VIP_doemiddag in combinatie met Frans


1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Battle of Hastings
1066: William the Conqueror, the Duke of Normandy, became King of England (on Christmas day)

Language of the Royal Court:
Upper class : French
Lower class: English

14th century English main language: French words added to language



Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Wat is het Engelse woord voor vakantie?
A
Break
B
Holiday
C
Vacation
D
Time off

Slide 5 - Quizvraag

What is the capital of England?
A
Liverpool
B
York
C
London
D
Manchester

Slide 6 - Quizvraag

What can you use only when it is broken?

Slide 7 - Open vraag

What time is it on this clock?
A
Half four
B
Half three
C
Half to four
D
Half past three

Slide 8 - Quizvraag

Who is this?
A
The King of England
B
The King of Australia
C
The King of Belgium
D
The King of America

Slide 9 - Quizvraag

What is this?
A
Flower kool
B
Flauwekul
C
Cauliflower
D
Flower cabbage

Slide 10 - Quizvraag

How do you call this dish?
A
Fish and crisps
B
Fish and chips
C
Fish and Fiesh
D
Fish and funny

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de juiste woordvolgorde van een Engelse zin?
A
Wie, wat, waar, waarom, wanneer
B
Wie, doet, wat, waar, wanneer
C
Wanneer, doet, wie, wat, wanneer
D
Ja, sorry hoor, maar dat weet ik echt niet meer.

Slide 12 - Quizvraag

Wat zet je achter een getal om een rangtelwoord te maken?
A
TH
B
HTH
C
HT
D
THT

Slide 13 - Quizvraag

Hoe schrijf je tiende in het Engels?
A
Tenht
B
Tenthe
C
Tenth
D
Tentht

Slide 14 - Quizvraag

What animal can jump higher than a tree?

Slide 15 - Open vraag

Wat betekent het woord cheerful?
A
Vriendelijk
B
Vreselijk
C
Vrolijk, opgewekt
D
Verschrikkelijk

Slide 16 - Quizvraag

The opposite of difficult is
A
naughty
B
relax
C
sleepy
D
easy

Slide 17 - Quizvraag

What can you never eat before breakfast?

Slide 18 - Open vraag

Waarmee betalen ze in Engeland?
A
Ponden
B
Dollars
C
Euros

Slide 19 - Quizvraag

Who knows:

Slide 20 - Tekstslide