Aspecten van de vormgeving V2

Aspecten van de vormgeving
Een van de onderdelen waaruit een beeldend kunstwerk is opgebouwd, noemt je een beeldaspect. 
Een beeldaspect is eigenlijk een "beeldende truc" die een kunstenaar toepast om in zijn opzet te slagen. 
De belangrijkste beeldaspecten zijn: VLORK
Vorm, licht, Ordening (compositie), ruimte, kleur,
lijn/vlak, structuur/textuur.


1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Aspecten van de vormgeving
Een van de onderdelen waaruit een beeldend kunstwerk is opgebouwd, noemt je een beeldaspect. 
Een beeldaspect is eigenlijk een "beeldende truc" die een kunstenaar toepast om in zijn opzet te slagen. 
De belangrijkste beeldaspecten zijn: VLORK
Vorm, licht, Ordening (compositie), ruimte, kleur,
lijn/vlak, structuur/textuur.


Slide 1 - Tekstslide

Vorm
  • Geometrisch (vierkant, cirkel, driehoek, rechthoek)
  • Organisch (grillig van vorm, alsof het gegroeid is)
  • Open of gesloten
  • Ruimte innemend of ruimte veroverend
  • statisch of dynamisch
  • Symmetrisch of asymmetrisch
  • Gestileerd, gedeformeerd, geabstraheerd.


Slide 2 - Tekstslide



Geometrisch


Organisch
3D Vorm

Slide 3 - Tekstslide



Open


Gesloten
3D Vorm

Slide 4 - Tekstslide



Ruimte veroverend


Ruimte innemend
3D Vorm

Slide 5 - Tekstslide



Symmetrisch


A-symmetrisch
3D Vorm

Slide 6 - Tekstslide



Statisch


Dynamisch
3D Vorm

Slide 7 - Tekstslide



Gestileerd


Gedeformeerd
3D Vorm
Gestileerd
(vereenvoudigd)
Geabstraheerd
(abstracter gemaakt)
Gedeformeerd
(uit elkaar gehaald en op een niet-natuurlijke manier aan elkaar gezet)

Slide 8 - Tekstslide

Licht 
Licht schept sfeer.
Het kan een voorstelling bijvoorbeeld gezellig, intiem, spannend of geheimzinnig maken.
Licht maakt vormen duidelijk.
Door de belichting kan je de aandacht op iets richten.

LICHT EN SCHADUW
Licht veroorzaakt schaduw. Door goed te kijken naar de schaduw, kun je zien waar het licht vandaan komt. Bij meer lichtbronnen zie je dus ook meer schaduw.



Slide 9 - Tekstslide

Eigen schaduw
op het onderwerp zelf
Slagschaduw
op de omgeving van het onderwerp
Soort schaduw

Slide 10 - Tekstslide

Meelicht, tegenlicht, zijlicht, strijklicht
Waar komt het licht vandaan?
Lichtrichting

Slide 11 - Tekstslide

doorvallend licht
glimlicht
Bijzonder licht

Slide 12 - Tekstslide

Clair obscur

= Sterk licht-donker contrast (dramatisch effect)
Clair obscur

Slide 13 - Tekstslide

Ordening (Compositie)
Compositie gaat over de manier waarop jouw tekening op het blad is geplaatst.
De belangrijkste, kleurigste, grootste vormen in een bepaalde richting.
We noemen dat de ordening van het geheel.
De richting of vorm die in een bepaalde compositie overheerst.

Slide 14 - Tekstslide

Driehoekscompositie
Horizontale Compositie
Verticale Compositie
Diagonale Compositie
Overall Compositie
Doorlopende Compositie
Symmetrische Compositie
A symmetrische Compositie
Statische Compositie
Dynamische Compositie

Slide 15 - Sleepvraag

Ruimte

Slide 16 - Tekstslide

Perspectief

Slide 17 - Tekstslide

Perspectief
  • eenpuntsperspectief
  • tweepuntsperspectief
  • driepuntsperspectief

Slide 18 - Tekstslide

tweepuntsperspectief
driepuntsperspectief

Slide 19 - Tekstslide

Standpunt
  • Ooghoogte
  • Vogelperspectief
  • kikkerperspectief

Slide 20 - Tekstslide

vogelperspectief
kikkerperspectief

Slide 21 - Tekstslide

Atmosferisch perspectief
Voorgrond heldere kleuren, achtergrond vergrijsde kleuren
kleurperspectief
Voorgrond warme kleuren, achtergrond koude kleuren

Slide 22 - Tekstslide

Ruimte suggestie

Slide 23 - Tekstslide

Afsnijding, overlapping en verkleining
Coulissewerking

Slide 24 - Tekstslide

omklapping
stapeling

Slide 25 - Tekstslide

Repoussoir
Verkorting

Slide 26 - Tekstslide

Pak een Tekenbak.
Maak foto's met: 1 punt- en 2 puntsperspectief, vogel-, kikkerperspectief en ooghoogte.
Pak er andere voorwerpen bij en maak foto's van : afsnijding, overlapping, verkleining, coulissewerking, repoussoir en verkorting.

Slide 27 - Open vraag

Slide 28 - Tekstslide

Omklapping
Verkleining
Repoussoir
Stapeling
Coulissewerking

Slide 29 - Sleepvraag

Kleur

Slide 30 - Tekstslide

Wat is kleur?
Kleur heeft een aantal eigenschappen: Toon: Soort. bijvoorbeeld rood. 
Helderheid: mate waarin het licht weerkaatst wordt.
Verzadiging: Hoeveelheid pigment in een kleur.


Vincent van Gogh, Caféterras bij nacht,1888, olieverf op doek

Slide 31 - Tekstslide

Primaire, secundaire, tertiaire kleuren

Slide 32 - Tekstslide

lage verzadiging (zwart toevoegen), verzadigde/heldere kleuren, lage verzadiging (wit toevoegen)

Slide 33 - Tekstslide

kleurcontrasten

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Link

Complementair contrast
Deze kleuren versterken elkaar, ze staan recht tegenover elkaar in de kleurencirkel.

de complementaire contrasten zijn: 
paars-geel 
rood-groen
blauw-oranje

Slide 36 - Tekstslide

Kleur tegen kleurcontrast
Dit contrast is het sterkst wanneer je felle, pure kleurvlakken tegen elkaar aan zet, zonder omtreklijnen.

Slide 37 - Tekstslide

Licht-donker contrast
  • dit is het verschil tussen lichte en donkere kleuren  
  • wit -zwart is het grootste contrast 
  • je maakt kleuren donkerder of lichter door het bijmengen van zwart of wit

Slide 38 - Tekstslide

Warme en koude kleuren
warme kleuren:
  • zijn warm en gezellig 
  • lijken dichterbij
  • vormen een contrast met koude kleuren 

koude kleuren:
  • zijn koel en rustig 
  • lijken verder weg
  • vormen een contrast met warme kleuren 

    Slide 39 - Tekstslide

    Koud–warm contrast
    een warme kleur naast een koude kleur geeft een koud-warmcontrast

    Slide 40 - Tekstslide

    Kleurenfamilie
    • dit zijn alle kleuren die uit dezelfde kleur zijn gemengd. Ze verschillen heel weinig van elkaar. Bijvoorbeeld alle kleuren rood. Maar ook roden en paarsen behoren tot dezelfde kleurenfamilie 

    • kleuren in een kleurenfamilie hebben steeds één kleur gemeenschappelijk 

      Slide 41 - Tekstslide

      - Kies een primaire of secundaire kleur verf.
      - Verdonker de verf in twee stappen.
      - Verhelder de kleur ook in twee stappen.
      - Kies een kleurcontrast. Zet er een kleur bij om dat contrast te krijgen.

      Slide 42 - Open vraag

      Kies een foto uit HST 3.
      Zet de foto hier neer en zet erbij welk kleurcontrast je ziet.

      Slide 43 - Open vraag

      Verzadigde en onverzadigde kleuren:
      De kleuren op de kleurencirkel zijn pure kleuren, de kleuren in hun zuiverste vorm.
      Dit noemen we VERZADIGDE KLEUREN.
      .
      Als we een kleur aanpassen en ze vermengen met wit, zwart, grijs, noemen we dit ONVERZADIGDE KLEUREN.

      Verhelderde en Verdonkerde kleuren
      Als je wit bij een kleur mengt, dan ben je een kleur aan het verhelderen.
      Als je zwart bij een kleur mengt, dan ben je kleur aan het verdonkeren.

      Verzadigde kleuren:         Kleuren in hun zuiverste vorm, pure kleuren
      Onverzadigde kleuren:    Kleuren vermengd met wit, grijs of zwart
      Verhelderde kleuren:       Kleuren waaraan meer wit is toegevoegd
      Verdonkerde kleuren:      Kleuren waaraan meer zwart is toegevoegd 



      Slide 44 - Tekstslide