
Wie speelt familie, zorgverlener of vriend?
3. Probleemsituatie
Wat loopt er moeilijk?
(bv. vergeten, verwarring, herhalen, angst, zoeken naar woorden)
4. Reactie en aanpak
Hoe reageert de omgeving?
Hoe kan men rustig en respectvol helpen?
5. Inleving
Laat duidelijk zien hoe de persoon zich voelt in deze fase
Richtvragen presentatie
• Welke taken gaan zelfstandig?
• Waar is hulp nodig?
• Hoe voelt iemand zich? Angst, verwarring?
Wat kan een verzorgende/mantelzorger doen om deze persoon te ondersteunen in deze fase?
Hoe heet jullie fase (vroege, midden- of late fase)?
Wat gebeurt er in de hersenen/het geheugen in deze fase?
Wat vergeet de persoon vaak?
Waar is de persoon nog goed in?
Wat lukt nog zelfstandig?
Waar is hulp nodig?
Hoe voelt de persoon zich vaak?
Welke gedragsveranderingen zie je?
Wat merken familie of vrienden?
Hoe reageren zij meestal?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.