Formatie M3



De formatie van een kabinet


1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les



De formatie van een kabinet


Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel

Na de les kun je de stappen in de formatie herkennen en een mogelijke regeringscoalitie noemen

Slide 2 - Tekstslide

Opbouw les

- filmpje nieuw kabinet

- uitleg over de formatie

- Opdracht coalitiebouwen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Kabinetsformatie:
Op de dag van de verkiezingen mag iedere Nederlander van 18+ stemmen. Dezelfde nacht wordt al duidelijk hoeveel zetels de politieke partijen krijgen.

Slide 5 - Tekstslide

Als je gaat stemmen maak je gebruik van je:
A
Actieve kiesrecht
B
Passieve stemrecht

Slide 6 - Quizvraag

Dan is nog niet duidelijk wie er gaan regeren. 
De partijen moeten daar over onderhandelen, dat noemen wij de kabinetsformatie. 

Slide 7 - Tekstslide

Hoeveel zetels zijn er in de Tweede Kamer?
A
50
B
100
C
150
D
175

Slide 8 - Quizvraag

Hoeveel zetels heb je minimaal nodig om te kunnen regeren?
A
51
B
76
C
101
D
150

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Link

De coalitie bestaat uit twee of meer partijen die samen de regering vormen. Zij moeten met elkaar afspraken maken. Alle andere partijen noem je oppositie.

Slide 11 - Tekstslide

Verloop kabinetsformatie:
  1. Onderzoek:
    De informateur, meestal een ervaren politicus gaat onderzoeken met welke partijen een coalitie mogelijk is. 
  2. De informatie:
    Als ze partijen hebben gevonden die willen samenwerken, overleggen ze over oplossingen en compromissen voor hun meningsverschillen. Ze stellen samen een regeerakkoord op. Hierin staan de plannen van de regering voor de komende vier jaar.

Slide 12 - Tekstslide

Leg in je eigen woorden uit wat een compromis is:

Slide 13 - Open vraag

Het regeerakkoord:
Ze stellen samen een regeerakkoord op. Hierin staan de plannen van de regering voor de komende vier jaar

Slide 14 - Tekstslide

De formatie:
3. De  Tweede Kamer benoemt nu een formateur. Dat is meestal de leider van de grootste partij in het kabinet. 
De formateur overlegt de verdeling van de ministers en staatssecretarissen.

4. Als de posten verdeeld zijn dan wordt het nieuwe kabinet beëdigd door de koning. 

Slide 15 - Tekstslide

LET OP:
Regering: koning & ministers
Kabinet: alle ministers & staatssecretarissen 
Tweede Kamer: alle gekozen partijen 
Coalitie: alle partijen die samen regeren 
Oppositie: partijen die wél in de Tweede Kamer zitten, maar niet samen regeren.


Slide 16 - Tekstslide

Wie gaat er onderzoeken met welke partijen een coalitie mogelijk is?
A
De informateur
B
De formateur

Slide 17 - Quizvraag

Opdracht
- Jullie zijn vandaag de informateur. We gaan een coalitie bouwen!

- Je krijgt 10 minuten en je mag overleggen

-we maken gebruik van de website coalitiebouwen (Het Parool)

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht
-  Je begint met de twee grootste partijen VVD (34 zetels)  en D66 (24 zetels)

- De coalitie moet een meerderheid van 76 zetels (of meer) hebben.

- De partijen moeten bij elkaar passen (links, rechts, midden)

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Wat gaan we doen?

Slide 21 - Tekstslide

Welke coalitie heb je gekozen?

Slide 22 - Open vraag

Lesdoel

Na de les kun je de stappen in de formatie herkennen en een mogelijke regeringscoalitie noemen

Slide 23 - Tekstslide