cross

Formuleren 4H

Formuleren - Dubbelop
Na deze les kun je:
- onjuiste herhalingen, tautologieën, pleonasmen, contaminaties en dubbele ontkenningen herkennen en verbeteren.
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Formuleren - Dubbelop
Na deze les kun je:
- onjuiste herhalingen, tautologieën, pleonasmen, contaminaties en dubbele ontkenningen herkennen en verbeteren.

Slide 1 - Tekstslide

Onjuiste herhaling
Als een vast voorzetsel ten onrechte twee keer wordt gebruikt, is dat een onjuiste herhaling.

In de toets stond deze:
In de plannen van het kabinet om de hypoyheekrenteaftrek af te schaffen zien de meeste Nederlanders niets in.

Slide 2 - Tekstslide

Maar dit moet het zijn:
In de plannen van het kabinet om de hypotheekrenteaftrek af te schaffen zien de meeste Nederlanders niets. 

(notatie: in ... in -> onjuiste herhaling)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Dubbele ontkenning
In zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karakter heeft (voorkómen, misbruiken, verbieden, weerhouden, nalaten) wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning toegevoegd. 

In de toets stond deze:
Hoewel hij door diverse getuigen op de plaats van het delict gesignaleerd was, ontkende de verdachte tijdens het verhoor dat hij niets met het misdrijf te maken had.

Slide 5 - Tekstslide

Maar dit moet het zijn:
Hoewel hij door diverse getuigen op de plaats van het delict gesignaleerd was, ontkende de verdachte tijdens het verhoor dat hij iets met het misdrijf te maken had.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Contaminatie
Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten oprechte worden vermengd, heet dat een contaminatie.

In de toets stond deze:
Zouden zulke pyromanen zich eigenlijk wel beseffen welk leed ze de slachtoffers van hun daden aandoen?

Slide 8 - Tekstslide

Maar dit moet het zijn:
Zouden zulke pyromanen zich eigenlijk wel realiseren welk leed ze de slachtoffers van hun daden aandoen?
of
Zouden zulke pyromanen wel beseffen welk leed ze de slachtoffers van hun daden aandoen?

(notatie: zich...beseffen-> contaminatie)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Pleonasme
Bij een pleonasme wordt een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep nog eens door een ander woord uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een ander woordsoort. 

In de toets stond deze:
Voordat u de zinnen gaat opschrijven zal ik allereerst beginnen met het dictee eenmaal in zijn geheel voor te lezen.

Slide 11 - Tekstslide

Maar dit moet het zijn:
Voordat u de zinnen gaat opschrijven zal ik allereerst  het dictee eenmaal in zijn geheel voor te lezen.
of
Voordat u de zinnen gaat opschrijven zal ik  beginnen met het dictee eenmaal in zijn geheel voor te lezen.

(notatie: allereerst beginnen -> pleonasme)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Tautologie
Als hetzelfde twee keer wordt gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniemen), heet dat tautologie. (tautos = hetzelfde, logos = woord)

In de toets stond deze:
De kilometerheffing zal er vroeg of laat welk komen, want het aantal files in dit land groeit immers nog steeds.

Slide 14 - Tekstslide

Maar dit moet het zijn:
De kilometerheffing zal er vroeg of laat welk komen, want het aantal files in dit land groeit nog steeds.
of
De kilometerheffing zal er vroeg of laat welk komen. Het aantal files in dit land groeit immers nog steeds.

(notatie: want... immers -> tautologie)

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

In Parijs werden wij aan alle kanten voorbijgepasseerd.
A
Pleonasme
B
Tautologie
C
Herhaling
D
Contaminatie

Slide 17 - Quizvraag

Wij zullen uw bestelling zo spoedig mogelijk per ommegaande bezorgen.
A
Pleonasme
B
Tautologie
C
Dubbele Ontkenning
D
Contaminatie

Slide 18 - Quizvraag

Toen wij in Oostenrijk aankwamen, zagen wij de witte sneeuw al op de bergen liggen.
A
Pleonasme
B
Tautologie
C
Contaminatie
D
Dubbele ontkenning

Slide 19 - Quizvraag

Ik heb daar nooit geen problemen mee gehad.
A
Pleonasme
B
Tautologie
C
Dubbele Ontkenning
D
Onjuiste herhaling

Slide 20 - Quizvraag

Aan dat gepraat over die examens heb ik echt een hekel aan.
A
Pleonasme
B
Dubbele Ontkenning
C
Tautologie
D
Contaminatie

Slide 21 - Quizvraag

Waarschijnlijk zullen er vandaag vooral in het zuiden van het land vermoedelijk enkele verspreide opklaringen komen.
A
onjuiste herhaling
B
tautologie
C
contaminatie
D
pleonasme

Slide 22 - Quizvraag

De extreem lage rente ontmoedigt veel trouwe spaarders om niet langer geld op de bank te zetten.
A
pleonasme
B
contaminatie
C
dubbele ontkenning
D
tautologie

Slide 23 - Quizvraag

Ik kan onjuiste herhalingen, tautologieën, pleonasmen, contaminaties en dubbele ontkenningen herkennen en verbeteren.
A
Ja
B
Nee
C
Ik twijfel nog

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video

Fouten met verwijswoorden
1. Onjuist verwijzen
Je gebruikt het verkeerde verwijswoord om naar een ander woord (of een woordgroep) in de zin te verwijzen --> het antecedent 

2. Onduidelijk verwijzen
Het gebruikte verwijswoord kan naar meerdere woorden of woordgroepen in de zin verwijzen of het verwijswoord verwijst naar iets wat niet in de tekst staat.

Slide 27 - Tekstslide

Onjuist verwijzen 
De-woorden: die en deze
Het-woorden: dit en dat 

Hen: als het verwijswoord lv is, na een vz
Hun: als het verwijswoord mv is en er geen vz voor staat + nooit ow


Slide 28 - Tekstslide

Onjuist verwijzen 
dat: het-woord
wat: overtreffende trap, onbepaald voornaamwoord, hele zin of een deel van een zin 

aan wie: personen 
waaraan: zaken + dingen 

Slide 29 - Tekstslide

Onduidelijk verwijzen 
- Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat niet in de tekst staat. De zin is dan incorrect. 
- Soms ontstaat onduidelijkheid doordat er meer dan één antecedent mogelijk is. 

Er is een groot tekort aan donororganen, terwijl iedereen het kan doen. 



Slide 30 - Tekstslide

Kies het juiste verwijswoord.
Het bedrijf kon niet voldoen aan de vraag van … klanten.
A
haar
B
hen
C
hun
D
zijn

Slide 31 - Quizvraag

Kies het juiste verwijswoord.
De apotheek kon niet voldoen aan de vraag van … klanten.
A
haar
B
hen
C
hun
D
zijn

Slide 32 - Quizvraag

Goed of fout? Leg uit.
De mentoren overhandigden hun aan het eind van het jaar de rapporten.

Slide 33 - Open vraag

Vul in: 'dat' of 'wat'.
Gisteren zijn er in de mist diverse ongelukken gebeurd, … veel blikschade opleverde.

Slide 34 - Open vraag