2.6 2kb

Lesplanning
- spullen controle
- mededeling over a.s. donderdag
- uitleg 2.6
- werken aan opdrachten 2.6
- afsluiting 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsWOMiddelbare schoolvmbo b, kLeerroute VKLeerroute VBLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Lesplanning
- spullen controle
- mededeling over a.s. donderdag
- uitleg 2.6
- werken aan opdrachten 2.6
- afsluiting 

Slide 1 - Tekstslide

2.6 Wat gaan we leren?

Aan het eind van de les kun je..

* omschrijven waar mileuvervuiling door ontstaat 
* omschrijven hoe je ervoor kunt zorgen dat er minder afval ontstaat 
* bedragen naar een andere periode omrekenen 

Slide 2 - Tekstslide

Milieuvervuiling
Waar denk jij aan bij het woordje mileuvervuiling?

Slide 3 - Tekstslide

Milieuvervuiling ontstaat door:
onbetaalde productie thuis;
betaalde productie in bedrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is GEEN voorbeeld van milieuvervuiling?
A
afval op straat
B
luchtvervuiling
C
water vervuiling
D
een vieze slaapkamer

Slide 5 - Quizvraag

.... is een vorm van onbetaalde productie thuis
A
krantenwijk
B
heitje voor karweitje
C
taart bakken voor het gezin
D
taart bakken in een bakkerij

Slide 6 - Quizvraag

Waarom is het nou zo moeilijk om deze vervuiling ongedaan te maken?
Het schoonmaken
- van grond en water is duur 
- van de lucht is vaak onmogelijk 

Slide 7 - Tekstslide

Het schoonmaken van grond en water is goedkoop
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Het schoonmaken van de lucht is vaak onmogelijk
A
niet waar
B
waar

Slide 9 - Quizvraag

Wat zijn  energiebronnen
Dit zijn bronnen die beweging, geluid en verwarming veroorzaken

Duurzame energiebronnen = bronnen die onuitputtelijk zijn en geen milieuvervuiling veroorzaken (wind-energie, zonne-energie)

Slide 10 - Tekstslide

Energiebronnen die geen
milieuvervuiling veroorzaken
A
dure energiebronnen
B
dure energiebonnen
C
duurzame energiebronnen

Slide 11 - Quizvraag

Omrekenen. Hoe ging dat ookalweer? 
1 jaar heeft.... 
- ... dagen 
- ... weken
- ... kwartalen 
- ... maanden

Slide 12 - Tekstslide

Omrekenen (voorbeeld)
Ans verdient 500,- euro per week. 

Bereken voor ans hoeveel ze verdient ....
- per jaar 
- per maand  


Slide 13 - Tekstslide

Wat ga je doen?
-Werken aan de opdrachten van paragraaf 2.6  + rekentrainer  paragraaf 2.6 
- Klaar? 
Samenvatting maken van de theorie  Hoofdstuk 2
- Niet af in de les? 
Huiswerk voor 16-11-2021 


Slide 14 - Tekstslide

!! BELANGRIJK!! 

TOETS HOOFDSTUK 2 
18 November 2021

Slide 15 - Tekstslide