reactievergelijkingen

Reactievergelijkingen
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Reactievergelijkingen

Slide 1 - Tekstslide

reactievergelijking?
  • reactieschema: het beschrijven van een reactie in woorden, bijvoorbeeld:
  • koolstof (s) + zuurstof (g) -> koolstofdioxide (g)
  • reactievergelijking: vertaling van een reactieschema in formules. 
  • C (s) + O2 (g) -> CO(g)

Slide 2 - Tekstslide

de vergelijking moet kloppen
in een reactievergelijking veranderen de formules wel (de stoffen veranderen tenslotte), maar het aantal ATOMEN verandert niet! 
Dus: 
water (l) -> waterstof (g) + zuurstof (g)
H2O (l) -> H2 (g) + O2 (g) KLOPT NIET!!

Slide 3 - Tekstslide

Wat klopt er niet in
H20(l) ->H2 (g) + O2 (g)
A
er staan meer moleculen na de pijl dan voor de pijl
B
er staan teveel atomen waterstof na de pijl
C
er staan te weinig atomen zuurstof na de pijl
D
er staan te weinig atomen zuurstof voor de pijl

Slide 4 - Quizvraag

kloppend maken wat heb je?
                     H2O (l) -> H2 (g) + O2 (g)
voor de pijl :                   na de pijl:
2xH atomen                   2xH atomen
1xO atoom                      2xO atomen
Het aantal O-atomen klopt nu niet. Dus verander je het aantal H2O MOLECULEN zodat het aantal O-atomen voor en na de pijl hetzelfde wordt.

Slide 5 - Tekstslide

kloppend maken 2: per atoomsoort
                  2   H2O (l) -> H2 (g) + O2 (g)
voor de pijl :                   na de pijl:
4xH atomen                   2xH atomen
2xO atoom                      2xO atomen
Het aantal H-atomen klopt nu niet. Dus verander je het aantal H2 MOLECULEN zodat het aantal H-atomen voor en na de pijl ook hetzelfde wordt.

Slide 6 - Tekstslide

kloppend maken 3: controle 
                  2   H2O (l) -> 2 H2 (g) + O2 (g)
voor de pijl :                   na de pijl:
4xH atomen                   4xH atomen
2xO atoom                      2xO atomen
Alle aantallen atomen kloppen nu.

Slide 7 - Tekstslide

Bij een kloppende reactievergelijking geldt, dat voor en na de reactie het aantal :
A
atomen EN aantal moleculen gelijk is.
B
moleculen gelijk is.
C
atomen gelijk is.
D
atomen EN het aantal moleculen veranderd is.

Slide 8 - Quizvraag


A
1
B
2
C
4

Slide 9 - Quizvraag

Vertalen?
Als je een beschrijving van een reactie krijgt, maak je eerst het reactieschema. 
Dat vertaal je naar de juiste formules voor de stoffen.
Daarna maak je kloppend door de coëfficiënten aan te passen.

Slide 10 - Tekstslide

Bijvoorbeeld opgave 37a
  • De vorming van ijzer(III)chloride (FeCl3) uit ijzer en chloor.
  • ijzer (s) + chloor (g) -> ijzer(III)chloride (s)
  • Fe (s) + Cl2 (g) -> FeCl3 (s) 
  • Fe (s) + 3 Cl2 (g) -> FeCl3 (s)
  • Fe (s) + 3 Cl2 (g) -> 2 FeCl3 (s)
  • 2 Fe (s) + 3 Cl2 (g) -> 2 FeCl3 (s)

Slide 11 - Tekstslide

Bij de reactie tussen fosfor en zuurstof ontstaat difosfortrioxide. Welk getal staat voor fosfor in de vergelijking?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 12 - Quizvraag


A
2
B
4
C
5
D
6

Slide 13 - Quizvraag

huiswerk
Gebruik de applet van Phet in Colorado voor het oefenen met kloppend maken van reactievergelijkingen. 
Haal voor het spel minstens 4 sterren en upload je schermafdruk als bewijs in Classroom.

Slide 14 - Tekstslide