Algemene les: Goed leren debatteren met een korte film

Goed leren debatteren met een korte film
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Leerlingen weten doorgaans heel goed zelf hun mening te geven, maar hebben soms nog moeite met het vinden van de juiste argumenten. Film is een krachtig middel om meningen te onderbouwen met overtuigende argumenten. In deze les leren leerlingen argumenten in films herkennen en ervaren ze hoe film hun eigen mening kan beïnvloeden. Vervolgens debatteren ze over een stelling uit de film. Ze leren hun eigen mening vormen en dragen hierbij overtuigende argumenten aan. Leerlingen debatteren in twee groepen over de stelling, net zoals in het Lagerhuis. Ze gebruiken daarvoor de informatie uit de korte film of documentaire. Quote Marieke: "Ik merk dat mijn leerlingen het leuk vinden om hun mening te geven. Ze zijn hier ook goed in! Hun mening onderbouwen en beargumenteren vinden ze vaak lastiger. Ik gebruik film omdat het aansluit op hun belevingswereld. Hierdoor begrijpen ze makkelijker het verschil tussen feit en mening en leren ze zelf goede argumenten te formuleren. Film maakt abstracte begrippen en opvattingen tastbaar en invoelbaar." Dit is een les Nederlands bij vaardigheden kijken, luisteren en spreken

Instructies

Voorkennis: 
· 1F, op weg naar 2F
· Voordat je aan deze les begint, check je of je leerlingen het verschil kunnen benoemen tussen een feit, mening en een argument.
  • Een feit kan je controleren en is iets dat waar of niet waar is. Een feit is ook voor iedereen hetzelfde.
  • Dat geldt niet voor een mening. Dat is iets wat iemand vindt of denkt en is dus voor iedereen anders. Je herkent een mening aan "ik vind" en "volgens mij".
  • Als je een mening wil verdedigen, dan gebruik je een argument. Argumenten geven aan waarom je iets vindt.

Benodigde materialen:
Film & Nederlands
Dit is de algemene variant van de les 'Goed leten debateren met een korte film' zonder films. Je kunt deze les dus toepassen op elke film en elke stelling naar keuze.

Ook zijn er specifieke varianten van deze les te vinden die te gebruiken zijn bij de volgende films: Moffenmeid, Het schooladvies, Coming in en Vlekkeloos. 

Instructies

Onderdelen in deze les

Goed leren debatteren met een korte film

Slide 1 - Tekstslide

Inleiding

Leg uit aan de klas dat ze gaan debatteren in twee groepen over een stelling, net zoals in het Lagerhuis. 

Ze gebruiken daarvoor voor of tegen argumenten uit een korte film of documentaire. 

  • Leerlingen hebben pen en papier gereed om tijdens het kijken van de film aantekeningen te maken.

      Leerdoelen
Aan het einde van de les...

... kun je argumenten in films herkennen, benoemen en aanwijzen.

... kun je uitleggen op welke manier film je eigen mening over een bepaald onderwerp beïnvloedt.

... kun je in debatvorm je eigen mening verwoorden en goed onderbouwen met argumenten.


Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen

Aan het einde van de les...

... kunnen leerlingen argumenten in films herkennen, benoemen en aanwijzen.

... kunnen leerlingen uitleggen op welke manier film hun eigen mening over een bepaald onderwerp beïnvloedt.

... kunnen leerlingen in debatvorm hun eigen mening verwoorden en goed onderbouwen met argumenten.

Voorkennis 
Wat je vooraf moet weten en kunnen:
Je begrijpt het verschil tussen een feit, een mening en een argument.
· Een feit is controleerbaar en is iets dat waar of niet waar is. Een feit is ook voor iedereen hetzelfde.
· Dat geldt niet voor een mening. Dat is iets wat iemand vindt of denkt en is dus voor iedereen anders. Je herkent een mening aan "ik vind" en "volgens mij".
· Als je een mening wilt verdedigen, gebruik je een argument. Argumenten geven aan waarom je iets vindt.

      Voorkennis
Wat je vooraf moet weten en kunnen:

Je begrijpt het verschil tussen een feit, een mening en een argument.

- Een feit is controleerbaar en is iets dat waar of niet waar is. Een feit is ook voor iedereen hetzelfde.

- Dat geldt niet voor een mening. Dat is iets wat iemand vindt of denkt en is dus voor iedereen anders. Je herkent een mening aan "ik vind" en "volgens mij".

- Als je een mening wilt verdedigen, gebruik je een argument. Argumenten geven aan waarom je iets vindt.

Slide 3 - Tekstslide

Voorkennis

  • Bespreek de nodige voorkennis die nodig is voor deze les .
  • Herhaal de verschillen tussen een feit, een mening en een argument als dat nodig is. 
De stelling 
 1  De stelling 
"... ... ... ... ... ... ... ... ... "

Slide 4 - Tekstslide

De stelling
  • Lees zelf of laat een leerling de stelling hardop voorlezen.
  • Laat de leerlingen de stelling in hun schrift opschrijven.
LET OP: Voor deze algemene les is er geen stelling, kies zelf een stelling uit en koppel die aan een korte film OF kies een debatles met een van de volgende films: Moffenmeid, Het schooladvies, Coming in en Vlekkeloos. LINKJES TOEVOEGEN!!!!
 2  Filmfragment bekijken
Kijk en luister goed naar de korte film, fragment of het nieuwsitem.

Schrijf op welke argumenten voor of tegen de stelling je in de film ziet en/of hoort.

Slide 5 - Tekstslide

Filmfragment bekijken

Vertel dat jullie klassikaal een korte film, een filmfragment of een nieuwitem gaan bekijken en dat ze moeten opletten. 

Ook moeten ze de voor en tegen argumenten van de stelling die in de film te zien zijn in hun schrift noteren.
filmfragment

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De groepen bereiden hun argumenten voor en tegen de stelling voor.
 3  Lagerhuis debat spelregels
De rollen worden verdeeld door de leraar.

Bereid je opgeschreven argumenten alvast voor.
Debat regels:

Je vinger opsteken als je iets wil zeggen.

Eerst reageren op een ander en pas dan met je eigen argumenten komen.

En meer...?

Slide 7 - Tekstslide

Inleiding en spelregels voor het debat.

Leg uit wat er gaat gebeuren. 

1. Wijs twee leerlingen aan die fungeren als jury. Zij doen niet mee met het debat.

2. Wijs een andere leerling aan als tijdbewaker. Deze let op de tijd maar telt ook af aan het einde.

3. Deel de klas in tweeën op (twee partijen) die óf voor óf tegen zijn.

4. Geef duidelijke spelregels aan voor het debat. Een voorbeeld vind je op schooldebatteren.nl
Denk aan regels als: 
  • je vinger opsteken als je iets wilt zeggen,  
  • eerst reageren op een ander en pas dan met je eigen argumenten komen,
  • of bedenk zelf nog wat regels
5. Laat ze de argumenten die ze hadden opgeschreven een beetje voorbereiden.

6. Jij bent de debatleider en geeft de beurten. Ga naar de volgende slide om het debat te beginnen! 

Vind meer info en tips op schooldebatteren.nl!

Jury persoon 2
Één tijdbewaker
Jury persoon 1
VOOR
TEGEN
Leraar is de debatleider
 4  Het debat
10 minuten
Vinger opsteken als je iets wilt zeggen.

Eerst reageren, dan eigen argument
Debat regels:

Slide 8 - Tekstslide

Het debat
  • De rollen zijn al verdeeld. 
  • Herhaal de stelling nog eens als dat nodig is. 
  • Zorg dat iedereen klaar gaat staan, ook de tijdbewaker met een timer van 10 minuten!
  • Laat na tien minuten de tijdbewaker aftellen van tien tot nul.

De jury kiest de winnende groep en er wordt besproken welke argumenten zijn gebruikt.
 5  Nabespreking
De jury overlegt en kiest de winnende groep.

De jury legt duidelijk uit waarom zij deze groep tot winnaar heeft uitgekozen.
Welke argumenten heb je in het debat gehoord die ook in de film werden gegeven?

Welke boodschap denk je dat de filmmaker heeft. Is de filmmaker voor of tegen?


Op welke manier is jouw eigen mening beïnvloed door de film? 

Was je bijvoorbeeld eerst voor maar na het kijken van de film tegen? Geef voorbeelden.
Waarom denk je dat?
Bespreek de volgende vragen:

Slide 9 - Tekstslide

Nabespreking
  • Na het debat overlegt de jury en kiest zij een winnende groep.
  • Zeg dat de jury goed uitlegt waarom zij deze groep tot winnaar hebben uitgekozen.
Bespreek daarna klassikaal de volgende vragen: 
  • Welke argumenten heb je in het debat gehoord die ook in de film werden gegeven?
  • Welke boodschap denk je dat de filmmaker heeft. Is de filmmaker voor of tegen? Waarom denk je dat?
  • Op welke manier is jouw eigen mening beïnvloed door de film? Was je bijvoorbeeld eerst voor maar na het kijken van de film tegen? Laat ze voorbeelden geven.
 6  Reflectie
Wat ging er goed in het debat? En wat kan beter?



Tops
Tips

Slide 10 - Tekstslide

Reflectie

Ten slotte reflecteer je klassikaal op de tips en tops van het gevoerde debat.
  • Wat ging er goed in het debat? En wat kan beter?
Mocht er tijd over zijn, start je een nieuw debat op aan de hand van een andere stelling en passen de leerlingen de tips en tops toe.
Schrijf een betoog over de stelling met inleiding, middenstuk en slot.
 7  Verdiepende opdracht 
Schrijf een betoog over de stelling: "... ... ... ... ... ... ... ... ... "


Drie alinea's:
 

Inleiding

Middenstuk

Slot

Slide 11 - Tekstslide

Verdiepende opdracht

Mocht er nog tijd over zijn, laat de leerlingen deze verdiepende opdracht maken: een betoog schrijven over de stelling. 

Leg uit dat een betoog bestaat uit een inleiding, middenstuk en slot. 
  • De inleiding presenteert de stelling en trekt de aandacht. 
  • Het middenstuk bevat argumenten en onderbouwing. 
  • Het slot vat samen en sluit krachtig af. 
Moedig het gebruik van goedlopende zinnen aan. 

Geef feedback om betoogvaardigheden te verbeteren.