les 5 pathologie deventer

jicht
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
anatomie, fysiologie en pathologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

jicht

Slide 1 - Tekstslide

Jicht wordt veroorzaakt door
A
overgewicht
B
het neerslaan van urinezuur in de gewrichten
C
gebruik van diuretica
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 2 - Quizvraag

JICHT
  • Jicht wordt veroorzaakt door een stofwisselingsstoornis in de eiwitten 
  • Nieren filteren en voeren niet goed af
  • urinezuurkristallen in een of meer gewrichten
  • Jicht uit zich in pijn in de gewrichten 
  • veel in grote teen

Het ontstaat wanneer bepaalde lichaamsprocessen, namelijk de vertering van eiwitten uit de voeding uit balans zijn en zich urinezuur in het lichaam ophoopt. 
Urinezuur is een natuurlijk afvalproduct van purine. Bij een gezond mens is purine een eindproduct van een normale stofwisseling. 
De uit purine onstane urinezuur wordt opgelost in de bloedbaan en vervoerd naar de nieren om uitgeplast te worden 

Slide 3 - Tekstslide

Jicht aanval
  • Bij een jichtaanval kristalliseert het opgeloste urinezuur en slaat het in de gewrichten en weefsels neer. 
  • De afzetting wekt een ontsteking op met slijtageverschijnselen aan het bot en kraakbeen tot gevolg.
  • Binnen 24 uur.
  • Pijn, roodheid, koorts en schilvering van de huid en de vorming van jichtknobbels zijn hiervan het gevolg. Komt meestal in de voet voor met name in het kraakbeen van de eerste teen en het eerste middenvoetsbeentje 

Slide 4 - Tekstslide

Jichtknobbels

Slide 5 - Tekstslide

Van welk ziektebeeld is
dit een symptoom
A
Artrose
B
Reumatoïde artritis
C
Osteoporose
D
Jicht

Slide 6 - Quizvraag

Waar uit de aandoening jicht zich meestal?
A
In de spieren
B
In de zenuwen
C
in de gewrichten
D
In de botten

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Waar staan de begrippen in de juiste volgorde?
A
Orgaan - cel - weefsel - orgaanstelsel - organisme
B
Cel - weefsel - orgaan - orgaanselsel - organisme
C
Organisme - cel - weefsel - orgaan - orgaanstelsel
D
Orgaanselsel - organisme - orgaan - weefsel - cel

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Welk organenstelsel is dit?
A
bloedvatenstelsel
B
spijsverteringsstelsel
C
uitscheidingsstelsel
D
ademhalingsstelsel

Slide 12 - Quizvraag

Welk orgaanstelsel zorgt voor het vervoer van voedingsstoffen, zuurstof en afvalstoffen?
A
Uitscheidingsstelsel
B
Bloedvatenstelsel
C
Ademhalingsstelsel
D
Skelet

Slide 13 - Quizvraag

Tot welk stelsel behoren de nieren?
A
Circulatiestelsel
B
Ademhalingsstelsel
C
Uitscheidingsstelsel
D
spijsverteringsstelsel

Slide 14 - Quizvraag

Graspollen komen binnen via je..
A
Verteringsstelsel
B
Ademhalingsstelsel
C
Uitscheidingsstelsel
D
bloedvatenstelsel

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen inwendig en uitwendig milieu?

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Wat is Artrose?
A
Slijtage aan kraakbeen
B
Slijtage aan botten
C
Botontkalking
D
Afname gewrichtsvocht

Slide 21 - Quizvraag

Reuma is te verdelen in 3 categorieën. Welk van onderstaande hoort er niet bij?
A
Artrose
B
osteoporose
C
ontstekingsreuma
D
wekendelenreuma

Slide 22 - Quizvraag

Een voorbeeld van een endogene factor bij het ouder worden is
A
een kunstgebit
B
Artrose
C
je mobiliteit behouden
D
geen geheugenverlies

Slide 23 - Quizvraag

Wat zijn de belangrijkste taken van de verpleegkundige als het gaat om een cliënt met artrose?
A
Signaleren en observeren.
B
Registreren.
C
Voorlichten en begeleiden.
D
alle genoemde antwoorden

Slide 24 - Quizvraag

Wat betekent Osteoporose?
A
Extreem dunne botten
B
Losse botten
C
Zware botten
D
Poreus bot

Slide 25 - Quizvraag

Deze foto is een voorbeeld van...
A
Ziekte van Paget
B
Osteoporose
C
Ziekte van Bechterew
D
Fractuur

Slide 26 - Quizvraag

Wat is geen oorzaak van osteoporose?
A
aanmaak van oestrogenen
B
tekort aan calcium
C
roken
D
overgewicht

Slide 27 - Quizvraag