3.5 Het parlement controleert

In de kring 
  • Op de goede plek
  • Met tekstboek + werkboek + aantekeningenschrift 
timer
5:00
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

In de kring 
  • Op de goede plek
  • Met tekstboek + werkboek + aantekeningenschrift 
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze week doen?
Actualiteit
Lezen
Opdrachten maken
Aantekeningen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Lezen
3.5

Slide 4 - Tekstslide

Kennen
  • Tweede Kamer
  • Eerste Kamer
  • Wetsvoorstellen (goedkeuren/laatste check)
  • Stemrecht - recht van amendement - recht van initiatief
  • Vragenrecht - motierecht - motie van wantrouwen - recht van interpellatie - enquêterecht
  • Coalitie - oppositie 
Kunnen
  • Je kunt het verschil benoemen tussen de Eerste en Tweede Kamer en welke taken het parlement heeft. '

  • Je kunt de stappen weergeven van hoe een wet tot stand komt

  • Je kunt de rechten en plichten benoemen van de wetgevende en controlerende taak van Kamerleden. 

  • Je kunt het verschil tussen de coalitie en oppositie uitleggen


Slide 5 - Tekstslide

Aantekeningen
3.5 Het parlement controleert

Slide 6 - Tekstslide

Eerste en Tweede Kamer
Het parlement bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer. 
Kamerleden noemen we volksvertegenwoordigers. 
Eerste Kamer: 75 leden. 
Tweede Kamer 150 leden. 

Taken parlement:
- (Mede)wetgeving & Controleren van het kabinet. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Hoe komt een wet tot stand?
  1. Er is een maatschappelijk probleem
  2. Een minister of Tweede Kamerlid maakt een wetsvoorstel
  3. Tweede Kamer debatteert over het wetsvoorstel
  4. Tweede Kamerleden dienen amendementen in
  5. Tweede kamer stemt over de amendementen en het definitieve wetsvoorstel
  6. Eerste Kamer stemt over wetsvoorstel - geen aanpassingen meer. 
  7. Koning + verantwoordelijke minister ondertekenen wetsvoorstel
  8. De wet wordt gepubliceerd - wet automatisch van kracht.  

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Coalitie & oppositie
Coalitie: partijen die samen de regering vormen. Meeste zetels in de Tweede Kamer (76 of meer). Stemmen altijd voor de plannen van hun eigen ministers.

Oppositie: andere partijen in de Tweede Kamer, buiten de coalitie. Zij stemmen vaak tegen nieuwe plannen van de ministers. 

Slide 11 - Tekstslide

Wetgeving (TL)
Tweede Kamerleden hebben de volgende rechten voor hun wetgevende taak:
- Stemrecht: goed- en/of afkeuren wetsvoorstellen
- Recht van amendement: delen van wetsvoorstellen veranderen
- Recht van initiatief: zelf wetsvoorstellen maken en voorleggen aan de Kamer

Slide 12 - Tekstslide

Controleren (TL)
Voor de controlerende taak hebben Kamerleden de volgende rechten:
- Vragenrecht: vragen stellen aan staatssecretarissen + ministers -->  kabinet moet beantwoorden
- Motierecht: uitspraak waarin Kamer haar mening over iets geeft of een minister vraagt iets te doen
Motie van wantrouwen: aftreden minister na fout/leugen.
- Recht van interpellatie: ter verantwoording roepen minister door een Kamerlid --> uitleg geven over beleid
Enquêterecht: uitvoeren van een groot onderzoek als de gedachte is dat het kabinet grote fouten heeft gemaakt. 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Kennen
  • Tweede Kamer
  • Eerste Kamer
  • Wetsvoorstellen (goedkeuren/laatste check)
  • Stemrecht - recht van amendement - recht van initiatief
  • Vragenrecht - motierecht - motie van wantrouwen - recht van interpellatie - enquêterecht
  • Coalitie - oppositie 
Kunnen
  • Je kunt het verschil benoemen tussen de Eerste en Tweede Kamer en welke taken het parlement heeft. '

  • Je kunt de stappen weergeven van hoe een wet tot stand komt

  • Je kunt de rechten en plichten benoemen van de wetgevende en controlerende taak van Kamerleden. 

  • Je kunt het verschil tussen de coalitie en oppositie uitleggen


Slide 15 - Tekstslide

Opdrachten
3.5 opdrachten: 1 t/m 6, 10, 11, 13 t/m 17

Slide 16 - Tekstslide