4 HAVO Beeldende begrippen

Oefenen met beeldende begrippen 
Kunst analyseren met beeldende begrippen
Doel:
Oefenen met beeldende begrippen
Beeldende begrippen toe passen op kunstwerken

Veel succes!
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Oefenen met beeldende begrippen 
Kunst analyseren met beeldende begrippen
Doel:
Oefenen met beeldende begrippen
Beeldende begrippen toe passen op kunstwerken

Veel succes!

Slide 1 - Tekstslide


Aspecten van de voorstelling


Aspecten van de vormgeving
Dit stilleven verbeeld de sterfelijkheid van de mens
Door het clair obscure lichtgebruik wordt de dramatiek van het werk versterkt
Op dit schilderij staat onder andere een schedel en een glas afgebeeld
Het geheel is heel diagonaal geordend

Slide 2 - Sleepvraag

Kijk goed naar de foto. De volgende vraag gaat hierover. 

Slide 3 - Tekstslide

Bedenk 8 woorden die iets zeggen over de voorstelling van deze foto
Voorstelling

Slide 4 - Woordweb

Bedenk 8 woorden die iets zeggen over de vormgeving van deze foto
Vormgeving

Slide 5 - Woordweb

Voorstelling is
A
een toneelstuk
B
dat wat je ziet
C
een droom
D
iemand voorstellen

Slide 6 - Quizvraag


Dit schilderij is:
A
non-figuratief/abstract
B
abstract
C
geabstraheerd
D
figuratief

Slide 7 - Quizvraag

Structuur is
A
oppervlakte
B
opbouw of samenstelling
C
constructie
D
patroon

Slide 8 - Quizvraag


Hiernaast zie je
A
een kleur tegen kleur contrast
B
twee primaire kleuren
C
twee secundaire kleuren
D
een complementair kleurcontrast

Slide 9 - Quizvraag

Hiernaast is er sprake van:
A
Groot kleurcontrast
B
Gebruik van keuren uit een kleurfamilie
C
Gebruik van warme kleuren
D
Grote tooncontrasten

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide


Hoe zou je de objecten in het schilderij omschrijven?
Kies uit ( meerdere antwoorden mogelijk):

A
geometrisch
B
organisch
C
gestileerd
D
ruimtelijk

Slide 12 - Quizvraag


Hoe zou je kleur van de hoge sinaasappels omschrijven?


A
helder

B
primair

C
verzadigd

D
onverzadigd

Slide 13 - Quizvraag

Welke primaire een secundaire kleuren herken je in dit schilderij?

Slide 14 - Open vraag

Hoe komt een secundaire kleur in het algemeen tot stand?

Slide 15 - Open vraag

De grote zwarte geëmailleerde koffiekan trekt de meeste aandacht.

Wat is daarvan de oorzaak?

A
staat in het midden
B
is het grootst
C
is een kleurcontrast met de achtergrond
D
heeft een opvallende kleur

Slide 16 - Quizvraag

De donker geëmailleerde koffiekan staat in het midden van de compositie.
Links en recht daarvan staan wat kleinere spullen. Toch is de compositie niet symmetrisch.

Waardoor wordt de symmetrie doorbroken?

A
door de citroenen
B
door de tafel
C
Doo de gele achtergrond
D
door het kannetje

Slide 17 - Quizvraag

De grote zwarte geëmailleerde koffiekan trekt de meeste aandacht. Wat is daarvan de oorzaak?

Sleep de juiste antwoorden naar het juiste antwoord.
GOED!
FOUT!
Heeft een primaire kleur
Heeft een ronde vorm
Staat in de punt van een driehoeks-compositie
Heeft een heel donkere kleur
Staat precies in het midden
Heeft een opvallende structuur

Slide 18 - Sleepvraag

Hiernaast ontstaat de suggestie van ruimte door:
A
lijnperspectief
B
de voorstelling
C
licht-donker
D
groot <=> klein

Slide 19 - Quizvraag

Hier wordt de ruimte voornamelijk gesuggereerd door:
A
afsnijding
B
lijnperspectief
C
standpunt
D
atmosferisch perspectief

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Het schilderij op de vorige dia was een voorbeeld van:
A
Centraalcompositie met bewegingscompositie
B
Centraalcompositie met driehoekscompositie
C
centraalcompositie met diagonaalcompositie
D
Bewegingscompositie met overallcompositie

Slide 22 - Quizvraag

De volgende vragen hebben betrekking op het beschouwen van kunstwerken uit de periode van de Romantiek

Slide 23 - Tekstslide

Op de afbeelding hiernaast zie je een schilderij van William Turner The Burning of the Houses of Parlaiment
Turner heeft zowel door de voorstelling als de vormgeving laten zien dat het om een grote brand gaat. 
Op de volgende slide zie je het schilderij helemaal, bekijk die aandachtig. Op de slides daarna staan een aaltal vragen over voorstelling en vormgeving.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide


Hoe kan je zien aan de hand van de voorstelling dat het hier om een grote brand gaat?
A
Door de weerspiegeling in het water
B
Door het enorme vuur en de hoeveelheid rook
C
Door de vonken die door de lucht vliegen
D
Door de oranje en grijze kleuren

Slide 26 - Quizvraag

Blijkbaar waaide het ook. Hoe heeft de kunstenaar door de vormgeving laten zien dat het waait?
A
De vonken gaan de lucht in
B
De verfstrepen wijzen allemaal in dezelfde richting
C
Er zijn rookwolken te zien
D
door de felle kleur van het vuur

Slide 27 - Quizvraag

Op welke manier heeft Turner ruimtesuggestie toegepast?
A
door de kleur van het vuur
B
door atmosferisch perspectief
C
door het vuur ver weg te schilderen
D
door middel van lijnperspectief

Slide 28 - Quizvraag

"El 3 de mayo en Madri" ofwel "Los fusilamientos" is een schilderij van de Spaanse kunstschilder Francisco Goya, geschilderd in 1814, olieverf op doek, 268 x 347 centimeter. Het toont de executie van Spaanse burgers na de Madrileense opstand van 2 mei 1808 tegen de troepen van Napoleon Bonaparte.
Bekijk de volgende slide aandacht. In de slides daarna staan de vragen.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Mede door de vormgeving lijkt de man onschuldig. Welke vormgevingsaspecten heeft Goya daarvoor gebruikt?

Slide 31 - Open vraag

Door de vormgeving lijkt dit schilderij een momentopname. Hoe heeft de kunstenaar dat gedaan?
A
hij staat met zijn armen rechtop
B
Het lijkt haastig en met grove toets geschilderd
C
door de houding van de soldaten met huns geweren in de aanslag
D
door het contrast in licht en donker

Slide 32 - Quizvraag

Einde van de oefening!
Op de laatste slide kan je aangeven wat je van de les vond

Slide 33 - Tekstslide

De les was...........
A
leuk om te doen en niet moeilijk
B
leuk om te doen maar wel moeilijk
C
niet leuk om te doen maar wel makkelijk
D
niet leuk om te doen en ook moeilijk

Slide 34 - Quizvraag