Hele werkwoord
1. haal -en van het hele werkwoord weg.
2. Check of dat de ik-vorm is.
3. Check wat het onderwerp van de zin is (Wie/wat + persoonsvorm?)
4. Is je onderwerp hij/zij/het of jij dan plak je een "T" achter de ik-vorm.
Let op!
Als 'jij/je' achter de persoonsvorm staat, geen "T"!