les 2

Welkom
Mobiel uitzetten en in de tas doen.
Rustig op je eigen plek gaan zitten.
Je schrift en etui op tafel leggen.
Je laptop nog even in je tas laten zitten.
Als de timer op 0 staat start de uitleg en zit je klaar.
timer
1:00
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
Middelbare school

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom
Mobiel uitzetten en in de tas doen.
Rustig op je eigen plek gaan zitten.
Je schrift en etui op tafel leggen.
Je laptop nog even in je tas laten zitten.
Als de timer op 0 staat start de uitleg en zit je klaar.
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
Terugblik toets en de doelen van vorige les.   
Uitleg nieuwe doelen.   
Opdrachten maken.   
Afsluiten; hoe is het deze les gegaan? 

Startvraag: als beide ouders bruine ogen hebben kunnen die dan een kind met blauwe ogen krijgen? En als beide ouders blauwe ogen hebben, kunnen die dan kind met bruine ogen krijgen?

Slide 2 - Tekstslide

De toets
hoogste cijfer: 8,3              8,1
laagste cijfer: 5,2                5,0
gemiddelde cijfer: 7,2       6,3

Toets cijfer 6 of hoger en niet alles af: 7, wel alles af: 9
Toets cijfer onder de 6 en niet alles af: 9, wel alles (goed) af: 2
3 x toets inhalen           totaal niet af: 16  wel alles af:  11

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je nog/al?
Genotype en fenotype.
Chromosoom, gen en allel.

Slide 4 - Tekstslide

Welke vragen waren lastig?
1c, 3b, 4b, 5a

Andere vragen fout en nog niet duidelijk waarom?  
Of snap je een vraag nog niet?  
Vraag dan zo tijdens het maken van de opdrachten nog even om extra uitleg.

Slide 5 - Tekstslide

Nieuwe leerdoelen deze week: 
-Je moet de kenmerken van geslachtelijke voortplanting kunnen noemen. 
-Je moet kunnen beschrijven hoe een twee-eiige tweeling en hoe een eeneiige tweeling ontstaat. 
 
Voor vwo ook:  
-Je moet kunnen omschrijven wat homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief betekend. 

Slide 6 - Tekstslide

-Je moet de kenmerken van geslachtelijke voortplanting kunnen noemen. 
Verschil geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting.

Wat kun je daar zelf al over verzinnen? 

Defenitie van bevruchting?

Slide 7 - Tekstslide

-Je moet kunnen beschrijven hoe een twee-eiige tweeling en hoe een eeneiige tweeling ontstaat. 
Wat weet je over de verschillen / overeenkomsten in:
-aantal eicellen
-aantal zaadcellen
-het ontstaan van de twee embryo's
-genotype
-fenotype

Slide 8 - Tekstslide

Havo gaat aan het werk.
B2 opdr 4 t/m 7.  
B3 opdr 8 t/m 10. 

-Antwoorden van de opdrachten controleren  
-Formatief toetsen van de leerdoelen met 
  • de flitskaarten en 
  • de test je zelf.

Slide 9 - Tekstslide

-Je moet kunnen omschrijven wat homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief betekend. 
Combinatie allelenpaar: of twee gelijke of twee ongelijke allelen mogelijk.
Allel kun je aangeven met een symbool in de vorm 
van een hoofd of een kleine letter.  De eigenschap 
die wint (het sterkst is) noem je dominant en die krijgt
de hoofdletter, de ander noem je recessief (kleine letter).
Je kunt dan 3 combinaties hebben: AA, Aa en aa.   Die noemen we homozygoot dominant (AA), heterozygoot (Aa)  en homzygoot recessief (aa).
Waarom hoef je bij heterozygoot geen dominant en recessief te zetten???


Slide 10 - Tekstslide

timer
5:00
Leerdoelen:
-Je moet kunnen omschrijven wat genotype, fenotype, gen en eiwitten zijn.
-Je moet de kenmerken van geslachtelijke voortplanting kunnen noemen. 
-Je moet kunnen beschrijven hoe een twee-eiige tweeling en hoe een eeneiige tweeling ontstaat. 
 
Voor vwo ook:  
-Je moet kunnen omschrijven wat homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief betekend. 

Kun je bereiken door:
-Te lezen / bestuderen de tekst van B2 en B3 en vwo ook B9
-Te maken: B2 opdr 4 t/m 7,  B3 opdr 8 t/m 10 en vwo ook B9 opdr 29 + 30 
-De antwoorden van de opdrachten serieus te controleren.   
-Je kennis van de leerdoelen te toetsen met de flitskaarten en de test je zelf.

Slide 11 - Tekstslide

Afsluiting.
Hoe ver ben je gekomen (overzicht methodesite)? 
Samenvatten van deze les. (Wat was het belangrijkste?) 
Ga je thuis nog wat doen om de doelen te bereiken? Zo ja, wat?
Antwoord op startvraag.
Bruin is dominant, dus 1 ja en 2 nee.

Slide 12 - Tekstslide

Genoteerd wat je thuis gaat doen?  
Pak dan je tas in en wacht nog even rustig op je eigen plek tot het tijd is.

Slide 13 - Tekstslide

spinners per klas 
       hv1a                       hv1b                           hv2a                         hv2b

Slide 14 - Tekstslide