ZMYP4 - Periode_1-Cours_4 20251002

1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable fermé sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens de les.../ Pendant le cours...

... vous êtes silencieux lorsque le professeur parle.
... vous êtes silencieux lorsqu'un camarade de classe parle.
... écoutez ce que le professeur dit et suivez les instructions.
... vous êtes amical à tout moment.
... vous participez activement.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

S'il vous plaît,

Fermez votre ordinateur.
Close your laptop.
Sluit je computer af.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij LA French
Unit 1: New technologies and global developments
Learner Profile:
Inquirers/ Onderzoeker 
ATL (Action: Teaching and learning through inquiry):
Communication/Collaboration
Related concepts:
Function, goal, structure
Key concept:
Communication
Statement of Inquiry : New technologies change the way we communicate with each other and learn a language. 
Global context:
Scientific innovation and science

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Au travail
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 1
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Quelles sont les nouvelles technologies d'aujourd'hui?
What are the new technologies today?

Comment était la vie avant les ordinateurs et le téléphone portable?

What was life like before computers and mobile phones?
Comment était la vie avant les ordinateurs et le téléphone portable?

What was life like before computers and mobile phones?
Quelle est l'importance de la technologie dans nos vies aujourd'hui?

What is the importance of technology in our lives today?
La technologie et l'information.

Technology and information

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 1
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11
Est-il mieux d'apprendre avec ou sans la technologie?

Is it better to learn with or without technology?"

La technologie rend-elle la communication plus facile ou plus compliquée ? Pourquoi ?

Does technology make communication easier or more complicated? Why?
SA?
Pouvons-nous vivre sans technologie? 

Can we live without technology?
Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je sais utiliser les adverbes de quantité et le partitif./ Ik kan hoeveelheidsbijwoorden en het delend lidwoord gebruiken.
  • Je sais utiliser l'imparfait./ Ik kan de imparfait gebruiken.
  • Je comprends un texte qui parle de l'importance de la technologie dans nos vies./ Ik begrijp een tekst die over het belang van technologie in ons leven gaat.
 
 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SA / PO
16/10/2025!

Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Les Pronoms Interrogatifs

Slide 14 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Adverbes de quantité

Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

La place de l'adverbe de quantité

Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

L'article partitif
Het delend lidwoord

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En néerlandais il y a deux types d'articles:

*l'article défini:  de, het  (le, la, les, l' en français)
*l'article indéfini: een  (un, une en français)

En français il y a un troisième type qui n'existe pas en néerlandais et qu'on peut donc pas traduire:

*l'article partitif - Delend lidwoord bestaat niet in het Nederlands

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'article partitif
L'article partitif sert à exprimer:
Het delend lidwoord wordt gebruikt om uit te drukken:

*Une quantité indéterminée./ Een onbepaalde hoeveelheid.

* Une quantité de choses impossibles à compter
(des choses abstraites, des sentiments p.e.)
Een hoeveelheid van dingen die niet te tellen zijn
(zoals abstracte dingen, gevoelens bijvoorbeeld)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je het delend lidwoord?
- Als je in het Nederlands geen lidwoord hebt.
- Als het om een onbepaalde hoeveelheid gaat.

- Ex: - Je vois les chiens. = Ik zie de honden. (met lidwoord)
- Je vois des chiens. = Ik zie honden. (geen lidwoord, dus des = delend lidwoord. 
Is er nog kaas?                        Il y a encore du fromage?
Ik heb salade gegeten          J'ai mangé de la salade
Ik neem rijst                             Je prends du riz
Er liggen boeken op tafel     Il y a des livres sur la table

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(onbepaalde hoeveelheid)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ouvrez votre ordinateur.
Open your laptop.
Open je computer.

S'il vous plaît

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet op de goede plek: 



1. ................... bananes
2. un kilo ......................... pommes
3. combien ........................ fruits?
4. ..................... farine
5. ....................... beurre
6. un verre ......................... eau 
du
de la
de l'
des
d'
de
de la

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Attention!!! (stap 1)
- Na deze werkwoorden krijg je geen delend lidwoord, maar altijd le/la/l'/les:

- Aimer (houden van)
- Adorer (dol zijn op)
- Détester (een hekel hebben aan)
- Préférer (liever hebben)
ex:
Je mange du fromage.
J'aime le fromage

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Attention! (stap 2)
- du, de la, de l', un, une, des ----> veranderen in de of d' na;
DE (sans article)
A. Een ontkenning/ Après une négation
ex: Je mange du fromage. / Je ne mange pas de fromage.

Il n'y a plus de vin.    Je n'ai pas d'argent.
Il n'ont pas de frites dans ce bar.

Exception être:
Ce n'est pas du vin / C'est pas une bonne idée!

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Attention! (stap 2)
DE (sans article)

B. Een woord van hoeveelheid/ Après une quantité 
ex: Je mange du fromage. / Je mange beaucoup de fromage. 
Is er nog veel kaas?         Il y a encore beaucoup de fromage?
We hebben nog 2 kilo tomaten.    On a encore 2 kilos de tomates.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze woorden van hoeveelheid moet je kennen
  • Beaucoup = veel
  • Peu = weinig
  • Combien = hoeveel
  • Assez = genoeg
  • Trop = te veel
  • Un peu = een beetje 
  • Un litre = een liter
  • Une bouteille = een fles
  • Moins = minder
  • 500 g ...

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Attention!!! (stap 3)
- Na een getal krijg je geen article partitif.
ex: J'ai trois soeurs.


Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Résumé...
- Het delend liwoord vertaal je NIET in het Nederlands.

- du - de la - de l' - des       <->       de - d'

* la négation (de ontkenning): du / de la / de l' / des => de / d'
* la quantité (de hoeveelheid): na een hoeveelheid => de / d'

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Choisis l'article correct
Mon frère veut un verre ..... coca.
Je voudrais ... tomates.
Tu manges peu .... pain.
Pour moi .... lait (melk) s'il vous plaît.
Je bois une bouteille ..... eau.
Nous mangeons .... chocolat.
du
du
de
des
de
d'

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Keuze-schema
1 Staat er een ww als adorer in de zin? 
JA: gebruik le, la, l', les
NEE: ga naar vraag 2.
2 Staat er een woord van hoeveelheid in de zin?
JA: gebruik de of d'
Nee: ga naar vraag 3.
3 Staat er een ontkenning in de zin? 
JA, met een ander ww dan être: gebruik de of d'
Ja, met het ww être: gebruik un, une of le, la, l', les (letterlijk vertalen). 
NEE: ga door naar 4
4 Zou je in het Nederlands een lidwoord gebruiken? 
JA: gebruik un, une of le, la, l', les (letterlijk vertalen)
NEE: gebruik du, de la, de l', des.  

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je het delend lidwoord?
A
wanneer wij in het NL ook een lidwoord gebruiken
B
wanneer wij in het NL niet een lidwoord gebruiken
C
bij een ontkenning
D
geen idee

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Na ''aimer, adorer, détester, préférer '' volgt
A
het onbepaald lidwoord (un, une, des)
B
het bepaald lidwoord (le, la, l' , les)
C
het delend lidwoord (du, de la, de l', des)
D
de / d'

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Na een ontkenning of woord dat een hoeveelheid aanduidt (zoals kg, gr, cm, glas - behalve een getal/cijfer ) volgt :
A
de of d'
B
het delend lidwoord (du, de la, de l', des)

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

300 grammes ..... café
A
du
B
de
C
le
D
de l'

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk delend lidwoord hoort in deze zin: "Tout le monde n’a pas ...... connexion Internet à la maison."
A
de
B
du
C
de la
D
de l'

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

il y a beaucoup ........ eau dans la bouteille
A
de l'
B
d'

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nous avons beaucoup ........ technologies autour de nous.
A
du
B
de
C
de la
D
des

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

je prends ..... café
A
de
B
du

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

L'imparfait
  • Wanneer gebruiken?
  •  Hoe maak je de imparfait?

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'imparfait
(o.v.t.= onvoltooid verleden tijd)
Lorsque vous racontez comment quelque chose s’est passé dans le passé, vous utilisez souvent l’imparfait./
Als je vertelt hoe iets in het verleden was, gebruik je vaak de imparfait.
De imparfait bestaat uit:
- een stam
- een uitgang

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'imparfait 
Gebruik : Imparfait kan in twee gevallen gebruikt worden. 



Toestand / Beschrijving
Il y avait beaucoup de monde
Er waren veel mensen
Herhaling / gewoonte 
Il écoutait souvent de la musique
Hij luisterde vaak naar muziek 

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Connaître à l'imparfait 
présent

Je connais
Tu connais
Il connaît
Nous connaissons
Vous connaissez
Ils connaissent
Imparfait:
nousvorm - ons + uitgang
connaissais
connaissais
connaissait
connaissions
connaissiez
connaissaient

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'imparfait - Parler
Onderwerp 
Uitgang 
Voorbeeld 
Je
- ais
Je parlais 
Tu 
- ais
Tu parlais
Il / Elle / On 
- ait
Elle parlait
Nous
- ions
Nous parlions  
Vous 
- iez
Vous parliez 
Ils / Elles
- aient
Ils parlaient 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Devoirs
timer
2:00

Slide 45 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflectie

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie
  • Je sais utiliser les adverbes de quantité et le partitif./ Ik kan hoeveelheidsbijwoorden en het delend lidwoord gebruiken.
  • Je sais utiliser l'imparfait./ Ik kan de imparfait gebruiken.
  • Je comprends un texte qui parle de l'importance de la technologie dans nos vies./ Ik begrijp een tekst die over het belang van technologie in ons leven gaat.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies