cross

Havo-paragraaf 4.4

Opdracht 43
Schoonmaker: uitvoerend. Hij krijgt opdrachten over het werk dat hij moet doen.
Voorman in de bouw: leidinggevend. Hij bepaalt wie opdrachten uitvoert en geeft de opdrachten door aan de groep mensen die hij leiding geeft.
Voetbalcoach: leidinggevend. Hij bepaalt volgens welk systeem er gevoetbald wordt.
Medewerker helpdesk: uitvoerend. Hij voert de opgedragen werkzaamheden uit.
Afdelingschef: leidinggevens. Hij verdeelt de werkzaamheden over de medewerkers van de afdeling.
Elektricien: uitvoerend. Hij voert de gekregen opdrachten uit.
Brandweercommandant: leidinggevend. Hij zorgt voor een verdeling van de taken voor de brandweerlieden.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Opdracht 43
Schoonmaker: uitvoerend. Hij krijgt opdrachten over het werk dat hij moet doen.
Voorman in de bouw: leidinggevend. Hij bepaalt wie opdrachten uitvoert en geeft de opdrachten door aan de groep mensen die hij leiding geeft.
Voetbalcoach: leidinggevend. Hij bepaalt volgens welk systeem er gevoetbald wordt.
Medewerker helpdesk: uitvoerend. Hij voert de opgedragen werkzaamheden uit.
Afdelingschef: leidinggevens. Hij verdeelt de werkzaamheden over de medewerkers van de afdeling.
Elektricien: uitvoerend. Hij voert de gekregen opdrachten uit.
Brandweercommandant: leidinggevend. Hij zorgt voor een verdeling van de taken voor de brandweerlieden.

Slide 1 - Tekstslide

Opdracht 44
a Eigen antwoord, bijvoorbeeld: een electricien hoort van de ene leidinggevende dat hij naar een klant moet en van de andere leidinggevende dat hij naar een andere klus moet.
b Eigen antwoord.

Opdracht 45
Leiding geven en uitvoerend werken kan, bijvoorbeeld een eigenaar van een kledingzaak die zelf ook kleding verkoopt of een meewerkend voorman in de bouw.

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 46
a Leidinggevend: directeur, hoofd administratie, hoofd verkoop en hoofd productie.
b Uitvoerend: medewerkers inkoopadministratie, medewerkers verkoopadministratie, verkoper, productiemedewerkers en magazijnmedewerkers.
c De hoofden van de verschillende afdelingen (administratie, verkoop en productie).

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 47
a




b Aan vijf afdelingen.
c Dan kan het gebeuren dat de opdrachten die ze krijgen tegenstrijdig zijn.
d Eenheid van bevel. De vakkenvullers  krijgen van twee verschillende mensen opdrachten. Mogelijk zijn deze niet aan elkaar gelijk.
e Eigen antwoord. Bijvoorbeeld de hoofdcaisssiére.

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht 48
a  B
b De staffunctie is een ondersteunende functie en is niet direct betrokken bij de kerndoelen van de onderneming.
c De verkoper is direct betrokken bij het hoofddoel van de onderneming, namelijk het verkopen van het product of dienst.

Slide 5 - Tekstslide

Opdracht 49






Opdracht 50
a de P-indeling
b Op deze wijze wordt inzichtelijk welke producten een onderneming aanbiedt. 


Slide 6 - Tekstslide

Opdracht 51
Marketingmanager bij Nike: onderzoeken wat de klanten willen; staffunctie.
Hoofd burgerzaken gemeente: geeft leiding aan de afdeling burgerzaken; lijnfunctionaris.
Medewerker juridische zaken Ministerie: voert juridische werkzaamheden uit: lijnfunctionaris.
Websitebouwer: websites bouwen; staffunctionaris

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 52
a Eigen antwoord
b Eigen antwoord, bijvoorbeeld: 
- F-indeling, waarbij de verschillende afdelingen de functies zijn.
- G-indeling, naar de plaatsen of postcodes waar de leerlingen wonen.
c Nee, een andere indeling zegt niets over de lessen die aan de leerlingen (=klanten) gegeven worden.

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 53
a Een organigram geeft inzicht in de structuur en de knelpunten van een organisatie. Als je de probleempunten kent, kun je de organisatie verbeteren.
b F-indeling.


Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 39

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 39

Slide 11 - Tekstslide